<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:5226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-24T09:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/278690 / KG ZA 20-221</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:5226">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:5226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-17T13:29:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:5226 Rechtbank Limburg , 16-07-2020 / C/03/278690 / KG ZA 20-221</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:5226:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Kort geding. Vordering tot staking executiemaatregelen. </para>
        <para>Executiemaatregelen niet aannemelijk gemaakt. Geen (spoedeisend) belang.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:5226:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="75a2fef4-6572-4f26-92e9-5ded2f55a0cf" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="166ef151-2f7e-4f37-80a8-a120a015a6a9" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/278690 / KG ZA 20-221</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 16 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ZINO HOLDING B.V.</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te Munstergeleen, gemeente Sittard-Geleen,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[eiseres sub 2]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseressen,</para>
      <para>advocaat mr. G.A.M.F. Spera,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. J.J.M. Goumans.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers zullen hierna gezamenlijk Zino Holding c.s. worden genoemd en eiseressen sub 1 en 2 zullen afzonderlijk respectievelijk Zino Holding en [eiseres sub 2] worden genoemd. Gedaagde zal [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 tot en met 11,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de producties A en B van [gedaagde] (e-mailcorrespondentie),</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de nadere productie van Zino Holding c.s. (e-mail 15 mei 2020),</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 2 juli 2020,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [gedaagde] (conclusie van antwoord).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vennootschap onder firma “ [naam vof] ” (hierna: de vof) is op 1 april 2014 ontbonden. Zino Holding en [gedaagde] waren vennoten in de vof. [eiseres sub 2] is directeur en enig aandeelhouder van Zino Holding. De afwikkeling van de gemeenschap van de ontbonden vof dient nog plaats te vinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tussen partijen zijn over die afwikkeling geschillen ontstaan. Die geschillen hebben geleid tot een bodemprocedure met zaaknummer C/03/253756 / HA ZA 18-415. In die procedure hebben partijen tijdens de comparitie op 20 december 2018 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarna de zaak is doorgehaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Blijkens het proces-verbaal van voormelde comparitie zijn partijen, voor zover hier van belang, het navolgende overeengekomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(..) 1. Dat zij een onafhankelijke accountant aanwijzen voor het opmaken van de eindbalans van [naam vof] per 30 april 2014. Tot de afrekening van [naam vof] behoren ook de resultaten van [bedrijfsnaam] te [vestigingsplaats 1] in voornoemde periode. Partijen wijzen daarbij kantoor [naam kantoor 1] te [vestigingsplaats 2] aan, die bij bindend advies de eindbalans zal vaststellen. De kosten die daarmee gemoeid zijn, worden door partijen, ieder voor de helft, gedragen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Partijen zijn gehouden alle stukken die kantoor [naam kantoor 1] opvraagt op eerste verzoek aan te leveren aan dit kantoor. Mocht één van partijen hier binnen een termijn van 14 dagen geen gehoor aan geven, dan is die partij een boete verschuldigd van € 250,- per dag dat het stuk niet in het bezit is van voornoemd kantoor. Die boete is in privé verschuldigd, inhoudende dat [eiseres sub 2] en [gedaagde] worden aangesproken.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">3. De stukken die partijen in ieder geval bij kantoor [naam kantoor 1] aanleveren zijn: </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- de volledige financiële administratie van [bedrijfsnaam] te [vestigingsplaats 1] , bestaande uit: alle bankafschriften, declaraties, onderliggende bescheiden en de grootboekrekeningen over de jaren 2010, 2011, 2012, 2013, tot en met 30 april 2014;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- ten aanzien van de panden genoemd in productie 3 bij de conclusie van antwoord de dossiers met de bemiddelingsopdrachten, de eventuele ingetrokken opdrachten en de courtage nota’s van de verkochte panden. (..)”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Kantoor [naam kantoor 1] heeft de opdracht op enig moment teruggegeven. Partijen kwamen er daarna niet (meteen) uit wie als nieuwe deskundige benoemd diende te worden. Zino Holding heeft in kort geding de voorzieningenrechter vervolgens, onder meer, verzocht om een onafhankelijke deskundige registeraccountant te benoemen. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 19 april 2019 (zaaknummer: C/03/262211 / KG ZA 19-133), voor zover hier van belang, als volgt overwogen (r.o. 4.2):</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(..) Het gevorderde leent zich, gelet op de aard en strekking ervan, niet voor afdoening in kort geding, alleen al niet omdat een deskundige niet door de rechter kan worden benoemd zonder dat een eventueel te benoemen deskundige daarover minimaal is gehoord en zich bereid heeft verklaard. Dat aldus de letterlijke vordering moet worden afgewezen betekent niet het einde van dit geschil indien zich andere oplossingen laten bedenken die passen binnen het kader van het gevorderde. (..)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter heeft in dat verband onder meer, voor zover hier van belang, als volgt beslist:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(..)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">bepaalt dat partijen binnen twee weken na betekening van dit vonnis, elk afzonderlijk een accountant moeten aanwijzen en dat partijen aan de eigen aangewezen accountant de opdracht moeten geven om:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1) in overleg te treden met de andere door de wederpartij aangewezen accountant;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2) in dat overleg tot de aanwijzing van een (derde) onafhankelijke accountant te komen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">3) aan die derde accountant de opdracht namens partijen te geven om bij bindend advies de eindbalans van [naam vof] per 30 april 2014 op te maken, daarbij meenemend de resultaten van [bedrijfsnaam] te [vestigingsplaats 1] in voornoemde periode, </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(..)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Kantoor [naam kantoor 2] en advies (hierna: kantoor [naam kantoor 2] ) is vervolgens door partijen aangesteld als accountant. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij e-mail van 3 april 2020 heeft [naam medewerker] van kantoor [naam kantoor 2] (hierna: [naam medewerker] ) [gedaagde] en [eiseres sub 2] , voor zover hier van belang, als volgt bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(..) wij zijn al enige tijd verschillende documenten aan het opvragen om (..) grondig onderzoek (..) nog op een aantal documenten aan het wachten. Wij willen u beide vragen mee te werken en ons de gevraagde documenten aan te leveren, zodat wij alles compleet hebben (..)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam medewerker] heeft [gedaagde] (in cc [eiseres sub 2] ) bij e-mail van 9 april 2020 (14:36) onder meer als volgt bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(..) Wij hebben u op 03-04-2020 net zoals [eiseres sub 2] een mail gestuurd inzake de stukken die wij nog dienen en wensen te ontvangen van uw beide. Wij hebben deze gegevens nodig om een onderzoek te kunnen verrichten, zonder deze stukken kunnen wij niets. Wij willen dus alle benodigde en bevraagde gegevens van u beide ontvangen. (..)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>In een e-mail van 1 mei 2020 gericht aan [gedaagde] schrijft de heer [naam medewerker] het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ (..) Wij hebben nog geen Nederlandse pandenlijst met de vermelding van wat niet verkocht is en wat wel verkocht is en de bijhorende courtages mogen ontvangen. De advocaat van mevrouw [eiseres sub 2] (de heer Spera) heeft ons aangegeven deze aanstaande woensdag 6 mei 2020 te komen overhandigen. (..)” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De heer [naam medewerker] bericht [eiseres sub 2] op 15 mei 2020 onder meer als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(..) Zoals laats besproken zouden wij de aangereikte lijsten NL en DE van u en de heer [gedaagde] vergelijken en u deze laten toekomen. Naast uw eigen lijsten treft u in de bijlage ook de lijsten van de heer [gedaagde] aan. (..) Wij hebben reeds van u de toelichting ontvangen van deze Duitse lijst (..)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ook treft u de pandenlijsten NL van u beide aan. (..) Wij hebben reeds van u de toelichting ontvangen op de desbetreffende panden, deze had u verzameld in de klapper achter deze lijst. (..)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij exploot van 14 mei 2020 heeft de deurwaarder op verzoek van [gedaagde] aan Zino Holding en [eiseres sub 2] betekend: 1) de grosse van bovenvermeld proces-verbaal van comparitie en 2) de grosse van bovenvermeld vonnis in kort geding.</para>
        <para>Voormelde deurwaarder heeft in dat exploot voorts:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Bevel gedaan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aan gerekwireerde sub 1 om </emphasis>binnen 14 dagen na heden<emphasis role="italic"> aan de inhoud van het hierbij betekende proces-verbaal van comparitie hoofdelijk te voldoen door alle stukken die de aangewezen accountant opvraagt op eerste verzoek aan te leveren aan deze accountant, dit betreft in ieder geval, de stukken die partijen in ieder geval bij kantoor van de aangewezen accountant dient aan te leveren:</emphasis></para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De volledige financiële administratie van [bedrijfsnaam] te [vestigingsplaats 1] , bestaande uit: alle bankafschriften, declaraties, onderliggende bescheiden en de grootboekrekeningen over de jaren 2010, 2011, 2012, 2013, tot en met 30 april 2014;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van de panden genoemd in productie 3 bij de conclusie van antwoord de dossiers met de bemiddelingsopdrachten, de eventuele ingetrokken opdrachten en de courtage nota’s van de verkochte panden. </emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Aangezegd</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat, wanneer aan vorenstaand bevel geen gevolg mocht worden gegeven, gerekwireerde sub 2 een boete verschuldigd is van € 250,- per dag dat voormelde stukken niet in het bezit zijn van voormelde accountant zijn. (..)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Zino Holding c.s. vorderen  samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te gebieden om zijn executiemaatregelen te staken en gestaakt te houden,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, de buitengerechtelijke kosten en de nakosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Zino Holding c.s. lichten ter zitting toe dat het voor hen in deze procedure gaat om het, op verzoek van [gedaagde] , door de deurwaarder aan Zino Holding en [eiseres sub 2] betekende exploot van 14 mei 2020. Zij verwijzen in dit verband naar de tweede pagina van dat, door hen als productie 3 ingebrachte, exploot (tevens als productie 8 ingebracht). Zij verwijzen in het bijzonder naar hetgeen is vermeld onder het kopje “bevel gedaan” (zie r.o. 2.10).</para>
        <para>Volgens Zino Holding c.s. blijkt nergens uit dat de dwangsommen zijn verbeurd dan wel dat niet is voldaan aan de in het proces-verbaal van 20 december 2018 opgenomen regeling. [gedaagde] heeft dan ook primair geen belang, maakt subsidiair misbruik van recht en handelt meer subsidiair onrechtmatig jegens Zino Holding c.s. door het laten uitbrengen van meergenoemd exploot. Zino Holding c.s. hebben voldaan aan de regeling in voornoemd proces-verbaal. De opgevraagde stukken zijn op 6 mei 2020 overhandigd. Zino Holding c.s. verwijzen in dat verband naar de door hen ingebrachte e-mail van 15 mei 2020 en de door [gedaagde] overgelegde e-mail van 1 mei 2020 (productie B). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] betwist dat sprake is van een executoriale maatregel. </para>
        <para>De betekening van meergenoemd exploot was ingegeven door het feit dat niet tijdig door Zino Holding c.s. (volledig) is voldaan aan het verzoek (op 3 april 2020) tot het aanleveren van de stukken. Aan dit verzoek diende blijkens de vaststellingsovereenkomst, op straffe van een boete van € 250,- per dag, binnen veertien dagen gehoor gegeven te worden. Het betreft volgens [gedaagde] (veeleer) een waarschuwing. Verder is er door [gedaagde] in dit verband ook niets (meer) ondernomen. Gelet op de overgelegde correspondentie kan er aldus [gedaagde] vanuit worden gegaan dat de (op 3 april 2020) verlangde stukken op 6 mei 2020 door Zino Holding c.s. zijn aangeleverd. Dit neemt echter niet weg dat dit te laat is, nu voormelde termijn van veertien dagen is overschreden (periode 17 april 2020 tot en met 5 mei 2020). Wat [gedaagde] hiermee gaat doen weet hij (nog) niet. Het betreft aldus [gedaagde] overigens geen dwangsom, maar een boete.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter overweegt als volgt.</para>
        <para>Het exploot van 14 mei 2020 behelst een bevel om binnen veertien dagen na betekening aan de in meergenoemd proces-verbaal opgenomen regeling te voldoen. Het bevel ziet concreet op het (in zijn algemeenheid) aanleveren van alle stukken die de aangewezen accountant (op eerste verzoek) opvraagt en in het bijzonder op de onder het eerste en tweede gedachtestreepje opgesomde stukken. In voormeld exploot is voorts een aanzegging vervat dat, wanneer niet aan dit bevel wordt voldaan, een boete verschuldigd is van € 250,- per dag. </para>
        <para>Van enige concrete actie met als doel aanspraak te maken op verbeurde boetes of dwangsommen dan wel van enige andere executoriale maatregel is, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, niet gebleken. Dat niet kan worden uitgesloten dat [gedaagde] , zich baserende op de vaststellingsovereenkomst of anderszins, in de toekomst mogelijk nog aanspraak wenst te maken op een (concreet) boetebedrag, maakt dit niet anders. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Zino Holding c.s. hebben gelet op het voorgaande niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van (daadwerkelijke) executiemaatregelen. Zij hebben daarom evenmin aannemelijk gemaakt dat zij (een spoedeisend) belang hebben bij de door hen ingestelde vordering tot staking van executiemaatregelen. De vorderingen van Zino Holding c.s. zullen dan ook worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Zino Holding c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht	€ 	  304,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	980,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	1.284,00</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Zino Holding c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.284,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis, wat betreft de kostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H.A. Venner-Lijten en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_ff3b4795-0d44-421d-8745-0b49fcc545dd" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_ff3b4795-0d44-421d-8745-0b49fcc545dd" label="1">
    <para>type: CB</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>