<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:1003</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-13T14:31:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/263066 / KG ZA 19-170</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:1003">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:1003</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-13T14:31:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:1003 Rechtbank Limburg , 15-01-2020 / C/03/263066 / KG ZA 19-170</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:1003:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot vestiging van een recht van erfdienstbaarheid overeenkomstig een tussen partijen overeengekomen regeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:1003:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3a1757c1-9c2c-4576-85f8-be9446e8d373" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a669d51b-6a5a-4980-992b-4b49ce647104" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/03/263066 / KG ZA 19-170</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 15 januari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] ,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr> [eiseres sub 2] ,</title>
    <parablock>
      <para>beiden wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>advocaat mr. J.P. Folkertsma;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. M.J.A. Verhagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure:</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 6 van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 9 mei 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van kort geding van 9 mei 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de voortgezette mondelinge behandeling van 14 november 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte eiswijziging/-vermindering van [eisers] van 20 november 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating wijziging/vermindering van eis van [gedaagde] van 27 november 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het faxbericht van 29 november 2019 van de rechtbank aan partijen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de voortgezette mondelinge behandeling van 10 december 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de faxberichten van 17 december 2019 van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van 19 december 2019 van [eisers] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	Het geschil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eisers] hebben op de in dagvaarding aangevoerde gronden een vordering ingesteld als in die dagvaarding omschreven, die vervolgens bij akte van 20 november 2019 is gewijzigd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] zich niet verzet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering onder I van [eisers] , zal de voorzieningenrechter die vordering toewijzen, met dien verstande dat de voorzieningenrechter de termijn waarbinnen [gedaagde] bij de notaris dient te verschijnen op een redelijk te achten termijn van twee weken stelt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de gewijzigde vordering onder II, mede vanwege zijn angst dat de hypotheekhouder zich zou verzetten tegen het <?linebreak?>vestigen van de erfdienstbaarheid. Bij faxbrief van 17 december 2019 van 14:09 uur heeft [gedaagde] de rechtbank bericht dat de hypotheekhouder zich niet verzet tegen vestiging van de erfdienstbaarheid nu deze niet geldt voor rechtsopvolgers. De houding van de <?linebreak?>hypotheekhouder is derhalve geen reden voor afwijzing van de gewijzigde vordering onder II. [gedaagde] heeft verder nog aangevoerd dat er geen reden is om aan te nemen dat partijen niet alsnog in gezamenlijk overleg tot afwikkeling van dit vonnis kunnen komen. De </para>
        <para>voorzieningenrechter is van oordeel dat de lange tijd die in dit kort geding nodig is geweest voordat partijen over de kern van het geschil tot overeenstemming zijn gekomen en de eerdere procedures die zij gevoerd hebben, voldoende grond zijn voor toewijzing van de gewijzigde vordering onder II.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Omdat partijen het er over eens zijn dat een onherroepelijke volmacht moet worden verstrekt aan de notaris die de vestigingsakte opmaakt, om de bedoelde erfdienstbaarheid door te halen wanneer deze volgens de gewijzigde eis zou komen te vervallen, zal de voorzieningenrechter in het dictum van dit vonnis verstaan dat partijen zijn overeengekomen dat [eisers] een door de notaris op te stellen onherroepelijke volmacht zullen verstrekken om de erfdienstbaarheid in dat geval door te halen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De familierelatie tussen partijen is voor de voorzieningenrechter aanleiding de <?linebreak?>proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te verschijnen bij de notaris en mee te werken aan het passeren van een akte, door middel van ondertekening van de daartoe op basis van de conceptakte opgestelde akte van levering, tot herstel van een eerdere situatie/rectificatie, alsmede vestiging erfdienstbaarheden, in dier voege dat artikel 4 e van de bedoelde conceptakte komt te luiden: <emphasis role="italic">“de eigenaar van het dienend erf moet ongehinderd en onbelemmerd met de auto en camper kunnen rijden van en naar de garage achter zijn woning (lees: [adres 1] ). Daarbij mag hij gebruik maken van een strook achter de woning van [gedaagde] (lees: [adres 2] ). Deze erfdienstbaarheid komt te vervallen zodra het zakelijk recht van gebruik, zoals omschreven op pagina 5 van de akte van levering d.d. 18 juli 1995 onder “VESTIGING ZAKELIJK RECHT VAN GEBRUIK” is geëindigd en wel op de dag dat de eigenaar van het dienend erf (de langstlevende gebruiker) is overleden. (Partijen verklaren voor de volledigheid dat voor wat de in dit artikel bedoelde erfdienstbaarheid van weg betreft het registergoed, plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats] (kadastraal bekend als [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] ) als heersend erf fungeert en het registergoed, plaatselijk bekend als [adres 2] te [woonplaats] (kadastraal bekend als [kadasternummer 3] ) als dienend erf)”, </emphasis>behoudens eventuele door de behandelend notaris nog te maken tekstuele op- en/of aanmerkingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat indien [gedaagde] niet aan de veroordeling onder 4.1. voldoet door de notariële akte niet te ondertekenen, dit vonnis in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde] onder de in 4.1. bedoelde akte van levering ter herstel van een eerdere situatie/rectificatie alsmede vestiging erfdienstbaarheden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verstaat dat partijen zijn overeengekomen dat [eisers] een door de notaris op te stellen onherroepelijke volmacht zullen verstrekken om de erfdienstbaarheid bedoeld in 4.1. door te halen, wanneer de eigenaar van het dienend erf (de langstlevende gebruiker) is overleden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_3724cd6e-c234-40bf-b839-20f0ed398c71" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3724cd6e-c234-40bf-b839-20f0ed398c71" label="1">
    <para>type: MT</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>