<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:6324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T15:03:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/058722-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:6324">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:6324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T15:00:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:6324 Rechtbank Limburg , 26-08-2020 / 03/058722-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:6324:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Man veroordeeld tot 150 uur taakstraf omdat hij aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld door binnenshuis een licht ontvlambaar mengsel van olie en benzine te gebruiken om zijn waterpijp mee aan te maken. De rechtbank is daarom van oordeel dat het aan de schuld van verdachte is te wijten dat op 24 januari 2020 brand in zijn appartement is ontstaan, met alle gevaar van dien voor het appartementencomplex en de daar toen aanwezige bewoners; vrijspraak voor opzettelijke brandstichting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:6324:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 03/058722-20 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 augustus 2020 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,</para>
      <para>wonende te [adres 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 augustus 2020. Verdachte is verschenen. De officier van justitie en verdachte hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht <emphasis role="italic">(primair)</emphasis> dan wel dat verdachte een aan zijn schuld te wijten brand heeft veroorzaakt <emphasis role="italic">(subsidiair).</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De officier van justitie acht het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft in dit kader naar voren gebracht dat uit het dossier volgt dat door het handelen van verdachte brand in het appartement is ontstaan en dat door die brand gevaar voor de aanliggende appartementen en levensgevaar voor andere personen is ontstaan. Verdachte had echter niet de intentie brand in het appartement te stichten. Op basis van de inhoud van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting concludeert de officier van justitie dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van  verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat door zijn handelen brand in het appartement is ontstaan. Verdachte ontkent met opzet te hebben gehandeld. Verdachte wilde die avond waterpijp gaan roken en had kooltjes gekocht om de waterpijp mee aan te maken. Verdachte kreeg het kooltje echter niet aan het branden. Verdachte heeft vervolgens een mengsel van olie en benzine vanuit een flacon op een servetje gedaan en het kooltje met dit natte servetje besprenkeld. Hij heeft het kooltje vervolgens op het brandende fornuis gelegd, waarna het kooltje vlam vatte, evenals de flacon die op het aanrecht ernaast stond. Verdachte heeft eerst geprobeerd de brandende flacon met water te blussen, maar dit lukte niet. Vervolgens heeft verdachte de brandende flacon opgepakt, om deze in het toilet te gooien. De flacon was echter zo heet dat hij deze op weg naar het toilet heeft laten vallen. Het was toen niet meer mogelijk de brand te stoppen. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij niet wist dat de combinatie van benzine en vuur zo brandgevaarlijk was.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_43bf787b-9abe-4cde-ab65-07795846933e" />
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat door het handelen van verdachte op 24 januari 2020 te Vaals brand is ontstaan, gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting;<footnote-ref linkend="_f82d393b-0178-442d-96c6-81e413b71467" /></para>
      <para>- het proces-verbaal van de forensische opsporing.<footnote-ref linkend="_2bb93107-fda8-4190-b821-4ef4bf93cc33" /></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoe moet het gedrag van  verdachte worden gekwalificeerd?</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte opzettelijk brand in de woning heeft gesticht. Verdachte zal dan ook van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat op basis van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat het aan de schuld van verdachte te wijten is dat brand in het appartement is ontstaan. Verdachte heeft door een brandende gaspit in aanraking te brengen met een kooltje en een mengsel van olie en benzine aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld. Door deze brand is gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ontstaan. De rechtbank zal aldus het subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">subsidiair </emphasis>
        </para>
        <para>op 24 januari 2020 te Vaals aanmerkelijk onvoorzichtig een brandende gaspit in aanraking heeft gebracht met een kooltje en mengsmeer, ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest dat zijn woning (gelegen aan de [adres 2] ) is verbrand en daardoor gemeen gevaar voor alle goederen in en om die woning en het appartementencomplex waar voornoemde woning deel van uitmaakt en levensgevaar voor bewoners van voornoemd appartementencomplex en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners van voornoemd appartementencomplex ontstond.</para>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>aan zijn schuld brand te wijten is, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander ontstaat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf </title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 150 uur subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat heeft verdachte gedaan?</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft een mengsel van (smeer)olie en benzine vanuit een plastic flacon op een servetje gedaan en vervolgens het kooltje waarmee hij zijn waterpijp wilde aansteken met dat natte servetje besprenkeld. Door daarna het besprenkelde kooltje op de brandende gaspit te leggen, vatte het kooltje en de ernaast op het aanrechtblad staande plastic flacon vlam. Door binnenshuis een licht ontvlambaar mengsel van olie en benzine te gebruiken om zijn waterpijp mee aan te maken, heeft verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld. Het is dan ook de schuld van verdachte  dat op 24 januari 2020 in zijn appartement brand is ontstaan. De rechtbank neemt hem dat in het bijzonder kwalijk omdat de woning van verdachte zich op de bovenste verdieping van een appartementencomplex bevond. Bovendien ontstond de brand rond 22.30 uur, een tijdstip waarop veel mensen thuis zijn. Als gevolg van deze brand heeft verdachte schade aan zijn woning en een groot gevaar voor de omliggende appartementen en de in deze appartementen verblijvende personen veroorzaakt. Verdachte heeft door zo te handelen onrust en gevoelens van angst en onveiligheid voor de omwonenden en aanmerkelijke (financiële) schade veroorzaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daartegenover staat dat het nooit de intentie is geweest van verdachte zijn appartement,  zijn veilige thuishaven, in brand te steken. Uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting blijkt dat hij niets liever zou willen dan daarheen terug te keren. Verdachte voelde zich thuis in de woning en het raakt hem ontzettend dat hij door de brand zijn woning en al zijn persoonlijke eigendommen is verloren. Hij voelt zich, ver weg van Vaals, erg eenzaam en hoopt snel opnieuw een eigen woning te kunnen betrekken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is een gepaste straf?</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de aard van het delict en de persoonlijke omstandigheden van verdachte acht de rechtbank de oplegging van een taakstraf een passende strafmodaliteit. Zij acht de straf zoals door de officier van justitie geëist passend en geëigend. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot een taakstraf van 150 uur subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [Stichting] vordert een schadevergoeding van </para>
        <para>€ 76.817,43.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij </para>
        <para>niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De officier van justitie heeft in dit kader naar voren gebracht dat de vordering tot schadevergoeding en het wensenformulier elkaar tegenspreken, dat op het formulier geen totaalbedrag aan schade is ingevuld en dat de vordering onvoldoende is onderbouwd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [Stichting] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend ter hoogte van € 76.817,53 voor de schade in de door hen verhuurde woning aan de [adres 2] te Venlo.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt, evenals de officier van justitie, vast dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd is. De rechtbank kan zonder toereikende onderbouwing, die [Stichting] niet heeft gegeven, in dit strafgeding daarom niet vaststellen dat enig bedrag met betrekking tot de materiële schade toewijsbaar is. De vordering tot schadevergoeding zal worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 22c, 22d en 158 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde tot een taakstraf voor de duur van 150 uur;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van de benadeelde partij [Stichting] af;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.L.G. Geisel, voorzitter, mr. C.M. Nollen en </para>
      <para>mr. D.D. Kock, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J.M. Feron-Voncken, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 januari 2020 te Vaals opzettelijk</para>
      <para>brand heeft gesticht door een brandende gaspit, in ieder geval (open)</para>
      <para>vuur in aanraking te brengen met een kooltje en/of mengsmeer, althans</para>
      <para>met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan zijn woning (gelegen aan de [adres 2] ) geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan,</para>
      <para>en daarvan gemeen gevaar voor alle goederen in en om die woning</para>
      <para>en/of omliggende woningen en/of het appartementencomplex waar</para>
      <para>voornoemde woning deel van uitmaakt, in elk geval gemeen gevaar voor</para>
      <para>goederen en/of levensgevaar voor een of meer bewoners van voornoemd</para>
      <para>appartementencomplex, in elk geval levensgevaar voor een ander of</para>
      <para>anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer bewoners van</para>
      <para>voornoemd appartementencomplex, in elk geval gevaar voor</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 januari 2020 te Vaals, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam een brandende gaspit, in ieder geval (open) vuur in</para>
      <para>aanraking gebracht met een kooltje en/of mengsmeer, althans met (een) brandbare stof(fen),</para>
      <para>ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest, dat</para>
      <para>zijn woning (gelegen aan de [adres 2] ) geheel of gedeeltelijk is</para>
      <para>verbrand, in elk geval dat er brand is ontstaan,</para>
      <para>en daardoor gemeen gevaar voor alle goederen in en om die woning</para>
      <para>en/of omliggende woningen en/of het appartementencomplex waar</para>
      <para>voornoemde woning deel van uitmaakt, in elk geval gemeen gevaar voor</para>
      <para>goederen en/of levensgevaar voor  een of meer bewoners van voornoemd</para>
      <para>appartementencomplex, in elk geval levensgevaar voor een ander of</para>
      <para>anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor  een of meer bewoners van</para>
      <para>voornoemd appartementencomplex, in elk geval gevaar voor</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, ontstond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_43bf787b-9abe-4cde-ab65-07795846933e" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer [Nummer] , gesloten d.d. 20 februari 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 65.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f82d393b-0178-442d-96c6-81e413b71467" label="2">
    <para> De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 augustus 2020. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2bb93107-fda8-4190-b821-4ef4bf93cc33" label="3">
    <para> Het proces-verbaal forensisch brandonderzoek woning ( [adres 2] Vaals) d.d. 21 februari 2020, zonder doornummering </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>