<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:4076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-10T14:50:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/277917 / BZ RK 20/889</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:4076">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:4076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-10T14:48:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:4076 Rechtbank Limburg , 29-05-2020 / C/03/277917 / BZ RK 20/889</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:4076:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ex artikel 37 Wzd.</para>
        <para>Beschikking 29-05-2020: afwijzing voor de resterende termijn.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:4076:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie en jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/277917 / BZ RK 20/889</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking van 29 mei 2020 van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ten aanzien van</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam betrokkene] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats betrokkene] op [geboortedag betrokkene] 1943,</para>
      <para>wonend te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,</para>
      <para>verblijvende in het Integraal Expertisecentrum Psychogeriatrie te Venlo,</para>
      <para>hierna te noemen betrokkene,</para>
      <para>advocaat: mr. Y.W.A.M. van der Koelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 14 mei 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft op 18 mei 2020 een beschikking gegeven naar de inhoud waarvan zij verwijst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vanwege het Coronavirus (COVID-19) heeft de Rechtspraak besloten alle rechtbanken te sluiten. Gelet op de recente ontwikkelingen worden steeds meer zaken wel behandeld. Urgente zaken zoals de onderhavige gaan door met dien verstande dat betrokkene samen met de advocaat door middel van telehoren wordt gehoord en niet in fysieke aanwezigheid. De rechtbank wil met deze maatregelen voorkomen dat het Coronavirus verder wordt verspreid. Hoewel de rechtbank veel waarde hecht aan het horen van betrokkene in fysieke aanwezigheid laat zij thans het belang van de volksgezondheid in het algemeen en de veiligheid van haar medewerkers in het bijzonder prevaleren. Het betreffen uitzonderlijke tijden die tot uitzonderlijke maatregelen nopen. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat namens betrokkene geen bezwaar is gemaakt tegen deze manier van horen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek is op 29 mei 2020 voortgezet door middel van telehoren. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>betrokkene; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de advocaat van betrokkene mr. Van der Koelen; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de specialist ouderengeneeskunde dr. Dandachi.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 29 in combinatie met artikel 37 Wet zorg en dwang kan tot voortzetting van de inbewaringstelling worden beslist als:</para>
      <para>a. er sprake is van ernstig nadeel;</para>
      <para>b. het ernstig nadeel zodanig onmiddellijk dreigend is dat een rechterlijke machtiging als bedoeld in artikel 24, eerste lid, niet kan worden afgewacht;</para>
      <para>c. het ernstige vermoeden bestaat dat dit ernstige nadeel wordt veroorzaakt door het gedrag van de persoon als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie hiervan;</para>
      <para>d. de inbewaringstelling noodzakelijk is om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden;</para>
      <para>e. de inbewaringstelling geschikt is om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden, en</para>
      <para>f. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstige nadeel te voorkomen of af te wenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de beschikking van 18 mei 2020 is overwogen dat sprake is van ernstig nadeel vanwege het risico dat thuis een escalatie ontstaat.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is gebleken dat niet meer zicht is ontstaan op de ernst en gevolgen van de neurocognitieve stoornis van betrokkene. Toegelicht is dat zij haar zelfzorg zelf regelt en ook zelf structuur in haar dag aanbrengt. Er zijn wel geheugenproblemen waardoor duidelijk is dat minimaal sprake is van een lichte vorm van dementie. Volgens de specialist ouderengeneeskunde is als gevolg van de dementie sprake van herbelevingen van huiselijk geweld van jaren geleden, waardoor betrokkene agressief gedrag richting haar echtgenoot laat zien en ook agressie opwekt. Desgevraagd is echter verteld dat niet is onderzocht of daadwerkelijk niet langer sprake is van huiselijk geweld, waardoor onduidelijk is gebleven hoe is vastgesteld dat het gaat om herbelevingen in plaats van daadwerkelijke (recente) gebeurtenissen. Nadere gesprekken met de echtgenoot van betrokkene dienen nog plaats te vinden. Daarnaast is desgevraagd aangegeven dat in de thuissituatie geen ambulante zorg zoals thuiszorg of hulp bij dementie was ingezet. Volgens betrokkene was dit thuis ook (nog) niet noodzakelijk, omdat zij alles zelf regelt. Mede hierdoor kan niet objectief worden vastgesteld of betrokkene of haar echtgenoot de waarheid vertelt over de thuissituatie. Er heeft tot op heden geen nadere onderbouwing van het verzoek plaatsgevonden. De specialist ouderengeneeskunde heeft betoogd dat onvrijwillige opname noodzakelijk is, om te onderzoeken hoe ernstig de beperkingen van betrokkene zijn en hoe zich dit verhoudt tot het ernstig nadeel. Betrokkene zou moeten worden beschermd tegen zichzelf en tegen haar echtgenoot, aldus de specialist ouderengeneeskunde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het betoog van de specialist ouderengeneeskunde miskent naar het oordeel van de rechtbank dat voortzetting van een inbewaringstelling een vorm van onvrijwillige zorg is die ernstig ingrijpt in iemands persoonlijke levenssfeer en een uiterst redmiddel moet zijn. Slechts als er een ernstig vermoeden is dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door het gedrag van de persoon als gevolg van de psychogeriatrische aandoening is voldaan aan één van de wettelijke eisen. Gelet op wat hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak onvoldoende is onderbouwd dat aan deze wettelijke eis is voldaan. Verder is relevant dat alternatieven om het ernstig nadeel af te wenden (zoals een verblijf van betrokkene óf haar echtgenoot bij een familielid) niet zijn onderzocht en tot op heden geen enkele vorm van ambulante zorg is ingezet. Bovendien is niet duidelijk geworden wat de status is van de relatie tussen betrokkene en haar echtgenoot en of mogelijk voorlopige voorzieningen in het kader van een echtscheidingsprocedure een oplossing kunnen bieden voor de gespannen thuissituatie. Hierdoor is ook onvoldoende onderbouwd dat de inbewaringstelling noodzakelijk is en er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen voor de resterende duur. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is op 29 mei 2020 mondeling gegeven door mr. L. Bastiaans, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door P.C.H. van Montfort als griffier, en op 5 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.</para>
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>
                <emphasis role="italic">Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>