<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:3708</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:49:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/247787 / FA RK 18-1009</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2019-0120</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:3708">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:3708</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-19T13:47:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:3708 Rechtbank Limburg , 12-03-2019 / C/03/247787 / FA RK 18-1009</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:3708:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoek van erkenner tot vernietiging erkenning. Rechtbank heeft DNA-onderzoek gelast, maar moeder heeft geweigerd hieraan mee te werken.</para>
        <para>De rechtbank kan beslissing nemen die haar geraden voorkomt. De vraag waarvoor de rechtbank zich ziet gesteld is of uit het niet meewerken van de moeder aan het DNA-onderzoek de conclusie dient te worden getrokken dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is en dat het verzoek tot vernietiging van de erkenning daarom dient te worden toegewezen. </para>
        <para>De rechtbank acht zich onvoldoende voorgelicht en gelast daarom een raadsonderzoek.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:3708:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie en jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 maart 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/247787 / FA RK 18-1009</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>verzoeker, verder te noemen: de man,</para>
      <para>wonend op een geheim adres binnen het arrondissement van de rechtbank Limburg,</para>
      <para>advocaat mr. R.H.L. van de Laar, kantoorhoudend te Kerkrade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende],</emphasis>
      </para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonend te Kerkrade,</para>
      <para>advocaat mr. J.E.A. Hendrix, kantoorhoudend te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minderjarige </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige], </emphasis>geboren op [2010] te [geboorteplaats],</para>
      <para>verder te noemen: [minderjarige],</para>
      <para>in rechte vertegenwoordigd door mr. J.G.M. Daemen, </para>
      <para>advocaat, kantoorhoudend te Brunssum, </para>
      <para>in zijn hoedanigheid van bijzondere curator voor [minderjarige],</para>
      <para>verder te noemen: de bijzondere curator. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de stukken, waaronder de door deze rechtbank tussen partijen gegeven en op </para>
      <para>19 september 2018 uitgesproken beschikking. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken: </para>
    </parablock>
    <para>- de brieven van Verilabs, ingekomen bij de griffie op 7 december 2018 en </para>
    <para>2 januari 2019;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het bericht van de moeder, ingekomen bij de griffie op 10 januari 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van de man, ingekomen bij de griffie op 16 januari 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van de bijzondere curator van 1 februari 2019, ingekomen bij de griffie op </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>4 februari 2019; </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het bericht van de man, ingekomen bij de griffie op 12 februari 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van de moeder, ingekomen bij de griffie op 13 februari 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van de man, ingekomen bij de griffie op 19 februari 2019.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de ingediende stukken is gebleken dat de man inmiddels heeft meegewerkt aan het door de rechtbank gelaste DNA-onderzoek, maar dat de moeder hieraan niet heeft meegewerkt.  In haar voormeld schrijven van 10 januari 2019 verwijst de moeder naar haar reeds ter zitting gedane mededeling dat zij geen medewerking zal verlenen aan een DNA-onderzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 198 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter, indien een partij niet voldoet aan de verplichting om mee te werken aan een deskundigenonderzoek, daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.</para>
      <para>De vraag waarvoor de rechtbank zich ziet gesteld is of uit het niet meewerken van de moeder aan het DNA-onderzoek de conclusie dient te worden getrokken dat de man niet de biologische vader van [minderjarige] is en dat het verzoek van de man tot vernietiging van de erkenning daarom dient te worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toewijzing van het verzoek zal ertoe leiden dat aan [minderjarige] zijn juridisch vader wordt ontnomen. De rechtbank overweegt dat [minderjarige] een zwaarwegend belang erbij heeft om te weten wie zijn biologische vader is. Niet is komen vast te staan dat de man niet de biologische vader van [minderjarige] is. Terughoudendheid in de beoordeling met betrekking tot het verzoek tot vernietiging van de erkenning acht de rechtbank daarom op zijn plaats. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bijzondere curator acht het in het belang van [minderjarige] dat middels een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidoost-Nederland, locatie Maastricht (verder te noemen: de raad) meer zicht komt op de mogelijkheden om alsnog DNA-materiaal van [minderjarige] te verkrijgen.  Zowel de man als de moeder hebben om hen moverende redenen aangegeven niet achter een onderzoek door de raad te staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht zich op dit moment onvoldoende geïnformeerd een weloverwogen beslissing te nemen op het verzoek van de man. Daarom zal de rechtbank aan de raad vragen onderzoek te doen en advies uit te brengen. Dit onderzoek zal allereerst gericht moeten zijn op de vraag of de raad mogelijkheden ziet om de moeder ervan te overtuigen dat meewerken aan een DNA-onderzoek in het belang van [minderjarige] is. Als de moeder blijft weigeren en daardoor voor [minderjarige] twijfel blijft bestaan over de vraag of de man zijn biologische vader is, acht de raad dan een kinderbeschermingsmaatregel van belang voor [minderjarige]? Vervolgens, indien door de weigering van de moeder geen uitvoering kan worden gegeven aan het door de rechtbank gelaste deskundigenonderzoek, legt de rechtbank de vraag voor of de raad het in het belang van [minderjarige] acht dat het verzoek tot vernietiging van de erkenning wordt toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing op het verzoek tot vernietiging van de erkenning zal in afwachting van het raadsonderzoek worden aangehouden, pro forma voor de duur van vier maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal aan de bij beschikking van 19 september 2018 benoemde deskundige vragen opgave van de tot nog toe gemaakte kosten te doen. Daarna zullen partijen en de bijzondere curator in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraag voor wiens rekening deze kosten dienen te komen. Voorts zal aan de deskundige worden gevraagd het DNA-materiaal van de man voorlopig te bewaren in afwachting van het eventuele nog aan te leveren DNA-materiaal van [minderjarige]. </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3. 	De beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>
        <?linebreak?>verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidoost-Nederland, onderzoek te doen en advies uit te brengen over de volgende vragen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ziet de raad mogelijkheden om de moeder ervan te overtuigen dat meewerken aan een DNA-onderzoek in het belang van [minderjarige] is?</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>als de moeder blijft weigeren mee te werken aan een DNA-onderzoek, acht de raad dan een kinderbeschermingsmaatregel van belang voor [minderjarige] ?</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>indien door de weigering van de moeder geen uitvoering kan worden gegeven aan het door de rechtbank gelaste deskundigenonderzoek, acht de raad het dan in het belang van [minderjarige] dat het verzoek tot vernietiging van de erkenning wordt toegewezen?</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van het rapport en advies van de raad, pro forma voor de duur van vier maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="4">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.J.M. Verhey als griffier op </para>
              <para>12 maart 2019.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>