<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:10175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-12T14:35:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/281750 / HA ZA 20-431</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:10175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:10175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-12T14:28:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:10175 Rechtbank Limburg , 16-12-2020 / C/03/281750 / HA ZA 20-431</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:10175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident onbevoegdheid, aangewezen rechter in vaststellingsovereenkomst, referte, toewijzing, onbevoegdverklaring.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:10175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="17539f62-b8ae-426c-90df-ea2a7c961e78" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="13c81401-843b-4035-8195-b16c50ae146a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/281750 / HA ZA 20-431</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 16 december 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GREENCHOICE B.V., t.h.o.d.n. [handelsnaam]</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. B.T. van Onna te Veghel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WALAS PROJECTS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Heerlen,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CARBON6 B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Heerlen,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseressen in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. C.P.B. Kroep te Enschede.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Greenchoice en Walas c.s. genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 14 juli 2020 met producties 1 tot en met 10 en beslagstukken, aangeduid als productie A</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie houdende beroep onbevoegdheid van de rechtbank Limburg</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in incident.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak vordert Greenchoice, voor zover in incident van belang – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Walas c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan Greenchoice tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:</para>
      <orderedlist numeration="upperalpha">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 375.000,00 conform de vaststellingsovereenkomst;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 170.871,95 uit hoofd van de leveranties van februari en maart 2020;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>beslagkosten, wettelijke handelsrente en proceskosten.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aan die vorderingen legt Greenchoice het volgende ten grondslag. Op 15 augustus 2018 is tussen partijen een overeenkomst aangegaan voor levering van elektriciteit en gas voor de periode van 1 januari 2019 tot 1 januari 2024. Walas c.s. betaalt de rekeningen niet (volledig). In oktober 2019 zijn betaalafspraken gemaakt, maar die afspraken is Walas c.s. niet (volledig) nagekomen. Op 9 maart 2020 heeft een bespreking plaatsgevonden, waaruit een vaststellingsovereenkomst is voortgevloeid. In de vaststellingsovereenkomst (productie 5 bij dagvaarding) zijn partijen overeengekomen dat Walas c.s. € 750.000,00 in vier termijnen zal betalen aan Greenchoice en dat Walas c.s. (de facturen voor) de leveranties voor de maanden februari en maart volledig zal voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in het incident </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Walas c.s. vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart omdat in artikel 5.10 van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst, de rechtbank Rotterdam bevoegd is verklaard om kennis te nemen van geschillen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Greenchoice refereert zich, na het maken van enkele kanttekeningen, aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat Greenchoice in feite nakoming vordert van de vaststellingovereenkomst. Partijen zijn in artikel 5.10 van de vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat in geval van een geschil “de rechter in het rechtsgebied van de Rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam” bevoegd is daarvan kennis te nemen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen en Greenchoice zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Greenchoice zal in de proceskosten van het incident worden veroordeeld, nu uit het voorgaande volgt dat zij als de in het ongelijk gesteld partij moet worden beschouwd. De kosten aan de zijde van Walas c.s. tot op heden worden begroot op € 543,00 (1x tarief II, onbepaalde waarde).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het oordeel in het incident brengt mee dat de hoofdzaak zal worden verwezen naar de rechtbank Rotterdam, sector civiel (kamer voor handelszaken, locatie Rotterdam). Elke andere beslissing in de hoofdzaak wordt aangehouden.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">berekening salaris advocaat</emphasis>
          <?linebreak?>hoofdsom: 550.486,03</para>
        <para>verrichtingen:</para>
        <para>1,00 punt     conclusie in incident (max. 1);</para>
        <para>totaal: 1,00 x 3.099,00 = 3.099,00</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Greenchoice in de kosten van het incident, aan de zijde van Walas c.s. tot op heden begroot op € 543,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Rotterdam, sector civiel (kamer voor handelszaken, locatie Rotterdam),</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>houdt elke andere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.<footnote-ref linkend="_80bfa981-6587-4d74-8bfb-397db60a7f7c" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_80bfa981-6587-4d74-8bfb-397db60a7f7c" label="1">
    <para>type: MD</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>