<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:5605</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-07T09:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 _ 1543</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:5605">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:5605</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-05T16:11:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:5605 Rechtbank Limburg , 30-07-2020 / AWB - 19 _ 1543</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:5605:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Subsidie.</para>
        <para>Belanghebbende (artikel 1:2 Awb).</para>
        <para>Aanvrager subsidie.</para>
        <para>Bezwaar niet ontvankelijk.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:5605:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">RECHTBANK limburg</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB/ROE 19/1543</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2020 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Stichting Argus Buurtplatform Statenkwartier</emphasis>, te Maastricht, eiseres,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">het college van Gedeputeerde Staten van Limburg</emphasis>, verweerder</para>
    <para>(gemachtigden: D.M.P.M. Narinx en P.J.M. Lardinois).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Procesverloop </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 22 januari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de subsidie voor het project “ [naam project] ” vastgesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 15 april 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2020. Namens eiseres zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>1. Naar aanleiding van een subsidieaanvraag van de gemeente Maastricht van 2 december 2013 voor het project ‘ [naam project] ’ heeft verweerder bij het primaire besluit de subsidie vastgesteld op een bedrag van € 165.841,10. Hierbij heeft verweerder, gelet op de bevindingen van de accountant, de kosten van buurtplatform Argus (eiseres) van € 30.463,15 niet subsidiabel geacht.</para>
  <para>2. Verweerder stelt zich op het standpunt -kort weergegeven- dat eiseres niet als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt. Aangezien voor het project aan de gemeente Maastricht subsidie is verleend, is slechts sprake van een afgeleid belang. Eiseres is alleen betrokken bij de uitvoering van het project en is niet (mede) de aanvrager en ontvanger van de subsidie.</para>
  <para>3. Eiseres voert in beroep aan -kort samengevat- dat zij wel degelijk een rechtstreeks belang heeft bij het subsidiebesluit, nu daarin is opgenomen dat de kosten van eiseres niet subsidiabel zijn.</para>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De rechtbank overweegt als volgt.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de artikelen 7:1 en 8:1 van de Awb kan een belanghebbende bezwaar maken respectievelijk beroep instellen tegen een besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 1:2, eerste lid, Awb definieert de belanghebbende als degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om van een rechtstreeks belang te kunnen spreken moet er volgens vaste rechtspraak een voldoende direct geraakt belang zijn. In de eis van direct geraakt belang komt tot uitdrukking dat er een voldoende causaal verband moet zijn tussen de gevolgen van een besluit en de belangen van een partij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van vaste jurisprudentie kan als belanghebbende bij een besluit tot subsidieverlening alleen worden aangemerkt de aanvrager van die subsidie en eventueel een derde op grond van zijn concurrentiepositie (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2258) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Vast staat dat eiseres onderhavige subsidie niet (mede) heeft aangevraagd. Eiseres is ook niet de ontvanger van de subsidie. Verder is niet in geschil dat eiseres geen concurrentiebelang heeft bij onderhavig besluit tot subsidieverlening (eiseres is immers geen concurrent van de subsidieontvanger). Ook wordt eiseres niet geraakt in een fundamenteel belang, in die zin dat bijvoorbeeld mensen hun baan verliezen door het bestreden besluit. De opgegeven uitgaven zien met name op de aanschaf van apparatuur en dergelijke.</para>
    <para />
    <para>6. Het financiële belang van eiseres is juridisch slechts een afgeleid belang, dat speelt in de relatie tussen eiseres en de gemeente Maastricht, en geen direct door het bestreden besluit geraakt belang. Dit maakt eiseres daarom, hoewel de rechtbank er begrip voor heeft dat eiseres dit anders voelt, juridisch geen belanghebbende bij het bestreden besluit.</para>
    <para />
    <para>7. Over het betoog van eiseres ter zitting dat zij (eerder) ook een subsidie-aanvraag heeft ingediend bij verweerder overweegt de rechtbank dat zij alleen over het bestreden besluit kan oordelen en dit besluit heeft (uitsluitend) betrekking op de aanvraag door de gemeente. Indien eiseres van mening is dat verweerder niet op haar aanvraag heeft beslist, staan daar andere rechtsmiddelen tegen open. </para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt. Dit betekent dat verweerder het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Het beroep is ongegrond. </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </title>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Snijders, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. D.H.J. Laeven, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: 30 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>