<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:9092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-07T10:56:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/152699-19 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:9092">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:9092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-10T13:09:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:9092 Rechtbank Limburg , 09-10-2019 / 03/152699-19 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:9092:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel dat verkregen is door het telen van hennep. Verklaring van verdachte niet aannemelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:9092:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTbANK Limburg</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/152699-19 (ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 9 oktober 2019 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te Heerlen op 31 oktober 1958,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>hierna te noemen: [verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 september 2019. Tegen [verdachte] is verstek verleend. De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/152699-19. Op 9 oktober 2019 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op </para>
      <para>€ 45.053,61. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aannemelijk is dat </para>
        <para>
          [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten door het in de door hem bewoonde woning telen van 424 hennepplanten. In de hennepkwekrij waren diverse indicaties voor een eerdere oogst aanwezig, waaronder plantenpotten met potgrond en wortelresten, stof op de koolstoffilters, de aanwezigheid van een droogruimte, de gedurende een lange periode uitgevoerde positieve netmetingen en hennepresten. Het is daarom aannemelijk dat er ten minste één keer is geoogst in de hennepkwekerij. De schatting van het verkregen voordeel is door de officier van justitie gebaseerd op het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, dat deel uitmaakt van het dossier. De berekening uit voornoemd rapport is gebaseerd op de genormeerde bedragen die zijn ontleend aan de standaardberekening van het Openbaar Ministerie, hierna te noemen: het rapport van het FPA.<footnote-ref linkend="_e06e3164-b98e-41ce-93b7-117f85e2b992" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van [verdachte]</emphasis>
        </para>
        <para> is niet ter terechtzitting verschenen. Hij heeft op 22 augustus 2018 bij de politie verklaard dat hij vanaf november 2017 op het adres [adres] overnacht heeft. Die woning heeft [verdachte] gekregen via ' [naam] ', die hij in oktober 2017 heeft leren kennen. Hij hoefde geen huur te betalen. Begin juni kwam ‘ [naam] ’ 's avonds naar de woning. [verdachte] moest toen direct, dezelfde avond nog, uit de woning. De plantage is niet van [verdachte] , maar op het laatst wist hij daar wel van. Vanaf maart 2018 kwamen er vaker mensen in de kelder van de woning. Toen is [verdachte] daar gaan kijken en zag de hennepplantage. ‘ [naam] ’ bood hem toen € 500,- per maand als hij in de woning bleef zitten. Dat heeft hij dan ook gedaan, aldus [verdachte] . Hij zou dat geld krijgen als er was geoogst, maar blijkbaar was er geen oogst. Toen [verdachte] weg moest stond de hennepplantage er nog. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
          </para>
          <para>Bij voormeld vonnis van 9 oktober 2019 is [verdachte] onder andere veroordeeld wegens het opzettelijk telen en drogen van 424 hennepplanten in de periode van 25 mei 2018 tot en met 8 juni 2018. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn. Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [verdachte] voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het feit waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het bewijs</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_59a1d898-8b9b-4337-ae55-ca6c8164058e" />
          </para>
          <para>Op 13 juni 2018 is een hennepkwekerij aangetroffen in een twee-onder-een-kapwoning gelegen aan de [adres] te Kerkrade. In de kelder van deze woning werden twee ruimtes aangetroffen die waren ingericht voor de kweek van hennep. In kelderruimte 1 en ruimte 2, zoals deze zijn genoemd door de politie, zijn respectievelijk 178 en 246 bloempotten gevuld met potgrond en plantenresten aangetroffen. De voor de hennepkwekerij benodigde stroom werd op illegale wijze afgenomen.<footnote-ref linkend="_0cdfd2e9-a9c5-4a9e-9f4e-d4ef94b18f50" />[verdachte] verbleef vanaf november 2017 dagelijks in de woning.<footnote-ref linkend="_1c345d26-9e12-43cc-ab7f-766a3ed46db5" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In de kweekruimtes werden indicatoren aangetroffen voor eerdere oogsten. De politie gaat uit van één eerdere oogst en noemt de volgende indicatoren:</para>
        </parablock>
        <para>- verdroogde hennepresten op de vloer van de kweekruimtes en op de plantenpotten;</para>
        <para>- kalkafzetting op het zeil en aan de onderkant van de plantenpotten;</para>
        <para>- stof op de koolstoffilters;</para>
        <para>- knipscharen met hennepresten in ruimte 2;</para>
        <para>- wortelresten van hennepplanten in de potgrond van de plantenpotten in kelderruimte 1.<footnote-ref linkend="_efe3fc39-bb1c-4cca-a340-2fb1348c4519" /></para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat [verdachte] voorafgaand aan het aantreffen van de hennepkwekerij op 13 juni 2018 in elk geval één eerdere teelt heeft geoogst en gedroogd en dat hij daaraan heeft verdiend. De rechtbank betrekt bij haar oordeel de hiervoor genoemde indicatoren voor eerdere oogsten en het feit dat [verdachte] dagelijks in de woning verbleef sinds november 2017. Daarbij acht de rechtbank het zo te zijn dat de opbrengst van deze oogst geheel ten gunste van [verdachte] is gekomen. Zoals in het vonnis van </para>
          <para>9 oktober 2019 in de strafzaak is gemotiveerd, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat ene ‘ [naam] ’ verantwoordelijk was voor de plantage. De rechtbank houdt [verdachte] exclusief verantwoordelijk voor de plantage in zijn woning.  </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op € 45.053,-. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In de hennepplantage van [verdachte] zijn 424 plantenpotten aangetroffen waarin hennepplanten zijn geteeld. Zoals in het voorgaande met wettige bewijsmiddelen is onderbouwd, acht de rechtbank aannemelijk dat er één keer eerder is geoogst. De rechtbank acht voorts aannemelijk dat het aantal planten van de eerdere oogst overeenkomt met het aantal aangetroffen plantenpotten. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bij gebrek aan informatie over de werkelijke opbrengst en de kosten van de plantage, gaat de rechtbank, uit van de het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel en de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel die zich in het dossier bevindt op de pagina’s 95 tot en met 102</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De opbrengst van de oogst bedraagt afgerond (kelderruimte 1: € 20.429,77 + kelderruimte 2: </para>
          <para>€ 28.234,40 =) <emphasis role="bold">€ 48.664,-</emphasis>.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De kosten die voor de teelt zijn gemaakt zijn door de politie becijferd en bestaan uit variabele kosten en afschrijvingskosten. Niet aannemelijk is geworden dat door [verdachte] knipkosten en huisvestingskosten zijn gemaakt. De kosten voor elektriciteit zijn evenmin gemaakt want deze zijn door de eigenaar van de woning, [naam eigenaar] , betaald. De totale kosten bedragen op grond van de berekening uit het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel afgerond  (€ 1.518,82 + € 2.091,74 =)  <emphasis role="bold">€ 3.611,-</emphasis>.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Opbrengst						€ 48.664,-</para>
          <para>Kosten							<emphasis role="underline">€   3.611,- -</emphasis></para>
          <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel 			€ 45.053,-</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het bedrag waar het wederrechtelijk verkregen voordeel op wordt geschat, stelt de rechtbank vast op afgerond <emphasis role="bold">€ 45.053,-.</emphasis></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.4</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De op te leggen betalingsverplichting</emphasis>
          </para>
          <para>De vermogenscheck wijst er op dat er geen verhaalsmogelijkheden zijn op dit moment. Dit is onvoldoende om aan te nemen dat [verdachte] niet in staat zal zijn om aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De rechtbank zal aan [verdachte] de verplichting opleggen tot betaling van <emphasis role="bold">€ 45.053,- </emphasis>aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het wettelijke voorschrift</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">€ 45.053,-; </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>- legt aan [verdachte] de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat </emphasis>ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel <emphasis role="bold">van een bedrag van € 45.053,-.</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. D. Osmić en </para>
      <para>mr. M.G.J.M. van der Staak, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Hoelbeek, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. M.G.J.M. van der Staak is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e06e3164-b98e-41ce-93b7-117f85e2b992" label="1">
    <para> Berekening volgens het rapport Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, Standaardberekening en normen, Update 1 juni 2016, gepubliceerd door het Functioneel Parket Afpakken (voorheen BOOM).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_59a1d898-8b9b-4337-ae55-ca6c8164058e" label="2">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Kerkrade, proces-verbaalnummer PL2421-2018088591, gesloten d.d. 15 oktober 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 114.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0cdfd2e9-a9c5-4a9e-9f4e-d4ef94b18f50" label="3">
    <para>proces-verbaal aantreffen hennepkwekrij d.d. 15 oktober 2018, pagina’s 1 tot en met en 4, in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2019, proces-verbaalnummer PL2300-2018088591-16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c345d26-9e12-43cc-ab7f-766a3ed46db5" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 22 augustus 2018, pagina’s 86 en 87.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efe3fc39-bb1c-4cca-a340-2fb1348c4519" label="5">
    <para> Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 15 oktober 2018, pagina’s 98 tot en met 100.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>