<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:9504</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-15T14:05:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8554318 \ CV EXPL  20-2557</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:9504">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:9504</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-15T14:05:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:9504 Rechtbank Limburg , 25-11-2020 / 8554318 \ CV EXPL  20-2557</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:9504:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgovereenkomst, betalingsachterstand</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:9504:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8554318 \ CV EXPL  20-2557</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 2 december 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V., betreffende BEWUZT,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde Inkassier, Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonend [adres] ,</para>
      <para>
        [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna VGZ en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding met producties 1 t/m 5.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brieven van de griffier van 24 juni en 22 juli 2020 is op verzoek van [gedaagde] vier weken uitstel tot het nemen van een conclusie van antwoord verleend. In de brief van 22 juli 2020 is - onder meer - aan [gedaagde] bericht dat verder uitstel niet zou worden verleend en is de zaak naar de rol van 19 augustus 2020 verwezen voor conclusie van antwoord. Bij brief en e-mail van 16 augustus 2020 heeft [gedaagde] wederom om uitstel verzocht. Bij brief van de griffier van 19 augustus 2020 is [gedaagde] bericht dat het verzochte uitstel niet is verleend. Na de rolzitting op 19 augustus 2020 is de zaak naar de rol van 28 oktober 2020 voor vonnis verwezen. Het door [gedaagde] op </para>
        <para>16 september 2020 gedane (5e) verzoek tot aanhouding is ter kennisneming aan het dossier gevoegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen VGZ en [gedaagde] is een zorgovereenkomst gesloten uit hoofd waarvan [gedaagde] de maandelijkse premies bij vooruitbetaling aan VGZ dient te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een betalingsachterstand aan premies en zorgkostendeclaraties van de maanden december 2012 en oktober 2013 t/m mei 2014 ad € 1.679,11 laten ontstaan. Nu [gedaagde] , ondanks diverse aanmaningen, voormelde premies niet heeft betaald heeft VGZ [gedaagde] in rechte betrokken. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>VGZ vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te veroordelen tot betaling van €1.894,49, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.774,11 vanaf 29 april 2020 tot de dag der algehele betaling en de proces- en nakosten.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De grondslag van de vordering van VGZ is nakoming door [gedaagde] van de tussen VGZ en [gedaagde] gesloten overeenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit de dagvaarding volgt: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Van de in rekening gebrachte bedragen heeft gedaagde een bedrag van € 1.774,11 onbetaald gelaten (…) De premie van december 2012 is uiteindelijk wel voldaan, waardoor thans nog € 1.679,11 van de hoofdsom resteert.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit bedrag is onderverdeeld in een hoofdsom van thans € 1.679,11 in het onderhavige, gerechtelijke dossier met nummer 4107117.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>VGZ stelt dat zij thans te vorderen heeft:</para>
        <para>Hoofdsom						€  1.774,11</para>
        <para>Wettelijke rente tot 29/04/202				€     121,38</para>
        <para>Buitengerechtelijke kosten				€         0,00</para>
        <para>							--------------</para>
        <para>Totaal							€ 1.895,49</para>
        <para>Voldaan							€      95,00 -/-</para>
        <para>							--------------</para>
        <para>Totaal behoudens verdere rente en kosten			€ 1.895,49</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het behoeft geen nadere motivering dat de samenstelling van opgemeld totaalbedrag niet juist kan zijn. Dat geldt ook voor het door VGZ in het petitum van de dagvaarding gevorderde van € 1.894,49. Nu als onweersproken vaststaat dat [gedaagde] in verzuim is, ligt een bedrag van € 1.679,11 (zijnde € 1.774,11 -/- € 95,00) voor toewijzing gereed. De gevorderde rente zal worden toegewezen als nader in het dictum is bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van VGZ worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€	105,09</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	€	499,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	€ <emphasis role="underline">	180,00	</emphasis> (1 x tarief € 180,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>totaal 	€	784,09,</para>
        <para>te vermeerderen met de nakosten als nader in het dictum is bepaald.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.679,11 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het verzuim van de respectieve facturen tot aan de dag der algehele voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van VGZ gevallen en tot op heden begroot op € 784,09,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door VGZ volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 90,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>type: YT</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>