<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:9677</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:57:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7958156 \ AZ VERZ  19-131 30102019</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2023-1033</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2023-1033</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:9677">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:9677</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T08:16:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:9677 Rechtbank Limburg , 30-10-2019 / 7958156 \ AZ VERZ  19-131 30102019</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:9677:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontbinding op de e-grond. Werknemer komt de re-integratieverplichtingen niet na en overtreedt de ziekteverzuim-controlevoorschriften. Daarna laat hij helemaal niets meer van zich horen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:9677:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 7958156 \ AZ VERZ  19-131</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter van 30 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ESSITY OPERATIONS GENNEP B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te 6598 BL Heijen,</para>
      <para>werkgever,</para>
      <para>verzoekende partij, </para>
      <para>gemachtigde mr. H. Frijlink,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres] ,</para>
      <para>
        [postcode] [woonplaats] ,</para>
      <para>werknemer,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Essity en [verweerder] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het op 7 augustus 2019 ter griffie ontvangen verzoekschrift</para>
      <para>- het deurwaardersexploot van 4 oktober 2019, waarbij het verzoekschrift aan [verweerder] is betekend en [verweerder] is opgeroepen voor de mondelinge behandeling</para>
      <para>- de mondelinge behandeling d.d. 23 oktober 2019</para>
      <para>- de namens Essity overgelegde pleitaantekeningen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarna is beschikking bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 oktober 2013 bij Essity in dienst getreden en vervult thans de functie van Technisch Operator tegen een loon van € 2.660,00 bruto per maand, te vermeerderen met 19,85% ploegentoeslag, 8% vakantietoeslag en 8,33% eindejaarsuitkering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verweerder] is sinds 17 juli 2018 arbeidsongeschikt. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Essity verzoekt de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft geen verweer gevoerd en is niet ter zitting verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat [verweerder] behoorlijk is opgeroepen. De griffier heeft [verweerder] bij brief van 8 augustus 2019 opgeroepen om te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling op 23 oktober 2019 te 10.00 uur.</para>
        <para>Bovendien is het verzoekschrift bij deurwaardersexploot van 4 oktober 2019 aan [verweerder] betekend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter stelt vervolgens vast dat niet is gebleken dat het verzoek verband houdt met een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670, leden 1 tot en met 4 en 10 van het BW, of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. </para>
        <para>De kantonrechter komt daarom toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Bij de beoordeling wordt voorop gesteld dat uit artikel 7:669 lid 1 BW in verbinding met artikel 7:671b lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Essity verzoekt (primair) ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW en stelt ter onderbouwing van het verzoek - samengevat -  het volgende.</para>
        <para>Essity heeft zich gedurende de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] ingespannen om een goede invulling te geven aan zijn re-integratie. [verweerder] is echter herhaaldelijk zijn re-integratieverplichtingen niet nagekomen en hij heeft de ziekteverzuim-controlevoorschriften overtreden. [verweerder] kwam gemaakte afspraken voor een spreekuurbezoek aan de bedrijfsarts vaak niet na. Ook schond hij afspraken betreffende zijn behandeling. Sinds mei 2019 heeft [verweerder] helemaal niets meer van zich laten horen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Op grond van de onweersproken feitelijke stellingen van Essity komt de kantonrechter tot het oordeel dat als gevolg van de handelwijze van [verweerder] van Essity niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de door Essity naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond opleveren voor ontbinding, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Herplaatsing van [verweerder] ligt naar de aard van de zaak niet in de rede.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Essity zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel b, BW zal worden ontbonden met ingang van heden, 30 oktober 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter is het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] , zodat hem gelet op het bepaalde in artikel 7:673 lid 7 sub c BW geen transitievergoeding toekomt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Essity worden tot op heden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht 	€ 121,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde 	<emphasis role="underline">€ 600,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 721,00</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van heden,</para>
        <para>30 oktober 2019,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, aan de zijde van Essity tot op heden begroot op € 721,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst - voor zoveel nodig - het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: em</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>