<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:6808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-18T16:07:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8399978 CV EXPL 20-1310 </psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:6808">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:6808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-18T13:51:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:6808 Rechtbank Limburg , 09-09-2020 / 8399978 CV EXPL 20-1310 </dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:6808:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geneeskundige behandelingsovereenkomst; tandarts; Infomedics; kosten dagvaarding; griffiekosten; betaald na dagvaarding; proceskosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:6808:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8399978  CV EXPL  20-1310</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 9 september 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INFOMEDICS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Almere,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde YARDS Deurwaardersdiensten B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres] , [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ‘Infomedics’ en ‘ [gedaagde] ’ worden genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding</para>
        <para>- het antwoord</para>
        <para>- de conclusie van repliek waarbij de vordering is verminderd</para>
        <para>- de rolbeslissing waarbij het recht om een conclusie van dupliek te nemen is vervallen verklaard en dat vonnis zal worden gewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Infomedics vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan haar te betalen € 78,12 (€ 37,83 aan hoofdsom, € 0,29 aan verschenen rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten) vermeerderd met de wettelijke rente over € 37,83 vanaf 8 februari 2020 met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15de dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Infomedics stelt dat ‘Mondzorg Jekerdaal B.V.’ een vordering op [gedaagde] aan haar heeft overgedragen. Ondanks diverse aanmaningen is [gedaagde] in gebreke gebleven met tijdige en volledige betaling van het gefactureerde bedrag van € 37,83. Infomedics zag zich genoodzaakt haar vordering uit handen te geven en heeft buitengerechtelijke incassokosten moeten maken die, evenals de wettelijke rente, voor rekening van [gedaagde] komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] betwist niet de grondslag waarop de vordering berust. Bij antwoord verweert hij zich uitsluitend tegen de gevorderde veroordeling tot betaling van de griffiekosten. Hij voert aan dat hij op 15 april 2020 contact heeft opgenomen met de gemachtigde van Infomedics. Daarbij zou zijn afgesproken dat bij directe betaling van </para>
        <para>€ 200,87 de gevorderde griffiekosten zouden vervallen omdat de rolzitting van 25 maart 2020, als gevolg van de coronamaatregelen, niet heeft plaatsgevonden. Bij repliek betwist Infomedics de stelling van [gedaagde] . Zij stelt dat de griffiekosten verschuldigd zijn nu de betaling van [gedaagde] pas na de eerste op de dagvaarding vermelde roldatum (zijnde 25 maart 2020) is ontvangen. Nu [gedaagde] geen conclusie van dupliek heeft genomen, staan de (nadere) stellingen van Infomedics als verder niet weersproken tussen partijen vast. De vordering tot betaling van € 37,83 aan hoofdsom ligt voor toewijzing gereed. Toewijsbaar zijn ook de verschenen wettelijke rente van € 0,29 en de lopende rente over € 37,83 vanaf </para>
        <para>8 februari tot datum volledige betaling. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Incomedics maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad € 40,00. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Infomedics heeft aan [gedaagde] op 25 oktober 2020 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft pas na het uitbrengen van de dagvaarding (te weten op 15 april 2020) een bedrag van € 200,87 betaald. Infomedics had op dat moment echter al kosten gemaakt voor het uitbrengen van de dagvaarding, griffiekosten en salaris gemachtigde. Infomedics hoefde daarom - zonder vergoeding van ook die kosten - de zaak niet in te trekken en kan aanspraak op vergoeding daarvan maken. [gedaagde] zal derhalve tevens veroordeeld worden tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van Infomedics tot op heden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding		€	  86,75</para>
      <para>- griffierecht		€	124,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde 	<emphasis role="underline">€	  72,00</emphasis>  ( 2 x tarief  € 36,00 )</para>
      <para>totaal 				€	282,75</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarover zal wettelijke rente worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van voldoening. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Vast staat dus dat [gedaagde] na het uitbrengen van de dagvaarding een bedrag van </para>
        <para>€ 200,87 aan Infomedics heeft betaald. Bij repliek heeft Infomedics haar eis met dit bedrag verminderd maar daarbij niet gespecificeerd waarop de betaling in mindering strekt. De kantonrechter zal dan ook verstaan dat het door [gedaagde] betaalde bedrag ad € 200,87 conform artikel 6:44 BW eerst in mindering strekt op de buitengerechtelijke kosten en verschenen wettelijke rente. Wat [gedaagde] meer heeft betaald aan de verschenen rente en buitengerechtelijke kosten strekt in mindering op de hoofdsom en de proceskosten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen de wettelijke rente over € 37,83 vanaf 8 februari 2020 tot 15 april 2020,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van Infomedics gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 160,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Type: NZ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>