<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:2495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:20:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7573239 BR VERZ 19-67</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2019-0210</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2019/261</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:2495">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:2495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-16T11:15:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:2495 Rechtbank Limburg , 18-03-2019 / 7573239 BR VERZ 19-67</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:2495:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Notaris vraagt twee verzoeken die wettelijke grondslag ontberen. Verzoeken tot het bestempelen van de vereffening van de nalatenschap als “licht” en het verzoek tot het mogen uitbetalen van het batige saldo aan de erfgenamen zijn afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:2495:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht / Kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 7573239 BR VERZ 19-67</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 18 maart 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op een verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>kantoor houdend te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde mr. [naam gemachtigde] (notaris). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie van deze rechtbank ontvangen op 28 februari 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is beschikking en de uitspraak daarvan bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaats] [erflater] (verder: de erflater), laatstelijk wonend te [woonplaats] , overleden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De erfgenamen van de erflater hebben de nalatenschap bij akte van 12 april 2018 beneficiair aanvaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoeker vraagt toestemming voor het toepassen van de lichte vereffening en voor het uitbetalen van de erfdelen aan de erfgenamen. Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt verzoeker - verkort weergegeven -  dat in de nalatenschap van de erflater geen schuldeisers bestaan en om die reden de verplichting voor het oproepen van de bekende schuldeisers tot indiening van hun vorderingen vervalt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat door de beneficiaire aanvaarding op 12 april 2018 (van de op [overlijdensdatum] opengevallen nalatenschap) de beneficiair aanvaarde erfgenamen als vereffenaars hebben te gelden en deze nalatenschap overeenkomstig het bepaalde in art. 4:202 e.v. BW dien(d)en te vereffenen. Uit art. 4:211 lid 3 BW volgt dat de vereffenaars met bekwame spoed een onderhandse of notariële boedelbeschrijving dienen op te maken of doen opmaken. Gelet op de eerst op 28 februari 2019 ontvangen boedelbeschrijving is deze bekwame spoed niet in acht genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gesteld noch gebleken is dat de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd. Gelet hierop volgt uit de wet al dat sprake is van een zogenoemde lichte vereffening. Nu uit de inhoud van de thans voorhanden stukken, waaronder de boedelbeschrijving en het overzicht “Bankposten ter verantwoording”, volgt dat de schuldeisers van de nalatenschap integraal zijn voldaan, kan niet anders geconcludeerd worden dan dat de (lichte) vereffening van de nalatenschap is voltooid. Tegen de achtergrond hiervan bezien en bovendien gelet op het feit dat het verzoek tot toestemming voor het toepassen van de lichte vereffening wettelijke grondslag ontbeert, zal dit onderdeel van het verzoek worden afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De gevraagde toestemming voor het uitbetalen van de erfdelen aan de erfgenamen ontbeert eveneens wettelijke grondslag. Na onder meer betaling van de schuldeisers van de nalatenschap is, zoals eerder overwogen, de vereffening voltooid en volgt de verdeling van het batig saldo onder de erfgenamen. Gelet hierop zal ook dit onderdeel van het verzoek worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het gevraagde plaatsgevonden omdat de kantonrechter, gelet op het in 3.2. en 3.3. overwogene, niet tot een ander oordeel zou (kunnen) komen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de verzoeken af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_0c4b91c5-1987-430d-8e88-4f6d4b83f11c" /></para>
        <para>YT</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0c4b91c5-1987-430d-8e88-4f6d4b83f11c" label="1">
    <para>type: TY</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>