<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:8455</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-06T13:11:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8788729 CV EXPL 20-4690</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:8455">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:8455</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-06T13:11:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:8455 Rechtbank Limburg , 30-10-2020 / 8788729 CV EXPL 20-4690</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:8455:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurovereenkomst woonruimte voor onbepaalde tijd. Dat bedoeld is om voor bepaalde tijd de contracteren, is niet vast komen staan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:8455:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8788729 CV EXPL 20-4690</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in kort geding van 30 oktober 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">
          [eiser] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonend in [woonplaats] aan de [adres 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.G. van Ek</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">
          [gedaagde] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonend in [woonplaats] aan de [adres 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. D.W.H. Rouers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijk uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding d.d. 5 oktober 2020</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de van de zijde van [gedaagde] op 27 oktober ter griffie ontvangen producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling ter zitting op 29 oktober 2020, waar partijen hun standpunten nader hebben toegelicht, de gemachtigde van [gedaagde] aan de hand van een pleitnota.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurt van [eiser] de woonruimte aan de [adres 2] in [woonplaats] (verder te noemen: het gehuurde) tegen een huurprijs van laatstelijk € 614,80 inclusief servicekosten. Daarnaast is een maandelijks bijdrage overeengekomen voor het voorschot energiekosten, bijdrage Ziggo-abonnement, en een bijdrage voor schoonmaakkosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 3.1. van de huurovereenkomst luidt: </para>
        <para>“<emphasis role="italic">Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van </emphasis><emphasis role="bold italic">minimaal één jaar</emphasis><emphasis role="italic"> ingaande op 1 september 2019 en lopende tot en met 31 augustus 2020. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdens deze periode kan huurder deze overeenkomst niet tussentijds door opzegging beëindigen. (…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beëindiging van de overeenkomst door opzegging dient te geschieden overeenkomstig 19 van de algemene bepalingen</emphasis>” (bedoeld zal zijn: <emphasis role="italic">artikel</emphasis> 19 van de algemene bepalingen).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 24 juli 2020 heeft [eiser] het navolgende aan [gedaagde] medegedeeld:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Geachte heer [gedaagde] ,</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierbij delen wij u officieel mede dat wij het huidig huurcontract, dat loopt tot en met 31 augustus 2020 niet zullen verlengen. Uw huurperiode eindigt derhalve op 31 augustus 2020.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij verzoeken u om het appartement voor bovengenoemde datum leeg en bezemschoon op te leveren. (…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij schrijven van 5 augustus 2020 heeft [gedaagde] aan [eiser] te kennen gegeven dat - kort gezegd - de huuropzegging niet rechtsgeldig is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft het gehuurde tot op heden niet ontruimd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert thans in kort geding de veroordeling van [gedaagde] om het gehuurde binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, alsmede tot betaling van € 819,80 per maand vanaf 1 september 2020 tot aan de dag van ontruiming, een en ander onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Volgens [eiser] is de huurovereenkomst ‘van tijdelijke duur’, waarmee hij kennelijk bedoelt: gesloten voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 7:271 lid 1 BW, zoals dat artikellid sinds de inwerkingtreding in 2016 van de Wet doorstroming huurmarkt 2015 luidt. [eiser] heeft voldaan aan de verplichting om [gedaagde] over het verstrijken van de huur te informeren conform dat artikellid. De huur is derhalve geëindigd op 1 september 2020, zodat [gedaagde] ingaande dat moment zonder recht of titel in het gehuurde verblijft.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist dat sprake is van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het verweer slaagt. Uitgaande van de tekst van de overeenkomst zoals hierboven onder 2.2. aangehaald, is onmiskenbaar sprake van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Hetgeen [gedaagde] daarover in zijn pleitnota onder punt 3 tot en met 12 uiteen heeft gezet, is juist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Dat partijen, de tekst van de huurovereenkomst daargelaten, de <emphasis role="italic">bedoeling</emphasis> hebben gehad om een huurovereenkomst voor bepaalde tijd te sluiten, zoals [eiser] ter zitting heeft betoogd, is door [gedaagde] gemotiveerd betwist en is daarmee in dit kort geding niet vast komen te staan. De vordering zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot de datum van dit vonnis begroot op </para>
        <para>€ 720,00 aan salaris gemachtigde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot de datum van dit vonnis begroot op € 720,00. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en is in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>RK</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>