<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:1916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-17T12:07:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/702899-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:1916">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:1916</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-10T12:09:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:1916 Rechtbank Limburg , 09-03-2020 / 03/702899-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:1916:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Megazaak Landlord. Veroordeling voor wegens het medeplegen van het laten opnemen van een verkeerde koopprijs in een notariële akte. 9a Sr.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:1916:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/702899-10</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 maart 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [gebdd en plaats] 1960,</para>
      <para>wonende te [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.N.I. Spauwen, advocaat kantoorhoudende te Sittard.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft op 11 oktober 2013 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, waarna de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld. Het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 12 november 2015 dit vonnis vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank teneinde deze op de bestaande tenlastelegging te berechten en af te doen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak vervolgens inhoudelijk behandeld op de zittingen van 1, 12, 15 en 19 november 2019. Op de zitting van 4 maart 2020 is het onderzoek gesloten. De verdachte is op 1 en 12 november 2019 verschenen, haar raadsman werd die data waargenomen door raadsvrouw mr. Reijntjes. Op 15 en 19 november 2019 is verdachte niet verschenen, maar wel haar gemachtigde raadsman en op 4 maart 2020 zijn beiden niet verschenen. De officieren van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met anderen, in een notariële akte valse opgave heeft doen opnemen aangaande de koopprijs van het pand aan de [adres 2] te Heerlen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De standpunten van de officieren van justitie en de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De officieren van justitie hebben – zoals opgenomen in het overgelegde schriftelijke requisitoir – gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_e59e2eaf-f9e7-40ba-ac38-75d6c09fee5f" />
        </para>
        <para>Het pand aan de [adres 2] te Heerlen betreft een café met woongedeelte dat in 2002 eigendom was van verdachte [verdachte] en haar zoon. [verdachte] heeft medio 2002 het pand via makelaar [naam 1] te koop aangeboden voor 158.823 euro.<footnote-ref linkend="_16a4ec2f-3a6b-46cc-beb3-cd14c1a50d18" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 14 oktober 2002 werd een koopovereenkomst opgemaakt waarin het pand door [verdachte] werd verkocht aan [naam 2] voor een bedrag van 67.500 euro.<footnote-ref linkend="_5ff9a58f-f86f-491b-951a-166a0018f14d" /> Het pand werd op 24 december 2002 door [verdachte] aan [naam 3] geleverd. [naam 3] had daartoe een medewerkster van het notariskantoor gemachtigd. In de leveringsakte, opgemaakt door kandidaat notaris [naam 4] , staat een koopprijs van 67.500 euro vermeld. <footnote-ref linkend="_5883945e-7de9-42c9-8680-6d7f75467cff" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat zij via makelaar [naam 1] in contact is gekomen met [naam 2] . Bij het ondertekenen van het koopcontract heeft verdachte al 5.000 euro van [naam 2] gekregen. Haar huisgenoot [naam 5] was daarbij aanwezig. [naam 2] had haar beloofd dat zij bij het passeren van de akte bij de notaris in Kerkrade nog een bedrag contant in een envelop zou krijgen. Verdachte geeft aan dat zij wist dat in de notariële akte een onjuiste koopprijs is opgenomen. Het initiatief om zo te handelen en contant geld naast het bedrag genoemd in de akte te ontvangen, ging uit van [naam 2] . In het notariskantoor bij het passeren van de akte kwam [naam 2] niet opdagen. Het bedrag heeft zij nooit gekregen.<footnote-ref linkend="_743f2a9c-9736-4232-b095-3430a17da9c3" /> Verdachte heeft aanvullend verklaard dat de overeengekomen prijs voor het pand 90.000 euro betrof. Makelaar [naam 1] heeft namens haar onderhandeld.<footnote-ref linkend="_55032cae-9a85-48a2-8ce8-f1461b88732c" />  [naam 1] zei dat [naam 2] nog wel een bedrag zou geven van 20.000 euro, maar uiteindelijk bleek het een bedrag van 15.000 euro. Verdachte is met dat bedrag akkoord gegaan.<footnote-ref linkend="_aa49a34a-9950-4151-babd-c9deae0369d2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [naam 5] heeft deze gang van zaken bevestigd. [naam 5] heeft </para>
        <para>- zakelijk weergegeven - verklaard dat het pand in 2002 bij [naam 1] te koop stond voor 150.000 euro, maar [naam 1] zei dat het moeilijk zou zijn om dat bedrag voor het pand te krijgen. Op een gegeven moment kwam [naam 2] die uiteindelijk 90.000 euro voor het pand bood, waarvan 15.000 euro zwart. [verdachte] zou 5.000 euro contant krijgen bij de ondertekening van de koopovereenkomst en 10.000 euro contant als zij de akte ondertekende bij de notaris. [naam 2] zei verder dat als hij niet aanwezig zou zijn, zijn vrouw in zijn plaats aanwezig zou zijn en als die er ook niet was dan zou een envelop met geld klaar liggen bij de notaris, die deze dan aan haar zou overhandigen. Verder verklaarde [naam 5] dat [naam 2] tijdens de onderhandeling bij de aankoop vroeg of het mogelijk was dat hij een bedrag onder tafel voor het pand kon betalen, aangezien hij in het bezit was van zwart geld. Hij deed dat vaker bij het kopen en verkopen van huizen.<footnote-ref linkend="_1399ae65-3ef7-4ac8-bf26-fbfdf622b935" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Makelaar [naam 1] heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat [verdachte] hem had benaderd voor de verkoop van het pand [adres 2] te Heerlen. [naam 1] had het pand getaxeerd en geadverteerd met een verkoopprijs van 158.823 euro. Via een kennis was [naam 1] er op gewezen dat hij voor de verkoop van het pand contact moest opnemen met [naam 2] . [naam 1] vond 100.000 euro een reëlere prijs. Toen hij geconfronteerd werd met de koopprijs van 67.500 euro begon hij te lachen. Hij vond die prijs te laag voor dat pand en vermoedde dat een gedeelte van de koopprijs zwart betaald was. Het verschil tussen de vraagprijs in de advertentie en de verkoopprijs is wel erg groot.<footnote-ref linkend="_9bc7ad83-e75a-4709-a7ab-c89fbd3b3e00" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte het pand aan de [adres 2] te Heerlen op 14 oktober 2002 aan [naam 2] heeft verkocht. Het pand werd vervolgens op 24 december 2002 geleverd aan [naam 3] . In de leveringsakte, opgemaakt door notaris [naam 4] , staat als koopprijs genoemd een bedrag van 67.500 euro. Verdachte heeft echter verklaard dat afgesproken was dat zij daarnaast nog een contant bedrag van 15.000 euro voor het pand zou krijgen van [naam 2] , waarvan zij daadwerkelijk 5.000 euro heeft ontvangen bij het tekenen van de koopovereenkomst hetgeen wordt bevestigd door getuige [naam 5] . </para>
        <para>Het bedrag van 67.500 euro dat in de leveringsakte is opgenomen, betreft dan ook niet de daadwerkelijk overeengekomen koopprijs, maar enkel het via de notaris betaalde bedrag. In werkelijkheid was een hogere koopprijs overeengekomen. Hiervan heeft verdachte een bedrag van 5.000 euro contant ontvangen. Dat betekent dat de leveringsakte valselijk is opgemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht derhalve het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 24 december 2002 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, in een notariële akte, te weten een leveringsakte van het pand gelegen aan de [adres 2] te Heerlen, opgemaakt door een notaris, te weten kandidaat-notaris [naam 4] , valselijk heeft doen opnemen dat de koopprijs van voornoemd pand 67.500 euro bedroeg, van de waarheid van welk feit die akte moest doen blijken, terwijl verdachte en haar mededader wisten dat de werkelijke koopprijs hoger was, zulks met het oogmerk om die akte of afschriften daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>medeplegen van in een authentieke akte een valse opgave doen opnemen aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf en/of de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officieren van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officieren van justitie hebben gevorderd aan verdachte op te leggen een geldboete van 2.000 euro bij niet betaling te vervangen door 40 dagen hechtenis.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging gewezen op de forse overschrijding van de redelijke termijn, het blanco strafblad van verdachte en de omstandigheden waaronder verdachte destijds is bewogen om bij de notaris haar handtekening te zetten. Voorts heeft verdachte geen baat gehad van de afspraak met [naam 2] , want zij heeft tot op heden het afgesproken contante bedrag niet volledig ontvangen. Deze zaak heeft voor verdachte niet alleen op persoonlijk vlak een grote impact gehad maar ook en met name heeft zij hierdoor financiële schade geleden. Gelet op deze omstandigheden in combinatie met haar persoonlijke omstandigheden, heeft de raadsman verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In 2009 is het onderzoek Landlord gestart naar onder meer vermoedelijk gepleegde fiscale strafbare feiten in de vastgoedhandel van de familie [naam 2] en in het bijzonder de rol van [naam 2] , waarbij ook enkele personen met wie hij zaken heeft gedaan - waaronder verdachte - in beeld kwamen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het kader van dit onderzoek is verdachte op 21 april 2010 aangehouden, hetgeen de rechtbank aanmerkt als eerste daad van vervolging. Het onderzoek heeft geresulteerd in een dossier van meer dan 30.000 pagina’s dat op 30 januari 2012 is gesloten en is ingezonden naar het openbaar ministerie. De zaak is voor het eerst op 5 april 2012 op zitting aangebracht. Na de beslissing tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en de terugwijzing door het gerechtshof in verband met de gegrondverklaring van het hoger beroep bij arrest van 12 november 2015, heeft het vervolgens tot 1 november 2019 geduurd tot deze zaak opnieuw op zitting is aangebracht. Het vonnis in deze zaak van 9 maart 2020 wordt gewezen bijna tien jaar na de eerste daad van vervolging. De rechtbank is van oordeel dat hierdoor sprake is van een zeer forse overschrijding van de in artikel 6 EVRM bedoelde redelijke termijn en zij zal hiermee in het voordeel van verdachte bij de strafoplegging rekening houden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft verdachte thans schuldig bevonden aan het medeplegen van het valselijk laten opmaken van een authentieke akte bij de verkoop van haar pand. In het maatschappelijk en economisch verkeer dient men vertrouwen te kunnen stellen in de juistheid van bepaalde, voor dat verkeer essentiële akten en geschriften. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel door dergelijk handelen dit vertrouwen wordt ondermijnd, acht de rechtbank het, gelet op de geringe rol van verdachte, de zeer forse overschrijding van redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, niet meer passend om verdachte nu nog een straf of maatregel op te leggen. De rechtbank zal daarom onder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel opleggen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geen straf of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat ter zake het bewezenverklaarde <emphasis role="underline">geen straf of maatregel</emphasis> wordt opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. A.K. Kleine en </para>
      <para>mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 24 december 2002 in de gemeente Heerlen, in elk geval in het arrondissement Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in (een) notariële akte(n), te weten (een) leveringsakte(n) van het pand gelegen aan de [adres 2] te Heerlen, opgemaakt door een notaris, te weten kandidaat-notaris [naam 4] , valselijk heeft doen opnemen dat de koopprijs van voornoemd pand 67.500 euro bedroeg, van de waarheid van welk(e) feit(en) die akte moest doen blijken, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) wist(en) dat de werkelijke en/of de te betalen koopprijs hoger was, zulks met het oogmerk om die akte(n) of (een) afschrift(en) daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave(n) in overeenstemming met de waarheid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e59e2eaf-f9e7-40ba-ac38-75d6c09fee5f" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD, SIOD en de politie Limburg-Zuid, proces-verbaalnummer 44693, gesloten d.d. 30 januari 2012, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 83009. Daarbij zal telkens als eerste de pagina van de papieren versie verwezen worden, gevolgd door de het paginanummer in de digitale versie met een klein ‘d’ ervoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_16a4ec2f-3a6b-46cc-beb3-cd14c1a50d18" label="2">
    <para> Advertentie D-500-7, pagina 703317/d22774.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ff9a58f-f86f-491b-951a-166a0018f14d" label="3">
    <para> Koopovereenkomst D-500-1, pagina 703296/d22753.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5883945e-7de9-42c9-8680-6d7f75467cff" label="4">
    <para> Leveringsakte D-500-2, pagina 703303-703310/d22760-22767.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_743f2a9c-9736-4232-b095-3430a17da9c3" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 april 2010 (V31-1), pagina 200507-200509/d11799-11801.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55032cae-9a85-48a2-8ce8-f1461b88732c" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 april 2010 (V31-02), pagina 200510-200513/d11802-11805.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa49a34a-9950-4151-babd-c9deae0369d2" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 maart 2011 (V31-04), pagina -200517200518/d11809-11810. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1399ae65-3ef7-4ac8-bf26-fbfdf622b935" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 april 2010 (G31-01), pagina 300111300112-/d12351-12352.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9bc7ad83-e75a-4709-a7ab-c89fbd3b3e00" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 april 2010 (V33-01), pagina 200535-200538/d11827-11830.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>