<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:5691</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-13T09:00:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/264525 / HA ZA 19-262</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:5691">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:5691</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-11T10:42:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:5691 Rechtbank Limburg , 05-08-2020 / C/03/264525 / HA ZA 19-262</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:5691:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Intrekking vordering. </para>
        <para>Proceskostenveroordeling.</para>
        <para>Geen verhoging liquidatietarief.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:5691:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dacf96f7-e8c5-486c-889a-7e2d9fc8c7bd" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="01deb5f9-942c-4c42-9d65-259e946c4e50" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/264525 / HA ZA 19-262</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 5 augustus 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. S. Smeets te Venlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. G.F. Stelten te Steyl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verwijzingsvonnis van de kantonrechter van 15 mei 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating aan de zijde van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating aan de zijde van [eiser] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte vermeerdering c.q. wijziging van eis in conventie met producties 8, 9 en 10;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het B-formulier Doorhaling aan de zijde van [eiser] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het B-formulier Bezwaar tegen verzoek wederpartij aan de zijde van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het rolbericht van 30 april 2020;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte eiswijziging tevens inhoudende akte uitlating voortzetting procedure met productie 11;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het B-formulier Niet geregeld verzoek waarin [eiser] aangeeft zijn vorderingen in te trekken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het B-formulier Niet geregeld verzoek waarin [gedaagde] (eind)vonnis vraagt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het B-formulier Niet geregeld verzoek waarin [eiser] vonnis vraagt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft de door hem ingestelde vorderingen ingetrokken. De rechtbank begrijpt dit aldus dat [eiser] op deze vorderingen geen beslissing meer wenst en dat daarover dus geen geschil resteert. [gedaagde] heeft meerdere keren aangegeven belang te hebben bij een afwijzend vonnis, doch nu er geen vordering resteert is er voor de rechtbank niets waarover zij (al dan niet afwijzend) kan beslissen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het in deze procedure resterende geschil tussen partijen betreft enkel nog de proceskosten.  [gedaagde] vordert – samengevat - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de proceskosten. [eiser] heeft aangegeven bereid te zijn om de proceskosten te dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Met betrekking tot het salaris van de advocaat verzoekt [gedaagde] de rechtbank om het liquidatietarief te verhogen met 1,0 punt omdat zowel de “doorhaling” als de “eiswijziging” op tenminste 0,5 punt kunnen worden gewaardeerd. De rechtbank begrijpt het verzoek van [gedaagde] aldus dat zij minimaal 0,5 punt wenst voor haar bezwaar tegen het verzoek om doorhaling en minimaal 0,5 punt voor de antwoordakte eiswijziging tevens inhoudende akte uitlating voortzetting procedure. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.3.1.</nr>
        <para>Hoewel het liquidatietarief een niet-bindende richtlijn is, acht de rechtbank in dit geval geen buitengewone omstandigheden aanwezig om van het liquidatietarief af te wijken. Bij buitengewone omstandigheden moet worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatig procederen. Dat [eiser] één dag na indiening van de akte vermeerdering c.q. wijziging van eis in conventie om doorhaling van de procedure heeft verzocht, betekent niet dat daarvan sprake is. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.2.</nr>
        <para>Uit hetgeen overwogen in rechtsoverweging 2.3.1 volgt dat voor de antwoordakte 0,5 punt wordt toegekend en voor het bezwaar geen punten. Het bezwaar is namelijk een bericht in de zin van artikel 1.2 onderdeel h Procesreglement civiele dagvaardingszaken rechtbanken (zaken die zijn betekend vóór 1 oktober 2019) en geen akte in de zin van artikel 1.2 onderdeel g van datzelfde Procesreglement. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Aangezien [eiser] de door hem ingestelde vorderingen heeft ingetrokken, zal de rechtbank hem in de proceskosten te veroordelen. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht	€	     81,00</para>
      <para>- salaris advocaat	€ <emphasis role="underline">	1.357,50</emphasis> (2,5 punten × tarief € 543,00)</para>
      <para>Totaal		€ 	1.438,50</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.438,50,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.J.C.A. Roeffen en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2020.<footnote-ref linkend="_1c026c46-c1ad-4d30-b933-b4c1a3a9aa1d" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1c026c46-c1ad-4d30-b933-b4c1a3a9aa1d" label="1">
    <para>type: CL</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>