<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:9123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-03T10:41:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8610969  CV EXPL  20-3036</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:9123">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:9123</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-03T10:41:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:9123 Rechtbank Limburg , 18-11-2020 / 8610969  CV EXPL  20-3036</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:9123:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugbetaling waarborgsom, de juiste partij gedagvaard, bemiddellaar is geen partij bij de huurovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:9123:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8610969  CV EXPL  20-3036</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 18 november 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 1] , </para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde D.W.J. van Leeuwen, werkzaam bij Modero Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ worden genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 16 juni 2020</para>
        <para>- de conclusie van antwoord</para>
        <para>- de conclusie van repliek</para>
        <para>- de conclusie van dupliek</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen [eiseres] en [gedaagde] heeft een huurovereenkomst bestaan met betrekking tot de woonruimte, staande en gelegen te [plaats] aan de [adres] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De commanditaire vennootschap Living Maastricht C.V. heeft als beheerder/contractpersoon van [gedaagde] opgetreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij aanvang van de huurovereenkomst heeft [eiseres] - conform de bepalingen in de huurovereenkomst - een bij [gedaagde] te resideren waarborgsom ter hoogte van € 1.178,00 aan Living Maastricht C.V. overgemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De huurovereenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De onderstaande partijen: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dhr./ Mevr. 			Dhr.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Achternaam, Voornamen	[gedaagde]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierna te noemen ‘verhuurder’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dhr./ Mevr.			Mej.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Achternaam, Voornamen	[eiseres]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierna te noemen ‘huurder’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zijn als volgt overeengekomen: </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 11. Beheer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totdat de verhuurder schriftelijk anders meedeelt treedt op als contactpersoon voor de uitvoering van de huurovereenkomst:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bedrijf: 	Living Maastricht C.V.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naam:	N.V.T.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Adres: 	Grote Gracht 28, 211 SW, Maastricht</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 12. Betalingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De huurder ontvangt periodiek een huurfactuur van Living Maastricht met daarop alle relevante betalingsgegevens. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 13. Waarborgsom</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze waarborgsom is vastgesteld op het volgende bedrag: € 1.178,00.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze waarborgsom zal worden gedeponeerd samen met de eerste betaling van de huurpenningen.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De waarborgsom zal voor de volledige looptijd van deze overeenkomst resideren bij de verhuurder. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.6</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Restitutie van de waarborgsom zal geschieden binnen 1 kalendermaand nadat de finale eindafrekening is opgesteld en goedgekeurd door beide partijen of wanneer beide partijen aangeven geen aftekening te wensen. </emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.7</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het opstellen van een eindafrekening dient te geschieden binnen 2 maanden na afloop van de overeenkomst, tenzij de verhuurder aantoonbaar op producties van derden wacht ten behoeve van de afrekening (overmacht). </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Na beëindiging van de huurovereenkomst heeft Living Maastricht C.V. een  creditfactuur opgemaakt conform waarvan de waarborgsom terugbetaald zou worden aan [eiseres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan haar, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen € 1.365,54 (waarvan </para>
        <para>€ 1.178,00 aan hoofdsom, € 10,84 aan verschenen rente tot en met 10 juni 2020 en € 176,70 aan buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met de wettelijke rente, gerekend vanaf 10 juni 2020 tot en met de dag van de volledige betaling met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] legt daaraan ten grondslag dat de door haar betaalde waarborgsom eind oktober 2019 opeisbaar is geworden. Zij voert aan dat [gedaagde] ondanks sommaties de waarborgsom niet heeft terugbetaald. [eiseres] zag zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en heeft daarom buitengerechtelijke incassokosten moeten maken die, evenals de wettelijke rente, op grond van de wet voor rekening van [gedaagde] komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert het verweer - kort weergegeven - dat [eiseres] de verkeerde partij heeft gedagvaard. Hij stelt dat Living Maastricht C.V. de debiteur is van [eiseres] . Bij het aangaan van de huurovereenkomst heeft [eiseres] de waarborgsom aan Living Maastricht C.V. betaald. Conform artikel 13 sub 4 van de huurovereenkomst heeft de waarborgsom gedurende de looptijd van de huurovereenkomst bij [gedaagde] geresideerd. Na beëindiging van de huurovereenkomst heeft [gedaagde] de waarborgsom aan Living Maastricht C.V. terugbetaald c.q. verrekend met de factuur van Living Maastricht C.V. d.d. 28 juni 2019 (productie G1 conclusie van antwoord). [gedaagde] voert aan dat, ten tijde van de dagvaarding, [eiseres] wist dat de waarborgsom niet meer bij hem resideerde en dat [eiseres] om die reden Living Maastricht C.V. had moeten dagvaarden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] betwist dat zij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Zij voert aan dat de huurovereenkomst uitsluitend tussen haar en [gedaagde] is gesloten en dat [gedaagde] , conform de huurovereenkomst, de waarborgsom aan haar terug moet betalen. Living Maastricht C.V. was geen contractpartij en heeft slechts als beheerder/ contactpersoon opgetreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter volgt [eiseres] in haar betoog. In de huurovereenkomst wordt [gedaagde] ook als verhuurder vermeld. Living Maastricht C.V. was, ingevolge artikel 11 juncto 12 van de huurovereenkomst, slechts contactpersoon en verantwoordelijk voor het opstellen van de huurfacturen. Dit betekent uitdrukkelijk niet dat Living Maastricht C.V. als contractpartij in de plaats is getreden van [gedaagde] . [gedaagde] heeft evenmin gesteld dat Living Maastricht C.V. als zijn gevolmachtigde of als zijn vertegenwoordiger, uit anderen hoofde dan volmacht, heeft gehandeld zodat bij de beoordeling er vanuit wordt gegaan dat de verplichting tot terugbetaling van de waarborgsom in beginsel op [gedaagde] rust. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Weliswaar heeft [eiseres] bij aanvang van de huurovereenkomst de waarborgsom aan Living Maastricht C.V. overgemaakt, maar uit artikel 13 sub 4 van de huurovereenkomst volgt dat de waarborgsom, gedurende de looptijd van de huurovereenkomst, bij [gedaagde] moest resideren. Het is dan ook [gedaagde] die op basis van artikel 13 sub 6 van de huurovereenkomst de waarborgsom terug moet betalen. </para>
        <para>De stelling van [gedaagde] dat  (op grond van de creditfactuur d.d. 28 juni 2019) niet hij maar Living Maastricht C.V de debiteur van [eiseres] is, is onjuist. Niet betwist wordt dat nimmer aan [eiseres] de waarborgsom is terugbetaald, ofschoon er geen beletselen waren om dat niet volledig te doen. [gedaagde] is krachtens de door hem zelf ondertekende huurovereenkomst partij als verhuurder, daarmee ook aan te spreken voor de daaruit voortvloeiende verplichtingen en heeft door zijn gestelde betaling/ verrekening ook niet bevrijdend betaald aan Living Maastricht CV (zo de kantonrechter dat al uit zijn verweer kan opmaken). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Onbegrijpelijk is ook dat Living Maastricht CV in het geheel niets aan [gedaagde] heeft teruggekoppeld aangaande de eerder aan [gedaagde] verzonden brieven / per adres  Living Maastricht CV. Door niet te reageren, dan wel in ieder geval contact op te nemen met [gedaagde] naar aanleiding van deze steeds dringender brieven en evenmin de verschuldigde waarborgsom door te betalen aan [eiseres] , is Living Maastricht CV tekort geschoten. Dit dient echter uiteindelijk voor rekening en risico van [gedaagde] te komen. Om die reden zal diens verweer worden gepasseerd. De door [gedaagde] overgelegde verklaring van Living Maastricht C.V., dat de dagvaarding foutief is geadresseerd, maakt Living Maastricht C.V. evenmin debiteur jegens [eiseres] . [gedaagde] had Living Maastricht CV nog wel in deze procedure in vrijwaring kunnen doen oproepen of Living Maastricht had zich zelfkunnen voegen, maar daar is niet voor gekozen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De stelling van [gedaagde] dat [eiseres] ten tijde van de dagvaarding zou moeten weten dat de verschuldigde waarborgsom niet meer bij hem resideerde, wordt als niet ter zake doende gepasseerd. Gezien de contractuele relatie tussen [eiseres] en [gedaagde] , het niet reageren van Living Maastricht CV en het uitblijven van betaling, is [gedaagde] terecht in rechte betrokken.  Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Gelet op bovenstaande zal een bedrag van € 1.178,00 aan hoofdsom worden toegewezen. Toewijsbaar is ook de gevorderde verschenen rente ad € 10,84 berekend tot en met 10 juni 2020. De lopende rente over de hoofdsom is toewijsbaar vanaf 11 juni 2020. De rente over de verschenen rente is niet toewijsbaar nu niet is gesteld of gebleken dat de verschenen rente reeds over een vol jaar verschuldigd is. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [eiseres] maakt verder aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad € 176,70.  Ook die zal worden toegewezen. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Artikel 6:96 lid 6 BW vereist voor toewijzing van deze vordering dat [gedaagde] door [eiseres] vruchteloos is aangemaand tot betaling. [eiseres] heeft vier aanmaningen verzonden aan [gedaagde] / per adres Living Maastricht C.V. [gedaagde] stelt deze aanmaningen niet te hebben ontvangen. Nu echter uit de huurovereenkomst volgt dat Living Maastricht CV contactpersoon is bij de uitvoering van de huurovereenkomst en niet wordt betwist dat deze aanmaningen bij Living Maastricht CV zijn ontvangen, wordt ook dit verweer gepasseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€	 85,09</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	€	236,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	€	<emphasis role="underline">360</emphasis> (2 x tarief € 180,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€	681,09</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen: </para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 1.178,00 aan hoofdsom en </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 10,84 aan reeds verschenen rente berekend tot en met 10 juni 2020, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 176,70 aan buitengerechtelijke incassokosten</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de wettelijke rente over € 1.178,00 vanaf 11 juni 2020 tot de dag der algehele voldoening,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 561,09, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>NZ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>