<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:8440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-21T15:24:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04 7797768/CV 19-3743</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:8440">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:8440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-21T15:23:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:8440 Rechtbank Limburg , 18-09-2019 / 04 7797768/CV 19-3743</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:8440:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde laat na restant koopsom van een auto te voldoen zonder daarvoor een deugdelijke onderbouwing te geven. Beroep op verrekening slaagt niet. Vordering wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:8440:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 7797768 \ CV EXPL  19-3743</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 18 september 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam eiser]</emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres eiser] ,</para>
      <para>
        [woonplaats eiser] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>procederende in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord met producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek met producties</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser heeft bij schriftelijke overeenkomst van 1 april 2019 aan gedaagde een  Peugeot 207 met kenteken [nummer kentekenplaat] verkocht voor een bedrag van € 5.350,--.  Gedaagde heeft voor deze aankoop een Fiat Panda ingeruild voor een bedrag van € 2.850,--, waardoor de restant koopprijs € 2.500,-- bedroeg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op deze restant koopprijs € 2.500,-- heeft gedaagde bij het sluiten van de overeenkomst een bedrag van € 750,-- aanbetaald. Zoals op de op de schriftelijke koopovereenkomst staat vermeld diende gedaagde bij de levering van de auto op 3 april 2019 nog een bedrag van € 1.750,-- te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 3 april 2019 heeft gedaagde de Peugeot bij eiser opgehaald maar nagelaten de restant koopsom van € 1.750,-- te voldoen. Partijen hebben toen afgesproken dat het bedrag van € 1.750,-- voor 23 april 2019 zou worden voldaan. Deze afspraak is op de koopovereenkomst vermeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Gedaagde is de afspraak dat de restant koopsom van € 1.750,-- voor 23 april 20129 zou worden betaald, niet nagekomen. Ondanks betalingsverzoeken is gedaagde met de voldoening van het verschuldigde bedrag in gebreke gebleven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Eiser vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde tot betaling van € 1.750,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 april 2019 tot aan de dag der voldoening, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gedaagde partij voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter acht de vordering van eiser toewijsbaar. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Partijen hebben een schriftelijke koopovereenkomst gesloten. Uit die koopovereenkomst volgt dat gedaagde voor 23 april 2019 nog een bedrag van € 1.750,-- aan eiser moest betalen. Gesteld noch gebleken is dat gedaagde tussen het ophalen van de Peugeot en 23 april 2019 nog iets aan eiser heeft betaald. Daarmee heeft eiser in beginsel voldoende aangetoond dat gedaagde nog een bedrag van € 1.750,-- aan hem is verschuldigd, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 23 april 2019.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het is dan aan gedaagde om goed onderbouwd uit te leggen waarom hij toch niet hoeft te betalen. Gedaagde heeft dat niet gedaan. Het verhaal over de problemen met de Fiat Panda acht de kantonrechter niet relevant voor de beoordeling van de vraag over de verschuldigdheid van de restant koopsom. De Fiat Panda is namelijk door eiser teruggenomen en partijen zijn daar een prijs voor overeengekomen. Die prijs is, zoals uit de koopovereenkomst van de Peugeot volgt, van het aankoopbedrag van de Peugeot afgetrokken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het verweer van gedaagde dat nog een restbedrag open staat van € 1.100,-- (pagina 2, 3e alinea in de conclusie van antwoord) strookt niet met datgene wat in de koopovereenkomst staat vermeld. Bovendien kan de door gedaagde gemaakte berekening van het door hem genoemde restbedrag niet worden gevolgd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het beroep van gedaagde op verrekening van het restbedrag met door hem aan de auto gemaakte kosten staat evenmin aan toewijzing van de door eiser gevorderde betaling in de weg. Het is namelijk niet mogelijk om op eenvoudige wijze vast te stellen of gedaagde bevoegd is om te verrekenen. Gedaagde heeft de klachten over de Peugeot niet bij eiser gemeld en hem niet in de gelegenheid gesteld eventuele gebreken te verhelpen. Daar komt bij dat uit de door gedaagde overgelegde facturen van de Duitse garage (18 april, 7 mei en 20 mei 2019) onvoldoende blijkt dat en tot welk bedrag werkzaamheden en/of reparaties zijn uitgevoerd die eiser op zijn kosten had moeten verhelpen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 85,18</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	231,--</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">360,-- </emphasis>(2 x tarief € 180,--)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  676,18</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 1.750,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2019 tot de dag van volledige betaling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 676,18,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: CB</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>