<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:1918</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-17T12:18:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/700246-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:1918">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:1918</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-10T15:00:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:1918 Rechtbank Limburg , 09-03-2020 / 03/700246-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:1918:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Megazaak Landlord. Vrijspraak van medeplegen van het laten opnemen van een verkeerde koopprijs in een notariële akte en witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:1918:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/700246-12</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 maart 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>wonende te [Adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.J.M. Goltstein, advocaat kantoorhoudende te Kerkrade.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft op 11 oktober 2013 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, waarna de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld. Het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 12 november 2015 dit vonnis vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank teneinde deze op de bestaande tenlastelegging te berechten en af te doen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak vervolgens inhoudelijk behandeld op de zittingen van 1, 12, 15 en 19 november 2019. Op de zitting van 4 maart 2020 is het onderzoek gesloten. De raadsman is – met uitzondering van 4 maart 2020 – op voornoemde dagen verschenen en verdachte is verschenen op 12, 15 en 19 november 2019. De officieren van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte al dan niet samen met anderen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1: </emphasis>in een notariële akte een valse opgave heeft doen opnemen aangaande de koopprijs van een pand;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> een geldbedrag van 45.000 euro heeft witgewassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De standpunten van de officieren van justitie en de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De officieren van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officieren van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank overweegt daartoe als volgt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan verdachte en zijn echtgenote, [medeverdachte 1] , wordt verweten dat zij bij de verkoop van hun pand aan de [Adres 2] te Heerlen een valse opgave van de verkoopprijs hebben gedaan in een leveringsakte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] op 28 oktober 2005 het betreffende pand via [Makelaar] hebben verkocht aan [Medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , die hun -destijds minderjarige- zoon [medeverdachte 3] vertegenwoordigden, voor een bedrag van 205.000 euro. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben verklaard dat zij aanvankelijk een bedrag van 250.000 euro hadden gevraagd, maar uiteindelijk op 205.000 euro zijn uitgekomen. Op 10 januari 2006 werd het pand voor deze prijs geleverd en betaald op de derdenrekening van de notaris. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het dossier wordt er vanuit gegaan dat naast de in de leveringsakte genoemde koopprijs van 205.000 euro door [Medeverdachte 1] nog een contant geldbedrag van 45.000 euro zou zijn betaald. Dit wordt met name afgeleid uit het feit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] een week na de levering een contant geldbedrag van 50.000 euro hebben gestort op hun Belgische bankrekening. [verdachte] en [medeverdachte 1] worden er tevens van verdacht dat zij het bedrag van 45.000 euro op deze manier hebben witgewassen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben verklaard dat het bedrag van 50.000 euro afkomstig was van hun Nederlandse Rabobankrekening waarop het bedrag is uitbetaald dat resteerde na de verkoop van het pand, na aftrek van alle hypotheken en verdere kosten. Zij hebben die 50.000 euro op hun Belgische bankrekening gestort en de Rabobankrekening in Nederland opgeheven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze verklaring wordt ondersteund door de bevindingen uit het onderzoek dat is uitgevoerd naar de bankgegevens van [medeverdachte 1] en [verdachte] . Daaruit is immers gebleken dat zij op 11 januari 2006 van de notaris in verband met de verkoop van het pand een bedrag van 81.433,56 euro hebben ontvangen. </para>
        <para>Op 17 januari 2006 – een week na de levering – hebben zij twee grote geldbedragen opgenomen, te weten 40.000 euro en 30.000 euro. Op 18 januari 2006 werd vervolgens op de Belgische rekening van [medeverdachte 1] en [verdachte] een contant geldbedrag van 50.000 euro gestort. Het dossier bevat voorts geen enkel bewijs dat het betreffende geldbedrag afkomstig zou zijn van een andere, niet legale bron.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op bovenstaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in werkelijkheid een hoger bedrag hebben ontvangen dan de in de leveringsakte vermelde koopprijs van 205.000 euro, zodat geen sprake is van een valselijk opgemaakte notariële akte, noch van witwassen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal verdachte derhalve integraal vrijspreken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. A.K. Kleine en </para>
      <para>mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para> hij op of omstreeks 10 januari 2006 in de gemeente Heerlen, in elk geval in het arrondissement Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in (een) notariële akte(n), te weten (een) leveringsakte(n) van het pand gelegen aan de [Adres 2] te Heerlen opgemaakt door een notaris, te weten [Naam] , valselijk heeft doen opnemen dat de koopprijs van voornoemd pand 205.000 euro bedroeg, van de waarheid van welk(e) feit(en) die akte moest doen blijken, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat de werkelijke en/of de te betalen koopprijs hoger was, zulks met het oogmerk om die akte(n) of (een) afschrift(en) daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave(n) in overeenstemming met de waarheid; </para>
    <para />
    <para>2. </para>
    <para>hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2005 tot en met 9 juni 2010, in de gemeente Heerlen, althans in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geldbedrag, te weten 45.000 euro, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, althans van een geldbedrag, te weten 45.000 euro, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>