<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:6175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T11:08:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8255071 CV 20-155</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:6175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:6175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T11:04:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:6175 Rechtbank Limburg , 19-08-2020 / 8255071 CV 20-155</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:6175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partijen hebben uitvoering gegeven aan hetgeen zij bij de comparitie zijn overeengekomen.De ingestelde vordering en de getroffen regeling is beperkt tot de buitenmuur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:6175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8255071 CV EXPL 20-155</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 19 augustus 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.<emphasis role="bold"> [eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonend te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde [naam gemachtigde] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend aan de [adres 1] , [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna (eisers gezamenlijk en in enkelvoud) [eisers] en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding </para>
      <para>- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord</para>
      <para>- de conclusie van antwoord</para>
      <para>- de rolbeslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald</para>
      <para>- de door [eisers] ten behoeve van de comparitie in het geding gebrachte aanvullende producties</para>
      <para>- het proces-verbaal van comparitie van 14 mei 2020</para>
      <para>- de akte uitlating van [eisers]</para>
      <para>- de akte uitlating van [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eisers] is eigenaar van het perceel gelegen aan de [adres 2] te [plaatsnaam] . [gedaagde] is woonachtig in het naastgelegen perceel, gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 2] . Tegen de buitenmuur van de woning van [eisers] is begroeiing geplant.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tegen de achtergrond van deze vaststaande feiten vordert [eisers] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [gedaagde] :</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de kadastrale erfgrens te respecteren en derhalve binnen zeven dagen na het vonnis  alle klimop (heesters), boom en andere begroeiing die zijn geplant tegen de buitenmuur van de woning van [eisers] (binnen de wettelijk bepaalde afstand van 50 centimeter van de grenslijn van het erf van [eisers] ) te verwijderen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 10.000,00,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>om binnen zeven dagen na het vonnis alle door klimop (heesters), boom en andere begroeiing ontstane gaten in de buitenmuur van de woning van [eisers] te dichten bij voorkeur door een daartoe gespecialiseerd bedrijf, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 10.000,00,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de kadastrale erfgrens in de toekomst te respecteren en dus geen heesters, bomen of heggen meer te planten binnen de wettelijk bepaalde afstand van de erfgrens van de woningen van partijen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot betaling van de proceskosten en nakosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, worden ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij gelegenheid van de comparitie van 14 mei 2020 zijn partijen overeengekomen:</para>
      <para />
      <para>1. Partijen zullen woensdag 20 mei aanstaande samen de betreffende muur opnemen en bezien tot welk punt de muur vrij van begroeiing gemaakt moet worden in verband met eventuele wateroverlast (einde badkamer). [gedaagde] zal de begroeiing dan tot dat punt verwijderen binnen veertien dagen, waarna [eisers] binnen veertien dagen daarna de muur zal dichtmaken. </para>
      <para />
      <para>2. Partijen zullen de kantonrechter na uitvoering hiervan berichten of de procedure kan worden ingetrokken.</para>
      <para />
      <para>3. Na uitvoering van het in deze overeenkomst bepaalde, verlenen partijen elkaar over en weer finale kwijting ter zake van het onderhavige geschil. <?linebreak?></para>
      <para>4. Partijen doen afstand van het recht deze overeenkomst te ontbinden of te doen ontbinden.<?linebreak?></para>
      <para>5. Partijen verzoeken de procedure door te halen onder compensatie van kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 14 juni 2020 deelt [gedaagde] aan [eisers] en de kantonrechter mee:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Op 2 juni jl heb ik u bericht dat de muur vrij is gemaakt van begroeiing. Op 9 juni bent u langsgekomen om de reparaties aan de muur te verrichten. Tijdens dit bezoek gaf u te kennen dat u het ook wenselijk achte de restant begroeiing in de rechter hoek te verwijderen. Aan dit verzoek heb ik inmiddels ook voldaan (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">U heeft de plekken met openstaande voegwerk inmiddels ook netjes bijgewerkt, maar ik zag dat de u het voegwerk achter de regenpijp (de aanhechting van uw muur aan mijn pand) niet heeft gerepareerd. Voor mij is dit verder prima, maar ik wil het wel opgemerkt hebben mochten zich onverwijld in de toekomst alsnog vochtproblemen hier ten gevolge van voordoen. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 15 juni 2020 deelt [eisers] aan [gedaagde] en de kantonrechter mee:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) de afspraak was dat u onze muur over de volledige lengte, zo bleek na bepaling vd badkamer/keuken, zou vrijmaken waarna wij de gaten in deze muur zouden dichten om toekomstige (water) schade te voorkomen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na het weghalen van de klimop komt u, als ik uw e-mail van zondag 14 mei goed begrijp, tot de conclusie dat uw begroeiing niet alleen onze muur heeft aangetast maar ook een stukje voegwerk tussen onze en uw muur.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het repareren hiervan was niet overeengekomen en kan ook niet de verwachting zijn (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Met verwijzing naar de tussen partijen gevoerde (en hiervoor deels weergegeven) e-mailcorrespondentie bericht [eisers] de kantonrechter dat een en ander niet is opgelost en de procedure dus niet kan worden ingetrokken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat de door [eisers] ingestelde vordering en de tussen partijen bij gelegenheid van de comparitie getroffen regeling is beperkt tot de buitenmuur van de woning van [eisers] . Dit brengt met zich dat de kantonrechter buiten de rechtsstrijd van partijen treedt indien hij een oordeel zou geven over het (niet gerepareerde) voegwerk achter de regenpijp. Die kwestie maakt immers geen onderdeel uit van de vordering van [eisers] en evenmin van de tussen partijen getroffen regeling. Nu uit de tussen partijen gevoerde e-mailcorrespondentie blijkt dat partijen uitvoering hebben gegeven aan hetgeen zij bij gelegenheid van de comparitie zijn overeengekomen, is de zaak afgedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>stelt vast dat partijen uitvoering hebben gegeven aan de door hen op 14 mei 2020 getroffen regeling en dat de zaak daarmee is afgedaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en is in het openbaar uitgesproken. </para>
        <para>CJ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>