<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:7555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-22T14:22:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/265892 / HA ZA 19-337</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:7555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:7555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-22T14:22:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:7555 Rechtbank Limburg , 07-10-2020 / C/03/265892 / HA ZA 19-337</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:7555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenkomst, procederen in verkeerde hoedanigheid, erfgenamen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:7555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f9b305df-4bc5-4b42-924d-cd284cf6c652" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ac4ece6f-19fc-4844-96e7-5d8c63726194" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/265892 / HA ZA 19-337</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 7 oktober 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 1]</title>
    <parablock>
      <para>in hoedanigheid van erfgename van [erflater] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2]</emphasis></para>
      <para>in hoedanigheid van erfgename van [erflater] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>eiseressen in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweersters in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. L.J.P.E. Donckers-Corten te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. R.F.P.J. Coppus te Venlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>eiseressen in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. L.J.P.E. Donckers-Corten te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna de [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] , [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] en de [eiseressen in het incident] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 12 juni 2019 met producties 1 tot en met 4;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke eis in reconventie met producties 1 tot en met 7;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte overlegging producties in conventie en in reconventie, tevens houdende vermeerdering van eis in conventie met producties 5 tot en met 22;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating vermeerdering van eis;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot tussenkomst;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident ex art. 217 Rv tot tussenkomst.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil </title>
    <bridgehead role="bold">in de hoofdzaak in conventie</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak vorderen de [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] na vermeerdering van eis– samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. Primair: [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 307.500,00, met rente;</para>
        <para>Subsidiair: </para>
        <para>a. vernietiging van de overeenkomst van schenking tussen [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] en erflater [erflater] op grond van actio pauliana;</para>
        <para>b. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] te veroordelen tot terugbetaling van een bedrag van € 307.500,00, met rente.</para>
        <para>Meer subsidiair:</para>
        <para>a. vernietiging van de overeenkomst van schenking tussen [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] en erflater [erflater] op grond van misbruik van omstandigheden;</para>
        <para>b. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] te veroordelen tot terugbetaling van een bedrag van € 307.500,00, met rente.</para>
        <para>II. de buitengerechtelijke incassokosten;</para>
        <para>III. de onderzoeks- en advieskosten;</para>
        <para>IV. de beslagkosten;</para>
        <para>V. de proceskosten, inclusief de nakosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] voert verweer.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak in (voorwaardelijke) reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In (voorwaardelijke) reconventie vordert [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] – kort samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I.	veroordeling van de [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] tot opheffing van het conservatoire beslag op straffe van een dwangsom</para>
        <para>II.	proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] voeren verweer.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De [eiseressen in het incident] vorderen in het incident dat hen wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen als schuldeisers en met een beroep op de actio pauliana terugbetaling te vorderen van het aan [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] betaalde bedrag van € 307.500,00, te vermeerderen met rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De [eiseressen in conventie in de hoofdzaak, verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak] hebben geen verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, behoudens ten aanzien van de gevorderde kostenveroordeling in het incident.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering kan worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank merkt op dat de comparitie in de hoofdzaak staat gepland op 16 december 2020. De rechtbank geeft partijen gelet hierop ieder 4 weken de tijd voor een conclusie van eis in tussenkomst en een conclusie van antwoord in tussenkomst. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>staat [eiseressen in het incident] toe in de hoofdzaak tussen te komen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">4 november 2020</emphasis> voor het nemen van de conclusie van eis in de tussenkomst door de [eiseressen in het incident] , waarna de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">2 december 2020 </emphasis>voor het nemen van de conclusie van antwoord in de tussenkomst door [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerder in het incident] . </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.<footnote-ref linkend="_a1d84fc7-db5a-4658-8f08-86b1f5247d8f" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a1d84fc7-db5a-4658-8f08-86b1f5247d8f" label="1">
    <para>type: CL</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>