<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:9129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-31T10:51:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/130700-19 OWV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:9129">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:9129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-11T11:06:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:9129 Rechtbank Limburg , 09-10-2019 / 03/130700-19 OWV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:9129:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming van voordeel van teelt van hennepplanten in woning; door pleger geen opbrengst en kosten opgegeven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:9129:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTbANK Limburg</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/130700-19 OWV</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 9 oktober 2019 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, dan wel vertrokken onbekend waarheen,</para>
      <para>hierna te noemen: [verdachte] . </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 september 2019. [verdachte] is toen niet verschenen. De oproeping van [verdachte] om tijdens die zitting te verschijnen is op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend. De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/130700-19. Op 9 oktober 2019 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in die strafzaak. Vervolgens is de onderhavige beslissing gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd het wederrechtelijk verkregen voordeel te schatten op een bedrag van (afgerond) €62.260,--. Volgens de officier van justitie zou [verdachte] dit voordeel hebben verkregen uit de baten van een ander feit waaromtrent </para>
        <para>voldoende aanwijzingen bestaan dat dit door hem is begaan, te weten een in de periode van 27 november 2017 tot 6 maart 2018 plaatsgevonden teelt en oogst van de op 6 maart 2018 in de woning van [verdachte] aangetroffen 554 hennepplanten. De officier van justitie acht dit aannemelijk op basis van het proces-verbaal van aantreffen van die hennepplanten in de woning van [verdachte] op 6 maart 2018 en de door [verdachte] op 2 november 2018 tegenover de politie afgelegde verklaring waaruit volgt dat eenmaal van die hennepplantage met 554 planten is geoogst. Zij heeft de schatting van dat voordeel gebaseerd op de berekening door de politie in het “rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr”, omdat [verdachte] niets heeft verklaard over welk bedrag hij met betrekking tot die oogst heeft ontvangen, dan wel welke kosten hij voor bedoelde teelt en oogst heeft gehad. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van [verdachte]</emphasis>
        </para>
        <para> is niet ter terechtzitting verschenen. [verdachte] heeft op 2 november 2018 bij de politie (onder meer) verklaard dat hij een hennepplantage op zijn naam heeft genomen om snel geld te verdienen. [naam] , een jongen, wilde hem helpen en gaf hem een kaartje van [naam eigenaar] . Hij belde [naam eigenaar] , die hem het pand aan de [adres] te Kerkrade wilde verhuren. Hij kreeg een keer per maand geld van [naam] en dat deed hij in de brievenbus bij [naam eigenaar] . Hij zou een bedrag van [naam] krijgen als er geoogst was en in ruil daarvoor huurde hij het pand op zijn naam. [verdachte] verklaarde verder dat hij niet vertelt hoeveel hij daarvoor zou krijgen. Toen de plantage startklaar was is hij daar geweest en heeft hij de plantage gezien. Er is eenmaal geoogst. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 9 oktober 2019 is [verdachte] in de zaak met parketnummer 03/130700-19 veroordeeld ter zake van <emphasis role="italic">(feit 1 primair)</emphasis> het op 6 maart 2018 in een pand aan de [adres] te Kerkrade opzettelijk telen van 554 hennepplanten en <emphasis role="italic">(feit 2)</emphasis> diefstal te Kerkrade in dat pand van een hoeveelheid elektriciteit van Enexis Netbeheer B.V. in de periode van 27 november 2017 tot en met 6 maart 2018. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [verdachte] voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de feiten waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden en/of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het bewijs</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_e563ff9c-cdeb-4e9c-8e33-14081b2343e4" />
        </para>
        <para>Uit een proces-verbaal van de politie<footnote-ref linkend="_a2a446c4-16fa-491c-8e8e-bf99dfb76929" /> blijkt dat verbalisanten op 6 maart 2018 in het pand (winkel/woonhuis) op het adres [adres] te Kerkrade een hennepkwekerij met in totaal 554 hennepplanten hebben aangetroffen, te weten in twee ruimtes op de eerste verdieping van dat pand. In kweekruimte 1 stonden 238 hennepplanten en in kweekruimte 2 stonden 316 hennepplanten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] heeft op 2 november 2018 tegenover de politie verklaard<footnote-ref linkend="_2c8755b2-6194-4c95-b970-489b784d5eeb" /> dat hij het pand [adres] te Kerkrade heeft gehuurd om, in verband met een hennepplantage in dat pand, snel geld te verdienen. Hij verklaarde verder dat hij van ene [naam] een bedrag zou krijgen als er geoogst was en dat er één keer is geoogst.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder blijkt uit het “rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr”<footnote-ref linkend="_d1cbffad-aece-4536-a404-cb0987887945" /> dat op basis van een door de politie ingesteld onderzoek wordt uitgegaan van één eerdere oogst van de teelt in de periode van 27 november 2017 tot </para>
        <para>6 maart 2018 uitgaande van het aantal in kweekruimte 1 en in kweekruimte 2 aangetroffen hennepplanten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is – op grond van de feiten en omstandigheden genoemd in de hiervoor genoemde bewijsmiddelen – van oordeel dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat [verdachte] een ander strafbaar feit heeft begaan, te weten het in de periode van 27 november 2017 tot </para>
        <para>6 maart 2018 telen van in totaal 554 hennepplanten én dat hij uit de baten van één oogst van die teelt wederrechtelijk voordeel heeft gekregen. Omdat uit de door [verdachte] afgelegde verklaring niet volgt welk voordeel hij daadwerkelijk heeft gehad zal dit voordeel worden geschat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de door de politie in het “rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr”<footnote-ref linkend="_7550eb5f-5f03-4e40-8157-5d12b3c5336b" /> opgenomen berekening blijkt verder het volgende.</para>
        <para>ten aanzien van kweekruimte 1:<?linebreak?><emphasis role="italic">- opbrengst:</emphasis><?linebreak?>Op basis van ingesteld onderzoek wordt uitgegaan van één eerdere oogst in kweekruimte 1. In deze kweekruimte stonden 238 hennepplanten. De oppervlakte van de beplanting in die kweekruimte was 25,5 m2 en per m2 stonden er 10 hennepplanten. Uit de in het rapport van het Functioneel Parket Afpakken (verder: het FPA) van 1 juni 2016 opgenomen tabel met daarin de opbrengst per hennepplant, blijkt dat de opbrengst aan hennep per plant van deze kweekruimte minimaal 30,5 gram is. De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt dan voor 238 planten 7,259 kilogram (te weten 238 maal 30,5 gram). De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens genoemd rapport bedraagt die verkoopprijs minimaal €4070,-- per kilogram. <?linebreak?>De totale bruto opbrengst van de oogst in kweekruimte 1 wordt daarom minimaal geschat op €29.544,13 (7,259 kilogram x €4.070,00).<?linebreak?><emphasis role="italic">- kosten:</emphasis><?linebreak?>Nu [verdachte] niets verklaard heeft over de kosten ten behoeve van de hennepplantage worden de in mindering te brengen kosten, op basis van het rapport van het FPA van 1 november 2010, als volgt geschat: <?linebreak?>voor afschrijvingskosten €200,--, kosten voor de hennepstekken €906,78  (te weten €3,81 per stek/plant maal 238 planten) en variabele kosten €923,44 (€3,88 per plant maal 238 planten). Verder is, gelet op de grote hoeveelheid hennepplanten, aannemelijk geworden dat [verdachte] die planten niet allemaal zelf heeft geknipt en dat daarom ook kosten voor het knippen van die 238 hennepplanten zijn gemaakt, welke kosten op grond van dat rapport van 1 november 2010 worden geschat op €476,-- (€2,-- per plant maal 238 planten). <?linebreak?>De totale kosten met betrekking tot kweekruimte 1 worden daarom geschat op €1.554,22. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van kweekruimte 2:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">- opbrengst:</emphasis>
          <?linebreak?>Op basis van ingesteld onderzoek wordt ook uitgegaan van één eerdere oogst in kweekruimte 2. In deze kweekruimte stonden minimaal 316 hennepplanten. De oppervlakte van de beplanting in die kweekruimte was 26,3 m2 en per m2 stonden er 13 hennepplanten. Volgens genoemd rapport van het FPA van 1 juni 2016 is de opbrengst aan hennep per plant van deze kweekruimte minimaal 29,1 gram. De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt dan 9,1956 kilogram (te weten 29,1 gram maal 316 planten). De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens genoemd rapport bedraagt die verkoopprijs minimaal €4070,-- per kilogram. De totale bruto opbrengst van de oogst in kweekruimte 2 wordt daarom minimaal geschat op €37.426,09 (9,1956 kilogram x € 4.070,00).<?linebreak?><emphasis role="italic">- kosten:</emphasis><?linebreak?>Nu [verdachte] niets verklaard heeft over de kosten ten behoeve van de hennepplantage worden de in mindering te brengen kosten, op basis van het rapport van het FPA van 1 november 2010, als volgt geschat: <?linebreak?>voor afschrijvingskosten €250,--, kosten voor de hennepstekken €1203,96 (te weten €3,81 per stek/plant maal 316 planten) en variabele kosten €1226,08 (€3,88 per plant maal 316 planten). Verder is, gelet op de grote hoeveelheid hennepplanten, aannemelijk geworden dat [verdachte] die planten niet allemaal zelf heeft geknipt en dat door hem daarom ook kosten voor het knippen van die 316 hennepplanten zijn gemaakt, welke kosten op grond van dat rapport van 1 november 2010 worden geschat op €632,--  (€2,-- per plant maal 316 planten). <?linebreak?>De totale kosten met betrekking tot kweekruimte 2 worden daarom geschat op €3.312,04. </para>
        <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 9 oktober 2019 in de zaak met parketnummer </para>
        <para>03/130700-19 is [verdachte] , voornoemd, veroordeeld tot betaling aan slachtoffer Enexis Netbeheer B.V. ter zake van materiële schade van (onder meer) de kosten voor verbruik van elektriciteit voor de onderhavige hennepkwekerij en de netwerkkosten voor die elektriciteit, en wel tot een bedrag van €3001,03 en €363,14, dus in totaal €3.364,17. Tevens is aan hem de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat aan dit slachtoffer van (onder meer) dit bedrag. De rechtbank acht het om die reden aannemelijk dat veroordeelde ook deze kosten ten behoeve van de hennepkwekerij heeft gemaakt. De rechtbank zal daarom ook deze kosten in mindering brengen op de berekende opbrengst. </para>
        <para>Verder is niet aannemelijk geworden dat er door [verdachte] andere kosten zijn gemaakt met betrekking tot de teelt gedurende de periode van 27 november 2017 tot 6 maart 2018 van de 554 hennepplanten in beide kweekruimtes. De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel van [verdachte] wordt geschat, vaststellen op: <?linebreak?>voor kweekruimte 1: opbrengst €29.544,13 min kosten €1.554,22 = €27.989,91 <?linebreak?>voor kweekruimte 2: opbrengst €37.426,09 min kosten €3.312,04  = €34.114,05,<?linebreak?>verminderd met een bedrag van €3.364,17 voor “kosten elektriciteit”,<?linebreak?>zijnde een bedrag van €58.739,79, in het voordeel van [verdachte] afgerond op €58.739,--.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op te leggen betalingsverplichting</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal aan [verdachte] de verplichting opleggen tot betaling van €58.739,-- aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht, gelet op de beschikbare informatie over de verdachte en het verhandelde ter zitting, geen termen aanwezig om het door [verdachte] te betalen bedrag lager vast te stellen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het wettelijke voorschrift</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold">€58.739,-- (zegge: achtenvijftigduizend zevenhonderd negenendertig euro)</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- legt [verdachte] , voornoemd, de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de staat </emphasis>ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel <emphasis role="bold">van een bedrag van €58.739,-- </emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">(zegge: achtenvijftigduizend zevenhonderd negenendertig euro)</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. A.M. Schutte en mr. M.G.J.M. </para>
      <para>van der Staak, rechters, in tegenwoordigheid van C.S.G.M. Wouters-Debougnoux, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting van 9 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. M.G.J.M. van der Staak is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e563ff9c-cdeb-4e9c-8e33-14081b2343e4" label="1">
    <para>Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Kerkrade, nummer PL2300-2018024983-3, gesloten d.d. 6 november 208, en doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 127.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a2a446c4-16fa-491c-8e8e-bf99dfb76929" label="2">
    <para>Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 6 november 2018, op pagina’s 1 tot en met 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c8755b2-6194-4c95-b970-489b784d5eeb" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 november 2018, op pagina’s 95 en 96.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d1cbffad-aece-4536-a404-cb0987887945" label="4">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr d.d. 6 november 2018, op pagina’s 99, 100 en 102.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7550eb5f-5f03-4e40-8157-5d12b3c5336b" label="5">
    <para> Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr d.d. 6 november 2018, op pagina’s 99, 100 en 103 tot en met 105.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>