<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-14T16:48:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8573756 \ CV EXPL 20-2742</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:7569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-14T11:44:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:7569 Rechtbank Limburg , 07-10-2020 / 8573756 \ CV EXPL 20-2742</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:7569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Creditcardovereenkomst. Niet kan worden vastgesteld dat bij het aangaan van de overeenkomst de optie gespreide betaling is aangevraagd. Opgenomen bedragen/gedane bestedingen dienen dan ook ineens binnen 21 dagen na datum rekening afschrift te worden/zijn voldaan. Eisende partij is niet gehouden (achteraf) in te stemmen met gespreide betaling.</para>
        <para>Een enkele brief die voldoet aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 BW is voldoende om buitengerechtelijke kosten verschuldigd te laten zijn. Of gedaagde partij dan wel of niet de overige correspondentie heeft ontvangen is niet relevant.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:7569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8573756 \ CV EXPL  20-2742</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 7 oktober 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTERNATIONAL CARD SERVICES B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>verder te noemen ICS BV,</para>
      <para>gemachtigde Jongejan &amp; Wisseborn c.s. Harderwijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres] ,</para>
      <para>
        [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>verder te noemen [gedaagde partij] ,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten - voor zover van belang</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen partijen bestaat een creditcardovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op de overeenkomst zijn de Algemene Card-voorwaarden ABN AMRO en ABN AMRO MeesPierson van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft de met de creditcard opgenomen bedragen/gedane bestedingen niet (tijdig) terugbetaald. Het huidige saldo bedraagt € 2.043,53.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij exploot van 23 mei 2019 is aan [gedaagde partij] de zogenaamde veertiendagensommatie betekend.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ICS BV vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 2.565,50, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan haar vordering legt ICS BV de tussen partijen gesloten creditcardovereenkomst ten grondslag. [gedaagde partij] heeft het opeisbare saldo, dat binnen 21 dagen na datum rekeningafschrift moet zijn voldaan, niet voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] erkent de gevorderde hoofdsom. Hij voert verweer tegen de gevorderde incassokosten, nu diverse e-mails van het incassobureau door een instelling bij het incassobureau in de spambox van [gedaagde partij] terecht zijn gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] erkent de verschuldigdheid van het opeisbare saldo van € 2.043,53. Dit bedrag ligt dan ook voor toewijzing aan ICS BV gereed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde partij] stelt zich op het standpunt dat hij een aanvraag tot gespreid betalen heeft gedaan, waarop door ICS BV niet is gereageerd.</para>
        <para>Overwogen wordt dat [gedaagde partij] zijn stelling hieromtrent niet heeft onderbouwd. Als onweersproken kan wel worden vastgesteld dat partijen twee keer een betalingsregeling hebben getroffen, die [gedaagde partij] vervolgens niet is nagekomen. Dat er aan de creditcardovereenkomst zelf, bij aanvang, een mogelijkheid is gekoppeld om gespreid te betalen kan niet worden vastgesteld. [gedaagde partij] was dan ook gehouden het opgenomen bedrag/gedane bestedingen ineens binnen 21 dagen na datum rekening afschrift te voldoen. ICS BV is daarbij niet verplicht in te stemmen met een voorstel/aanvraag tot termijnbetaling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>ICS BV maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde partij] betwist de verschuldigdheid daarvan, althans de hoogte van het door ICS BV gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten.</para>
        <para>De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.</para>
        <para>ICS BV heeft aan [gedaagde partij] een aanmaning (sommatie-exploot) gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het is daarbij niet van belang of [gedaagde partij] andere correspondentie wel of niet heeft ontvangen. Een enkele aanmaning die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW is voldoende om de incassokosten verschuldigd te laten zijn. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Nu [gedaagde partij] in verzuim verkeert is tevens wettelijke rente verschuldigd. [gedaagde partij] voert hiertegen ook geen verweer. De rente zal als gevorderd aan ICS BV worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] verzoekt verder een betalingsregeling vast te stellen. De kantonrechter overweegt dat het treffen van een betalingsregeling een zaak tussen partijen is waarmee hij geen bemoeienis heeft. [gedaagde partij] dient zich daartoe (nogmaals) tot ICS BV te wenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van ICS BV worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 105,09</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	499,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">420,00 </emphasis>(2 x tarief € 210,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  1.024,09</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan ICS BV te betalen een bedrag van € 2.565,50, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.043,53 vanaf 14 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van ICS BV gevallen en tot op heden begroot op € 1.024,09,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para />
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>