<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:8286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-30T11:39:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8676895 \ CV EXPL  20-3636</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:8286">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:8286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-30T11:39:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:8286 Rechtbank Limburg , 14-10-2020 / 8676895 \ CV EXPL  20-3636</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:8286:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>---</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:8286:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8676895 \ CV EXPL  20-3636</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 14 oktober 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZIGGO B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gedaagde partij in verzet,</para>
      <para>gemachtigde LAVG Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>eisende partij in verzet,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.J. Baltus,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen in het vervolg worden aangeduid als Ziggo en [gedaagde partij] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding d.d. 3 februari 2017</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verstekvonnis van de kantonrechter te Maastricht d.d. 22 maart 2017</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verzetdagvaarding d.d. 17 juli 2020</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de verzetstermijn tevens conclusie van antwoord in oppositie. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft met ingang van 21 december 2012 een abonnement TV Standaard bij Ziggo afgesloten. In aanvulling daarop heeft hij per 20 april 2013 een abonnement Internet Z1 afgesloten. Ziggo heeft de diensten geleverd op het adres [adres 1] te [plaats 1] . Wegens opzegging door gedaagde zijn de diensten, met inachtneming van een maand opzegtermijn, beëindigd.	</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij verstekvonnis, uitvoerbaar bij voorraad, van 22 maart 2017 heeft de kantonrechter de vordering van Ziggo toegewezen en [gedaagde partij] veroordeeld tot betaling van </para>
        <para>€ 127,00, vermeerderd met de wettelijke rente over € 85,00 vanaf 9 januari 2017 tot aan de voldoening, alsmede veroordeeld in de proceskosten van Ziggo, tot op die datum begroot op € 230,51.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] vordert hem te ontheffen van het verstekvonnis dat tegen hem werd gewezen op 22 maart 2017, en de vorderingen van Ziggo alsnog integraal af te wijzen danwel niet-ontvankelijk te verklaren, met veroordeling van Ziggo in de proceskosten, inclusief de nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde partij voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter merkt vooraf het volgende op: in de verzetdagvaarding worden twee producties genoemd, productie 1 en 2. Deze zijn niet aangetroffen bij de dagvaarding. Productie 1 zou een brief van de gemachtigde van Ziggo betreffen, waarin - citaat: [gedaagde partij] in kennis wordt gesteld van het feit dat er tegen hem bij verstek een vonnis gewezen zou zijn waarbij [gedaagde partij] kennelijk veroordeeld is tot betaling van een hoofdsom ad € 127,82 - einde citaat. Productie 2 zou het betreffende vonnis zijn. De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om de ontbrekende producties alsnog op te vragen. Voorts is [gedaagde partij] in de gelegenheid gesteld om van antwoord in incident te dienen, doch heeft hij daarvan geen gebruik gemaakt, waarna de zaak op vonnis is gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Ziggo heeft een ontvankelijkheidsincident opgeworpen. Dit is overbodig omdat de ontvankelijkheid van [gedaagde partij] reeds ambtshalve door de rechter dient te worden getoetst. Derhalve passeert de kantonrechter het opgeworpen incident en beslist zij ten gronde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Met Ziggo is de kantonrechter van oordeel dat de verzetstermijn ruim verstreken is. Haar stellingen op dit punt zijn ook niet bestreden door [gedaagde partij] , zodat vaststaat dat aan [gedaagde partij] op 30 augustus 2017 het vonnis is betekend door middel van achterlating in een gesloten envelop op het adres [adres 2] te [plaats 2] . In tegenstelling tot wat [gedaagde partij] stelt, blijkt uit het uittreksel van het GBA/BRP, dat als productie 9 door Ziggo is ingebracht, dat [gedaagde partij] op 30 augustus 2017 stond ingeschreven op dat adres. Daarmee is de termijn zoals genoemd in artikel 143 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gaan lopen, en is die termijn 4 weken later verlopen. De dagvaarding van juli 2020 was derhalve veel te laat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Daarmee is [gedaagde partij] niet-ontvankelijk in zijn verzet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Ziggo worden begoot op:</para>
        <para>- salaris gemachtigde 	 <emphasis role="underline">36,00 </emphasis>(1 x tarief € 36,00)</para>
        <para>totaal 	€	36,00</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart [gedaagde partij] niet-ontvankelijk in zijn vordering,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 36,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: IT</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>