<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:1549</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-20T15:30:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/659274-16, 03/661008-17 (TTZGEV)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:1549">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:1549</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-20T14:03:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:1549 Rechtbank Limburg , 20-02-2019 / 03/659274-16, 03/661008-17 (TTZGEV)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:1549:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>---</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:1549:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/659274-16, 03/661008-17 (TTZGEV)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 februari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. R.E.H. Jager, advocaat kantoorhoudende te Amersfoort.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 november 2016 en 6 februari 2019. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.<emphasis role="italic">.  </emphasis></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:</para>
      <para>ten aanzien van parketnummer: 03/659274-16:</para>
      <para>ongeveer 30 liter amfetamineolie heeft vervoerd dan wel voorhanden heeft gehad, al dan niet in vereniging gepleegd;</para>
      <para>ten aanzien van parketnummer: 03/661008-17: </para>
      <para>32,6 gram en 47,5 pillen MDMA, 3,3, gram GHB en 48 pillen 2C-B voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van parketnummer 03/659274-16:</para>
        <para>De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de observaties van een aantal verbalisanten van politie en de in de kofferbak van de VW Golf aangetroffen bigshoppers met daarin 6 jerrycans met daarin totaal 30 liter vloeistof, waarvan het NFI heeft vastgesteld dat het amfetamineolie is en de door de medeverdachte </para>
        <para>
          [medeverdachte 1] ter terechtzitting afgelegde verklaring.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van parketnummer 03/661008-17:</para>
        <para>De officier van justitie acht dit feit eveneens wettig en overtuigend bewezen op grond van de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, het proces-verbaal van doorzoeking en het rapport van het NFI naar aanleiding van de ingezonden en onderzochte harddrugs. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft, kort samengevat, aangevoerd dat uit de feiten niet kan worden geconcludeerd dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verboden amfetamine-olie in de bigshoppers. Niet vastgesteld kan worden dat verdachte de bigshoppers gezien heeft. Als verdachte al gemerkt heeft dat medeverdachte [medeverdachte 2] iets achter in zijn auto heeft gezet, dan staat daarmee nog niet vast dat verdachte geweten heeft wat dit was, laat staan dat hij wetenschap heeft gehad van de goederen die zich in de tassen bevonden. De raadsvrouw heeft bovendien aangevoerd dat de middelen zich niet in de machtssfeer van verdachte hebben bevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het ten laste gelegde feit onder parketnummer 03/661008-17 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_b10ea6f5-60ff-464f-885b-48f1ed865ef1" />
        </para>
        <para>Ten aanzien van het ten laste gelegde feit onder parketnummer 03/659274-16:</para>
        <para>De rechtbank is op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting  van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Zo ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank bewijs voor wetenschap bij verdachte dat er amfetamineolie in de kofferbak werd gelegd. De verdachte omstandigheden waarnaar de officier van justitie verwees zijn onvoldoende redengevend om tot het bewijs van die wetenschap bij verdachte te komen. De rechtbank zal verdachte dan ook daarvan vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het ten laste gelegde feit onder parketnummer 03/661008-17: </para>
        <para>De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna vermelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming<footnote-ref linkend="_49876214-ce63-47b4-a3d1-0b2deced2cd9" />;</para>
      <para>- een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen<footnote-ref linkend="_ed24f9f9-cb7d-4b84-9e5d-69628c5059c6" /></para>
      <para>- een rapport identificatie van drugs en precursoren van het Nederlands Forensisch Instituut<footnote-ref linkend="_5b383059-5bab-4c2d-8f67-18f3ceae499d" />;</para>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting.<footnote-ref linkend="_8b166665-f076-4f35-b70c-b854d7c08434" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>parketnummer 03/661008-17:</para>
        <para>in de periode van 29 juli 2016 tot en met 30 juli 2016 in de gemeente Groningen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 32,6 gram en 47,5 pillen MDMA en 3,3 gram GHB en 48 pillen 2C-B, zijnde MDMA en GHB en 2C-B telkens een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf en/of de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 39 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en aftrek van het reeds ondergane voorarrest. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepleit voor de duur van het ondergane voorarrest gelet op de zeer positieve ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt,  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Opiumwet door verschillende  harddrugs in verschillende hoeveelheden in zijn woning voorhanden te hebben. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het bezit van zoveel drugs te maken had met zijn verslaving in die tijd en daarnaast als het ware het gevolg is geweest van een uit de hand gelopen hobby. De rechtbank gaat er vanuit, gelet op de in zijn kamer aangetroffen hoeveelheden verdovende middelen (opgeteld bijna 300 gram harddrugs en meer dan 100 pillen), dat deze middelen niet allemaal bestemd waren voor eigen gebruik en dat verdachte zijn eigen verslaving mogelijk heeft gefinancierd door te handelen in verdovende middelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Harddrugs als de onderhavige leveren, eenmaal in handen van gebruikers grote gevaren op voor de volksgezondheid van die gebruikers. Het is ook een feit van algemene bekendheid dat gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte volgens het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 januari 2019 meerdere keren is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte na 29 juli 2016 zijn leven een positieve wending heeft weten te geven en dat hij met zijn vroegere en criminele leven heeft gebroken. Uit het voortgangsverslag toezicht van Verslavingszorg Noord Nederland blijkt dat verdachte een zeer positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat hij de kansen die hij kreeg aangeboden ook heeft gegrepen. Verdachte werkt inmiddels als vrijwilliger en studeert op HBO-niveau. Door de reclassering wordt het huidige recidiverisico als laag ingeschat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de straftoemeting heeft de rechtbank  voorts in het voordeel van verdachte de mate van termijnoverschrijding laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegende acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest gerechtvaardigd en passend. Naar het oordeel van de rechtbank zou een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf de positieve ontwikkeling van verdachte alleen maar doorkruisen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <para>De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen verdovende middelen (MDMA, GHB en 2C-B) zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit onder parketnummer 03/659274-16;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte voor het feit onder parketnummer 03/661008-17 tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">140 dagen</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis met ingang van heden;</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:</para>
    <para>- AAEI5046 NL, 47,5 pillen, bevattende MDMA;</para>
    <para>- AAEI5043 NL, 3,3 gram GHB</para>
    <para>- AAEI5030 NL, 32,6 gram MDMA</para>
    <para>- AAEI5033 NL, 48 pillen 2C-B.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Nollen, voorzitter, mr. drs. J.M.A. van Atteveld en</para>
      <para>mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. C.M. Nollen en mr. D.C.I. van Delft zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 03/659274-16</para>
      <para>hij op of omstreeks 29 juli 2016 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging</para>
      <para>met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk </para>
      <para>geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 30 liter amfetamine(olie), in </para>
      <para>elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde</para>
      <para>amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan </para>
      <para>wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer 03/661008-17</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2016 tot en met 30 juli 2016 in de gemeente Groningen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 32,6 gram en/of 47,5 pillen MDMA en/of 3,3 gram GHB en/of 48 pillen 2C-B, in elke geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of GHB en/of 2C-B, zijnde MDMA en/of GHB en/of 2C-B telkens een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b10ea6f5-60ff-464f-885b-48f1ed865ef1" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg-Noord, Districtsrecherche Noord- midden Limburg, proces-verbaalnummer 2016139117, gesloten d.d. 4 november 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 370.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49876214-ce63-47b4-a3d1-0b2deced2cd9" label="2">
    <para> Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming door de rechter-commissaris  belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Nederland, d.d. 15 augustus 2016, RC-nr 16/439, met bijlagen.,  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed24f9f9-cb7d-4b84-9e5d-69628c5059c6" label="3">
    <para> Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van politie eenheid Limburg, dienst Regionale Recherche, Afdeling Specialistische Ondersteuning, Team Forensische Opsporing, proces-verbaalnummer PL2300-2016139117-87, d.d. 8 augustus 2016, met bijlagen, pagina 236, 244, 246 en 247 van het doorgenummerd einddossier. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b383059-5bab-4c2d-8f67-18f3ceae499d" label="4">
    <para> Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 15 september 2016, pagina 251 en 252 van het doorgenummerd einddossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b166665-f076-4f35-b70c-b854d7c08434" label="5">
    <para> Proces-verbaal terechtzitting d.d. 6 februari 2019.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>