<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:6069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T10:39:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/661100-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:6069">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:6069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T10:34:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:6069 Rechtbank Limburg , 01-07-2019 / 03/661100-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:6069:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens woningoverval en afpersing. Eendaadse samenloop. Oplegging gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:6069:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/661100-18</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 juli 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,</para>
      <para>gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan, Smeet 1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. E.G.S. Roethof, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Op de zitting van 17 juni 2019 heeft de rechtbank de feiten 3 en 4 van de zaak met parketnummer 03/721714-17 afgesplitst, waarna de rechtbank deze feiten op de zitting van 17 juni 2019 vervolgens als feit 1 en feit 2 onder de zaak met parketnummer 03/661100-18 inhoudelijk heeft behandeld. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1: </emphasis>samen met anderen in de nachtelijke uren door middel van geweld en onder bedreiging met geweld goederen heeft gestolen van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> samen met anderen in de nachtelijke uren [slachtoffer 3] heeft afgeperst tot afgifte van zijn autosleutel.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
          </para>
          <para>Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman primair de partiële nietigheid van de dagvaarding aangevoerd. Uit het procesdossier volgt volgens de raadsman dat er een tweetal sleutelbossen zijn weggenomen tijdens het incident in de nacht van 29 op 30 oktober 2017. Volgens de raadsman volgt uit de tekst van de tenlastelegging onder feit 1 echter onvoldoende duidelijk om welke weggenomen sleutelbos het gaat.   </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat uit het procesdossier volgt dat er enerzijds een sleutelbos van [slachtoffer 1] is weggenomen en anderzijds een autosleutel van de heer [slachtoffer 3] . Nu in de tenlastelegging onder feit 1 duidelijk wordt gesproken over een sleutelbos, acht de officier van justitie voldoende duidelijk dat dit de sleutelbos van </para>
          <para>
            [slachtoffer 1] betreft. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>Uit het procesdossier volgt dat er, volgens de aanwezigen in de woning aan de [adres] in de nacht van 29 op 30 oktober 2017, een sleutelbos van [slachtoffer 1] en een enkele autosleutel van de heer [slachtoffer 3] zijn weggenomen. De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van de tenlastelegging onder feit 1 voldoende duidelijk volgt dat het verwijt onder feit 1 ziet op het wegnemen van de sleutelbos van [slachtoffer 1] . Naar het oordeel van de rechtbank is de tenlastelegging voldoende duidelijk. Zij acht de dagvaarding geldig en verwerpt daarmee het verweer van de raadsman.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De overige voorvragen</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>is gebleken dat de officier van justitie ontvankelijk is;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>is voorts gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen zijn. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er bij de feiten 1 en 2 sprake is van een voortgezette handeling ex artikel 56 Sr. De officier van justitie heeft voorts gewezen op de verklaring van  verdachte, diens WhatsApp-berichten met medeverdachte [naam 1] , de verklaring van medeverdachte [naam 3] en de verklaringen van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . De slachtoffers hebben verdachte op fotomateriaal herkend als een van de plegers van de woningoverval. Voldoende bewezen is dan ook dat verdachte één van de plegers van de woningoverval was, het wapen bij zich had en het meeste geweld heeft gebruikt. Gelet op de verklaringen van de slachtoffers én het aantreffen van de sleutelbos van [slachtoffer 1] , met daaraan de autosleutel van [slachtoffer 3] , na een geweldsincident waarbij verdachte en [naam 3] aanwezig waren, is er voldoende bewijs dat verdachte en medeverdachte [naam 3] een geldbedrag, een sleutelbos en een autosleutel hebben meegenomen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak van verdachte bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen volgt dat het gehanteerde geweld enkel was gericht tegen [slachtoffer 2] en niet tegen [slachtoffer 1] of [slachtoffer 3] . Niet kan worden bewezen dat er daadwerkelijk geld is weggenomen. Zowel verdachte als medeverdachte [naam 3] hebben dit ontkend. Verdachte wist bovendien niet dat de sleutelbos van mevrouw [slachtoffer 1] was weggenomen. Hij kwam naar eigen zeggen enkel zijn eigen geld opeisen en heeft niets meegekregen van de diefstal van voornoemde sleutelbos. Om deze reden is er geen bewijs voor het plegen dan wel medeplegen van diefstal van deze sleutelbos door verdachte.</para>
        <para>Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. Uit het procesdossier volgt dat [slachtoffer 3] in alle consternatie zijn sleutel per abuis aan medeverdachte [naam 3] heeft gegeven in plaats van aan [slachtoffer 2] . Verdachte was niet de hele tijd bij medeverdachte [naam 3] in de buurt. Er is dus geen sprake van medeplegen [naam 3] bij het wegnemen van de autosleutel van [slachtoffer 3] . </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_f0cd5045-1a81-49db-bee3-b8acba2b63af" />
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
        <para>Op 30 oktober 2017, omstreeks 00:00 uur kreeg de politie melding van een woningoverval aan de [adres] . De politie heeft gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat zij in de woning de navolgende personen aantroffen: [slachtoffer 1] , haar zoontje [naam 4] , [slachtoffer 2] , [naam 1] en [slachtoffer 3] . Het slachtoffer [slachtoffer 2] had een hoofdwond.<footnote-ref linkend="_ca654350-e7f2-47ed-8391-9992993f152c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan van bedreiging en mishandeling en heeft bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij op 29 oktober 2017 omstreeks 23:50 uur met zijn vriendin [slachtoffer 1] , haar zoontje en zijn vriend [slachtoffer 3] in de woning van [slachtoffer 1] aan de [adres] was. Omstreeks 23:50 uur werd er aangeklopt op de deur onder aan de trap van de woning. [slachtoffer 1] liep naar beneden om te kijken of er iemand voor de deur stond en opeens stonden er twee personen in de woonkamer. Persoon 1 hield een klein grijs pistool vast en richtte dit op [slachtoffer 2] . Beide personen vroegen ‘<emphasis role="italic">Wie is de Turk’  </emphasis>en <emphasis role="italic">‘waar is het geld?</emphasis>’ of woorden van gelijke strekking. [slachtoffer 2] antwoordde dat hij Turk is. Meteen kreeg hij van beide personen klappen. Hij voelde dat hij klappen op zijn hoofd kreeg met het pistool. Hij werd ook door beide personen met de vuisten geslagen. Tijdens het handgemeen raakte [slachtoffer 2] ten val. Vervolgens zat [slachtoffer 2] aan tafel en zei hij dat hij het geld met een auto zou halen. Beide personen zeiden dat [slachtoffer 2] bij hen in de auto meekon. [slachtoffer 2] vroeg hierop aan [slachtoffer 3] om zijn autosleutels. [slachtoffer 3] gaf in alle paniek en chaos zijn autosleutels aan één van beide personen. Persoon 1 hield het pistool tegen het hoofd van [slachtoffer 2] terwijl persoon 2 de slaapkamer van [slachtoffer 1] doorzocht. Beide personen riepen: ‘<emphasis role="italic">geld, geld, waar is het geld</emphasis>’ of woorden van gelijke strekking. Vervolgens verlieten beide personen het pand. Door de mishandeling liep [slachtoffer 2] een hoofdwond op.<footnote-ref linkend="_bc2c545e-20ca-45f4-9132-9bcb18611de1" /> Volgens [slachtoffer 2] hebben de overvallers huissleutels, de autosleutel van [slachtoffer 3] en wat geld van zijn vriendin [slachtoffer 1] meegenomen.<footnote-ref linkend="_70a0f920-ddd0-4ac1-b7be-6607a5cccced" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van gekwalificeerde diefstal met geweld en bedreiging met de dood. Zij heeft bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij op 29 oktober 2017 in haar woning was met haar vriend [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Haar kind lag in de slaapkamer te slapen. Omstreeks 23:50 uur werd er op de voordeur geklopt. Zij opende de deur en zag twee mannen staan. Persoon 2 had een klein zilverkleurig vuurwapen vast en richtte dit op haar. Persoon 1 vroeg: “<emphasis role="italic">Waar is het goud?”</emphasis> en persoon 2 vroeg: “<emphasis role="italic">Waar is het geld?</emphasis>”. Zij werd aan de kant geduwd en de twee mannen liepen de woning in. Zij liepen rechtstreeks op [slachtoffer 2] af. [slachtoffer 2] stond op en werd direct door persoon 2 met het vuurwapen op zijn hoofd geslagen. Persoon 2 sloeg met kracht. Daarna sloeg persoon 1 [slachtoffer 2] meerdere malen met zijn vuisten op zijn hele lichaam. [slachtoffer 2] viel op een gegeven moment op de grond. Beide mannen bleven roepen: “<emphasis role="italic">Waar is het geld? Waar is het goud?</emphasis>”. Persoon 1 liep haar slaapkamer in naar de kledingkast. Hij maakte de kast open en pakte zonder te zoeken haar handtas. Hieruit pakte hij haar portemonnee. Hierin zat 700 euro. [slachtoffer 1] trok de tas en portemonnee uit zijn handen, waardoor alles op de grond viel. [slachtoffer 1] raapte de spullen op en probeerde deze weg te stoppen. Terwijl zij met persoon 1 in de slaapkamer van haar kind was, was persoon 2 bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Zij hoorde dat er nog steeds gezegd werd: “<emphasis role="italic">Waar is het geld, waar is de telefoon</emphasis>”. Hierop hoorde zij [slachtoffer 2] zeggen: “<emphasis role="italic">Geef hem de autosleutels</emphasis>”. Volgens [slachtoffer 1] wist haar nicht [naam 1] dat zij die dag geld voor de huur in huis zou hebben, dat dit in haar handtas zat en dat deze in haar kledingkast lag. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat er 100 euro is weggenomen, evenals een sleutelbos met daaraan naast diverse sleutels, ook een sleutelhanger met de Marokkaanse vlag en een sleutelhanger van een roze Eiffeltoren.<footnote-ref linkend="_8711fe99-bec4-48cd-9bcd-b4ab6e8fd7d4" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook [slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan en heeft bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij op 29 oktober 2017 in de woning van de vriendin van [slachtoffer 2] was. Er werd op de deur geklopt en [slachtoffer 1] maakte open. Hierop kwamen twee personen binnen. De jongen met het pistool in zijn hand sloeg [slachtoffer 2] met de kolf van het pistool op zijn hoofd, waarna deze ernstig begon te bloeden. Beide personen hebben [slachtoffer 2] vastgepakt en geslagen. Toen [slachtoffer 2] zei dat hij de autosleutel moest geven, heeft hij de sleutel aan de donkere jongen gegeven. Ze riepen: “<emphasis role="italic">Waar is het geld, waar is het geld?</emphasis>”.<footnote-ref linkend="_a9097a4a-c225-426c-86c6-ece0e90a4ccb" /> Getuige [slachtoffer 3] heeft voorts nog verklaard dat hij bang was en dat hij dacht dat hij zijn autosleutels moest afgeven. Hij gaf hierop zijn autosleutels aan de lange man die de woning was binnengevallen.<footnote-ref linkend="_f9cec7f6-6b63-4e6f-9890-190a9c15e294" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voordat medeverdachte [naam 3] werd aangehouden voor dit feit, werd hij ingesloten als mogelijk betrokken bij een dodelijke schietpartij. Voorafgaande aan deze schietpartij vond een vechtpartij plaats. Op de plaats van de vechtpartij was een sleutelbos aangetroffen. Opvallend aan deze sleutelbos waren een hanger met Marokkaanse vlag en een hanger van een roze Eiffeltoren. Ook is er een mobiele telefoon aangetroffen. Er werden digitale gegevens veiliggesteld waaronder WhatsApp-berichten tussen verdachte en telefoonnummer [nummer 1] . Dit nummer bleek van medeverdachte [naam 1] te zijn<footnote-ref linkend="_d7239156-cd87-45b8-b274-bf4882ca10f4" />. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mobiele telefoon is vervolgens uitgelezen. De navolgende inkomende WhatsApp-berichten van telefoonnummer [nummer 1] naar nummer [nummer 2] werden aangetroffen, zakelijk weergegeven: </para>
      </parablock>
      <para>- op 29 oktober 2017 22:39-22.40 uur, inkomend bericht van [nummer 1]</para>
      <parablock>
        <para>‘Turk heeft hier geld liggen’</para>
        <para>‘sws 750’</para>
        <para>‘of mee’</para>
        <para>‘meer’</para>
        <para>‘me nicht moet geld morgen betalen of ze word er uitgezet’</para>
        <para>‘ze speelde vies spelletje’</para>
        <para>‘dus regel vanavond maar dat [naam 5] ze geld terug krijgt’</para>
      </parablock>
      <para>- op 29 oktober 2017 22.43 uur, inkomend bericht van [nummer 1]</para>
      <parablock>
        <para>‘ [naam 5] Geld terug pakken voor hij weer weg is’</para>
        <para>‘Dat is de bedoeling’</para>
      </parablock>
      <para>- op 29 oktober 2017 22.46 uur, inkomend bericht van [nummer 1]</para>
      <parablock>
        <para>‘ [naam 5] moet nog geld van Turk krijgen’</para>
        <para>‘Due jongen heeft geld’</para>
        <para>	‘En betaalt [naam 5] niet terug’</para>
        <para>	‘Dus regel dat maar vanavond’</para>
        <para>	‘Hij heeft nu geld’</para>
      </parablock>
      <para>- op 29 oktober 2017 22.48-22.51 uur, uitgaand bericht van [nummer 2]</para>
      <para>‘K ga nu met [naam 6] naar roermond maar is t zeker dat hij dat geld gaat geven anders ga k voor niks’</para>
      <para>- op 29 oktober 2017 22.52-22.53 uur, inkomend bericht van [nummer 1]</para>
      <parablock>
        <para>‘hij gaat jullie niks geven’</para>
        <para>‘ben je man, regele het’</para>
      </parablock>
      <para>- op 30 oktober 2017 2.05 uur, uitgaand bericht van [nummer 2]</para>
      <parablock>
        <para>‘Zeg tegn turk dat hij moet betalen hij heeft tot morgen middag’</para>
        <para>‘Anders wordt het alleen maar erger’<footnote-ref linkend="_4a18a9ab-596f-437a-b5a6-6d57d342c361" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan [slachtoffer 2] zijn op 9 november 2017 foto’s van sleutels getoond, welke hij herkende als de weggenomen sleutels van [slachtoffer 1] . Hij herkende deze aan de sleutelhangers: een roze Eiffeltoren en een sleutelhanger met Marokkaanse tekens. Volgens hem is de autosleutel van [slachtoffer 3] .<footnote-ref linkend="_5eabe4d6-3c16-45a3-8bbb-7b5711f989d0" /> Ook [slachtoffer 1] heeft haar sleutelbos herkend op een door de politie aan haar getoonde foto. Volgens haar hoorde alleen de daaraan bevestigde zwarte autosleutel daar niet bij.<footnote-ref linkend="_a6971176-2163-4c69-91fd-550b5e270cd7" /> [slachtoffer 3] heeft ook zijn autosleutel herkend op een door de politie aan hem getoonde foto van een sleutelbos.<footnote-ref linkend="_86ee3d20-fbe0-4fa4-9ee2-6d0856f98f36" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Medeverdachte [naam 3] heeft bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij de Turk [slachtoffer 2] kent. Samen met een ander is hij naar de woning van de Turk gegaan. Binnen hebben ze hem aangesproken waar het geld was. Hij heeft de Turk met zijn vuist diverse malen in het gezicht geslagen. Degene die bij hem was, was degene die de Turk op het achterhoofd heeft geslagen. Hij heeft verklaard dat [naam 1] de tipgeefster was dat de Turk thuis was. Hij heeft haar horen roepen dat het geld in de kast lag in de babykamer.<footnote-ref linkend="_a10fe50e-6af6-491d-8791-acb350d67195" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij samen met medeverdachte [naam 3] in de woning aan de [adres] aanwezig was. Verdachte had een nepwapen bij zich. Hij was getipt dat de ‘Turk’ in deze woning aanwezig was. Hij wilde geld ophalen bij de ‘Turk’ omdat hij zich door deze bestolen voelde. Volgens verdachte had hij nog geld van de ‘Turk’ tegoed wegens teveel betaalde huur. Hij wilde met de ‘Turk’ gaan praten, maar deze reageerde agressief op hem. Als reactie liet  verdachte het wapen zien en heeft hij de Turk daarmee een paar tikken op zijn hoofd gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overwegingen van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het bewijsmiddelenoverzicht is de rechtbank van oordeel dat verdachte en medeverdachte [naam 3] samen de woning van [slachtoffer 1] hebben betreden, [slachtoffer 1] daarbij opzij hebben geduwd, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op haar hebben gericht en [slachtoffer 2] fysiek hebben aangevallen. Verdachte is hierbij degene geweest die het op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft vastgehouden. Hij heeft [slachtoffer 2] daarmee geslagen en het op [slachtoffer 2] gericht. [naam 3] is degene geweest die [slachtoffer 2] met zijn vuisten heeft geslagen en in de kast van [slachtoffer 1] heeft gezocht. Verdachte en medeverdachte [naam 3] hebben deze overval gepleegd naar aanleiding van een tip van medeverdachte [naam 1] over de aanwezigheid van [slachtoffer 2] en geld in de woning van [slachtoffer 1] . Uit het vrijwel meteen na binnenkomst in de woning uitvoeren van intimiderend en gewelddadig gedrag blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat er sprake is van gebruik van geweld en/of het dreigen daarmee jegens [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Dit met het oogmerk om geld of goederen weg te nemen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit geldt ook ten aanzien van aangever [slachtoffer 3] . Aangever [slachtoffer 3] was aanwezig tijdens de overval en heeft het intimiderend en gewelddadig gedrag van de overvallers waargenomen. Uit de aangiftes en verklaringen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] volgt dat [slachtoffer 2] op enig moment de autosleutel van [slachtoffer 3] heeft gevraagd, om met de eigen auto geld te gaan halen in plaats van bij verdachte en medeverdachte [naam 3] in de auto te moeten stappen. [slachtoffer 3] heeft echter de autosleutel afgegeven aan een van de overvallers, zijnde [naam 3] . [slachtoffer 3] heeft hierover verklaard dat hij bang was en dacht dat hij zijn autosleutel moest afstaan aan de overvallers.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens verdachte heeft hij niks uit de woning weggenomen: geen geld, geen sleutelbos en geen autosleutel. Hij heeft niet gezien of [naam 3] deze spullen heeft meegenomen. Ook [naam 3] heeft verklaard niets te hebben meegenomen. </para>
        <para>De rechtbank acht de verklaringen van verdachte en medeverdachte [naam 3] echter onaannemelijk en zal het verweer van de raadsman dienaangaande verwerpen. De aangiften van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] steunen elkaar. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan deze aangiftes ter zake van de weggenomen goederen en stelt dan ook vast dat bij de woningoverval op de [adres] onder meer een geldbedrag van 100 euro, een sleutelbos en een autosleutel zijn weggenomen. De sleutelbos en de autosleutel zijn zelfs aangetroffen op de plaats delict van een vechtpartij voorafgaand aan een schietincident, waarbij verdachte en medeverdachte [naam 3] betrokken zijn geweest. Aangevers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hebben vervolgens deze aangetroffen sleutelbos en autosleutel herkend als hun eigendom.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voorgaande oordeelt de rechtbank dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen zijn. De rechtbank oordeelt voorts dat er zowel ter zake van feit 1 als feit 2 sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [naam 3] die in de kern bestaat uit gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank ten aanzien van beide feiten het tenlastegelegde medeplegen bewezen.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. </para>
      <parablock>
        <para>in de periode van 29 oktober 2017 tot en met 30 oktober 2017 in de gemeente Roermond, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (100 euro) en een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, </para>
        <para>welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader:</para>
      </parablock>
      <para>- voornoemde woning hebben betreden en</para>
      <para>- die [slachtoffer 1] hebben geduwd en vervolgens naar die [slachtoffer 2] zijn toegelopen en</para>
      <para>- die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben getoond en dat voorwerp op die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gericht hebben (gehouden) en</para>
      <para>- op dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] hebben gezegd: "Wie is er Turk en waar is het geld?" en "Waar is het goud? Waar is het geld?", en</para>
      <para>- die [slachtoffer 2] met een hard voorwerp tegen het hoofd hebben geslagen en</para>
      <para>- die [slachtoffer 2] meermalen hebben geslagen en</para>
      <para>- die [slachtoffer 2] ten val hebben gebracht;</para>
      <para />
      <para>2. </para>
      <para>in de periode van 29 oktober 2017 tot en met 30 oktober 2017 in de gemeente Roermond, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een autosleutel, toebehorende aan [slachtoffer 3] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader):</para>
      <para>- voornoemde woning hebben betreden en</para>
      <para>- [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben getoond en </para>
      <para>- dat voorwerp op die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gericht hebben (gehouden) en</para>
      <para>- op dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] hebben gezegd: "Waar is</para>
      <para>  het goud?" en "Waar is het geld?", en</para>
      <para>- die [slachtoffer 2] met een hard voorwerp tegen het hoofd hebben geslagen en</para>
      <para>- die [slachtoffer 2] meermalen hebben geslagen en</para>
      <para>- die [slachtoffer 2] ten val hebben gebracht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen in de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in eendaadse samenloop gepleegd met</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>GZ-psycholoog [naam 7] heeft in de zaak met parketnummer 03/721714-17 over de geestvermogens van verdachte op 26 februari 2019 een rapport uitgebracht. Gelet op het zeer korte tijdsbestek tussen de aan de verdachte verweten feiten in die zaak en de bewezenverklaarde feiten in onderhavige zaak, acht de rechtbank deze rapportage ook in onderhavige zaak van belang. De GZ-psycholoog heeft in het rapport gerelateerd, zakelijk weergegeven:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Betrokkene is niet lijdende aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens (geestesstoornis). […]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geadviseerd wordt betrokkene volgens het volwassenenstrafrecht te berechten. Er wordt geen behandelmaatregel geadviseerd.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op basis van de in dat rapport vervatte bevindingen en het daarin vervatte advies niet tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluiten. De verdachte is dus strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De straf en/of de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. Hij heeft in dit verband gewezen op de ernst van de feiten, waarbij als strafverzwarende omstandigheden gelden het gebruik van geweld, het gebruik van een wapen, het plegen van de feiten in een woning tijdens de nachtelijke uren en het medeplegen. Ook heeft de officier van justitie gewezen op de leidende rol van de verdachte bij de overval en de gevoelens van angst bij de slachtoffers. Verdachte wist bovendien dat er een klein kind in de woning aanwezig was. De officier van justitie heeft er voorts op gewezen dat de reclassering in haar rapport - weliswaar opgemaakt in een andere strafzaak, maar omtrent feiten die zeer kort na de overval hebben plaatsgevonden - heeft geadviseerd dat er geen aanwijzingen zijn voor het toepassen van adolescentenrecht.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft primair vrijspraak van verdachte bepleit. Subsidiair heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte ten tijde van het plegen van deze feiten nog zeer jeugdig was en enkel zijn geld op onhandige wijze wilde komen halen. Volgens de raadsman is het tijdstip waarop de feiten zijn gepleegd tegenwoordig niet zonder meer een strafverzwarende omstandigheid. Bovendien is niet vastgesteld dat verdachte bij de overval een echt vuurwapen heeft gehanteerd. De raadsman acht de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van maximaal 1 jaar met een fors voorwaardelijk strafdeel op zijn plaats. Tenslotte is volgens de raadsman artikel 63 Sr van toepassing, hetgeen een straf-matigend effect dient te hebben.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft in de nacht van 29 op 30 oktober 2017 samen met [naam 3] een woningoverval gepleegd. Na een tip van [naam 2] , een nicht van de bewoonster [slachtoffer 1] , over de in de woning aan de Schuitenbergstraat 29C te Roermond aanwezige ‘Turk’ en het aanwezige geld, zijn verdachte en medeverdachte [naam 3] met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp naar de woning gegaan. Verdachte wilde van ‘de Turk’, zijnde [slachtoffer 2] , geld terug krijgen dat hij, in zijn optiek, teveel aan huurpenningen had betaald. Samen met medeverdachte [naam 3] is verdachte in de nachtelijke uren een woning binnengegaan, alwaar zij met geweld en onder dreiging van geweld een overval hebben gepleegd. Op dat moment bevonden zich naast [slachtoffer 1] en haar jonge zoontje, ook [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in de woning. Het slachtoffer [slachtoffer 2] is hierbij niet alleen onder schot gehouden maar ook geslagen en het slachtoffer [slachtoffer 3] werd gedwongen tot afgifte van zijn autosleutel. Uit de woning zijn een geldbedrag en een sleutelbos weggenomen, toebehorend aan [slachtoffer 1] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met het plegen van de bewezenverklaarde feiten heeft verdachte blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke integriteit van een ander, diens gezondheid, veiligheid en eigendom. Het voorval vond ’s nachts plaats, zijnde een moment dat bewoners in het algemeen in diepe rust zijn. Daarnaast hoort een woning een veilige omgeving voor de bewoners te vormen. Het is voor slachtoffers zeer beangstigend om in hun eigen woning te worden overvallen met geweld en dreiging met geweld. Een dergelijke ervaring heeft veel impact op de slachtoffers. Bovendien veroorzaken zulke feiten ook in de samenleving gevoelens van onveiligheid en onrust. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan niet met een andere straf worden volstaan dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het in de LOVS gestelde oriëntatiepunt voor een woningoverval, waarbij sprake is van licht geweld/bedreiging, is een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. Strafverzwarend voor verdachte is niet alleen dat er sprake was van medeplegen en dat de woningoverval in de nachtelijke uren plaatsvond maar ook het feit dat verdachte een sterk sturende en leidende rol bij de overval heeft gehad. Daarnaast is het ook juist verdachte  geweest die het op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft meegenomen, hiermee heeft gedreigd en ook geweld daarmee heeft gepleegd. </para>
        <para>
          <?linebreak?>De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat  verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat verdachte, na het plegen van onderhavige feiten maar vóór het wijzen van onderhavig vonnis, in Frankrijk is veroordeeld wegens de invoer van verdovende middelen. Anders dan de raadsman heeft betoogd, acht de rechtbank artikel 63 Sr in casu niet van toepassing, nu de werking van dit artikel niet ziet op buitenlandse strafvonnissen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenslotte is de rechtbank niet gebleken van strafmatigende omstandigheden. In de leeftijd van verdachte ten tijde van het plegen van de feiten ziet de rechtbank, onder verwijzing naar het Pro Justitia rapport d.d. 26 februari 2019 en het reclasseringsadvies d.d. 13 december 2018, evenmin aanleiding om tot strafmatiging over te gaan. De rechtbank heeft er acht op geslagen dat ook voornoemd reclasseringsadvies is opgesteld in de zaak met parketnummer 03/721714-17, maar nu de in die laatste zaak verweten feiten kort ná onderhavige bewezenverklaarde feiten zouden zijn gepleegd, kan de rechtbank zich met de inhoud van dat advies verenigen. De rechtbank merkt daarbij op dat zij in de wijze waarop de overval is voorbereid en uitgevoerd, en de leidende rol die verdachte hierbij heeft gespeeld contra-indicaties ziet voor toepassing van het adolescentenstrafrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar passend en geboden, met aftrek van de duur van het voorarrest van de verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vorderingen van de benadeelde partijen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van [slachtoffer 2]</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 2.686,22, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gevorderde schadevergoeding bestaat uit de posten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>schade door niet uitkeren bijstand		: € 1.086,22</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>smartengeld				: € 1.600,00</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van [slachtoffer 1]</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een schadevergoeding gevorderd van in totaal  </para>
        <para>€ 3.601,23, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gevorderde schadevergoeding bestaat uit de posten:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>gestolen geldbedrag			: €    100,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>telefoon beschadigd			: €    320,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>nieuwe sloten				: €    681,23</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>smartengeld				: € 2.500,00</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van [slachtoffer 2]</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat de post ‘schade door niet uitkeren bijstand’ niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Deze schade is immers geen rechtstreeks gevolg van de bewezenverklaarde feiten. De gevorderde immateriële schadevergoeding ad € 1.600,- kan volgens de officier van justitie worden toegewezen, onder vermeerdering van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van [slachtoffer 1]</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat de post ‘telefoon beschadigd’ onvoldoende onderbouwd is. De overige materiële en immateriële schadeposten van in totaal € 3.281,23 acht de officier van justitie wel toewijsbaar, onder vermeerdering van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich ter zake van de vorderingen van de benadeelde partijen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende vast komen te staan dat aan de benadeelde partijen rechtstreekse schade is toegebracht door het onder 1 bewezenverklaarde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van [slachtoffer 2]</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de post ‘schade door niet uitkeren van bijstand’ geen rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij op dit punt afwijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is voorts van oordeel dat door de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] rechtstreeks immateriële schade is toegebracht door het onder 1 bewezenverklaarde feit. De rechtbank acht het onder de post ‘smartengeld’ gevorderde bedrag van € 1.600,00 redelijk en zal deze post dan ook toewijzen, onder vermeerdering met de wettelijke rente en met opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Het door de rechtbank toegewezen bedrag zal hoofdelijk worden toegewezen, nu de verdachte niet als enige verantwoordelijk is voor de gepleegde woningoverval.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van [slachtoffer 1]</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de post ‘gestolen geldbedrag’ een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal deze post dan ook toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De post ‘telefoon beschadigd’ is naar het oordeel van de rechtbank geen rechtstreeks gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Om deze reden zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij ter zake van deze post afwijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De post ‘nieuwe sloten’ is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Op de onderliggende stukken is niet gebleken van een dagtekening dan wel van enige adresgegevens. Om deze reden zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij ter zake van deze post niet-ontvankelijk verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is voorts van oordeel dat door de verdachte aan de benadeelde partij </para>
        <para>
          [slachtoffer 1] rechtstreeks immateriële schade is toegebracht door het onder 1 bewezenverklaarde feit. De rechtbank acht het onder de post ‘smartengeld’ gevorderde bedrag van € 2.500,00 redelijk en zal deze post dan ook toewijzen, onder vermeerdering met de wettelijke rente en met opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Het door de rechtbank toegewezen bedrag zal hoofdelijk worden toegewezen, nu de verdachte niet als enige verantwoordelijk is voor de gepleegde woningoverval.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 55, 310, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder <emphasis role="bold">4.4</emphasis> is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder <emphasis role="bold">5</emphasis> is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 4 jaren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 2.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 30 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , wonende te Sittard, niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van de post 'nieuwe sloten';</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , van € 2.600,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 36 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 30 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen </para>
    <para>€ 1.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 30 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 2] , van € 1.600,00, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 26 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 30 oktober 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.K. Kleine, voorzitter, mr. R.A.M.M. Gijselaers en </para>
      <para>mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.K. Bakker, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>mr. R.A.M.M. Gijselaers en mr. D.C.I. van Delft zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, in of omstreeks de periode van 29 oktober 2017 tot en met 30 oktober 2017</para>
      <para>in de gemeente Roermond, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd in een </para>
      <para>woning gelegen aan de [adres] ,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening onder andere heeft </para>
      <para>weggenomen een hoeveelheid geld (ongeveer 100 euro) en/of een sleutelbos, in </para>
      <para>elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] </para>
      <para> , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn </para>
      <para>mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van </para>
      <para>geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] , </para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken </para>
      <para>en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) </para>
      <para>hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te </para>
      <para>verzekeren, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, </para>
      <para>verdachte, en/of zijn mededader(s):</para>
    </parablock>
    <para>- voornoemde woning heeft/hebben betreden en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) naar die [slachtoffer 2] is/zijn </para>
    <para>  toegelopen en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen </para>
    <parablock>
      <para>  gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of dat wapen, althans dat </para>
      <para>  voorwerp op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] gericht heeft/hebben (gehouden) en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Wie is er </para>
    <parablock>
      <para>  Turk en waar is het geld?" en/of "Waar is het goud? Waar is het geld?", in </para>
      <para>  elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] met een vuurwapen, althans met een hard voorwerp</para>
    <para>  op/tegen het hoofd, althans tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal heeft/hebben geslagen en/of gestompt </para>
    <para>  en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] ten val heeft/hebben gebracht;</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, in of omstreeks de periode van 29 oktober 2017 tot en met 30 oktober 2017</para>
      <para>in de gemeente Roermond, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd in een </para>
      <para>woning gelegen aan de [adres] ,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door </para>
      <para>geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van </para>
      <para>een autosleutel, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende </para>
      <para>aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn </para>
      <para>mededaders, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, </para>
      <para>verdachte, en/of zijn mededader(s):</para>
    </parablock>
    <para>- voornoemde woning heeft/hebben betreden en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] een vuurwapen, althans een op </para>
    <para>  een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of </para>
    <para>- dat wapen, althans dat voorwerp op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] gericht </para>
    <para>  heeft/hebben (gehouden) en/of</para>
    <para>- ( daarbij) op dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Waar is</para>
    <parablock>
      <para>  het goud?" en/of "Waar is het geld?", in elk geval woorden van gelijke aard </para>
      <para>  en/of strekking en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] met een vuurwapen, althans met een hard voorwerp</para>
    <para>  op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal heeft/hebben geslagen en/of gestompt</para>
    <para>  en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] ten val heeft/hebben gebracht;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f0cd5045-1a81-49db-bee3-b8acba2b63af" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2017174101/2017174105/20171822033, gesloten d.d. 30 augustus 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 192.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca654350-e7f2-47ed-8391-9992993f152c" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2017, pagina 16 en 17. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc2c545e-20ca-45f4-9132-9bcb18611de1" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 30 oktober 2017, pagina 30 tot en met 32. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_70a0f920-ddd0-4ac1-b7be-6607a5cccced" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] d.d. 7 november 2017, pagina 36 tot en met 40.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8711fe99-bec4-48cd-9bcd-b4ab6e8fd7d4" label="5">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 30 oktober 2017, pagina 50 tot en met 52.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a9097a4a-c225-426c-86c6-ece0e90a4ccb" label="6">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] d.d. 13 november 2017, pagina 73 tot en met 79. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9cec7f6-6b63-4e6f-9890-190a9c15e294" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3] d.d. 30 oktober 2017, pagina 71 en 72. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d7239156-cd87-45b8-b274-bf4882ca10f4" label="8">
    <para> Proces-verbaal d.d. 30 augustus 2018, pagina 12 en 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a18a9ab-596f-437a-b5a6-6d57d342c361" label="9">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2017 op pagina’s 144-146.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5eabe4d6-3c16-45a3-8bbb-7b5711f989d0" label="10">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] d.d. 9 november 2017, pagina 43 tot en met 49.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6971176-2163-4c69-91fd-550b5e270cd7" label="11">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] d.d. 9 november 2017, pagina 63 tot en met 70.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_86ee3d20-fbe0-4fa4-9ee2-6d0856f98f36" label="12">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] d.d. 13 november 2017, pagina 73 tot en met 79. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a10fe50e-6af6-491d-8791-acb350d67195" label="13">
    <para> Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 3] d.d. 20 november 2017, pagina 136 tot en met 139.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>