<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:1424</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-15T14:05:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/700397-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:1424">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:1424</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-15T12:28:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:1424 Rechtbank Limburg , 15-02-2019 / 03/700397-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:1424:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vrijspraak voor poging doodslag. Poging zware mishandeling bewezen. Daarnaast veroordeling voor gebruik verborgen camera in woning en heimelijk gesprekken opnemen. </para>
        <para>Veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf en maximale taakstraf.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:1424:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/700397-17 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 februari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [Geboortegegevend] ,</para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.J. Serrarens, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 februari 2019. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis> zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag, door met een mes in te steken op [slachtoffer] . Van het feit zijn ook subsidiaire varianten ten laste gelegd (poging tot zware mishandeling en mishandeling).</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis> [slachtoffer] heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten 3 en 4:</emphasis> stiekem een camera in een woning heeft geplaatst en beelden en gesprekken heeft opgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer] op verschillende plaatsen in diens lichaam met een mes heeft gestoken. Het slachtoffer is door de messteken weliswaar niet zwaargewond geraakt, maar het handelen van de verdachte levert een poging tot doodslag op, omdat er een aanmerkelijke kans bestond dat [slachtoffer] zou overlijden. Het is een feit van algemene bekendheid dat het steken met een mes dodelijk kan zijn als het slachtoffer op meerder plaatsen in het lichaam wordt geraakt. De verdachte was heel kwaad en emotioneel en heeft [slachtoffer] gestoken met het mes. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zich bewust was van het gevaar van iemand steken met een mes. De verdachte heeft bewust de kans aanvaard dat de dood als gevolg zo intreden. Er is dus sprake van voorwaardelijk opzet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit twee heeft de officier van justitie tot vrijspraak gerekwireerd, omdat de bewoordingen ‘ben je de mijne’ objectief gezien niet als een bedreiging kunnen worden gezien. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten drie en vier acht de officier van justitie bewezen, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte geen voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . Hij wilde [slachtoffer] alleen wegjagen, immers hij heeft niet met het mes gestoken naar [slachtoffer] , maar alleen met het mes gezwaaid. Het letsel van [slachtoffer] bestaat uit snijwondjes en duiden er niet op dat de verdachte gericht op hem heeft ingestoken. Bovendien heeft de verdachte [slachtoffer] niet geraakt in de buurt van vitale organen. De betekent dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit één primair, de poging tot doodslag. De raadsvrouw is van mening dat er wel aanmerkelijke kans bestond dat door het zwaaiende mes zwaar lichamelijk letsel kon opreden. Ook in dat geval moet partieel worden vrijgesproken van de passage  dat de verdachte op [slachtoffer] heeft ingestoken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte moet ook van feit twee worden vrijgesproken, nu de uitlating van de verdachte niet kan worden beschouwd als een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. <?linebreak?>Ten aanzien van de feiten drie en vier refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_fcb1d13a-85ab-48a0-9739-ccb004be5729" />
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>Op 26 oktober 2017 heeft J.J. [slachtoffer] aangifte gedaan van poging doodslag dan wel zware mishandeling. Aangever heeft verklaard dat hij die dag in de woning van [getuige] , gelegen aan de [adres] , aanwezig was. Het dochtertje, zoontje en een vriendin van [getuige] waren ook in de woning aanwezig. Aangever hoorde gerommel vanuit de richting van de voordeur. De tussendoor vloog open  en voordat aangever zich had omgedraaid voelde hij keihard een vuist achter in zijn nek. Hij draaide zich om en zag dat het [verdachte] (de verdachte) was, de ex-partner van [getuige] . De verdachte keek ontzettend kwaad naar aangever en begon letterlijk op hem in te rammen met beide vuisten. De verdachte sloeg aangever in zijn nek en op zijn linker bovenarm/schouder. Aangever probeerde weg te komen, maar dat lukt niet omdat zijn voet klem zat tussen de stoel en het bankje van de tafel. Aangever kon alleen maar zijn linkerarm opheffen om de slagen af te weren. Op een gegeven moment liep de verdachte naar de keuken. Aangever stond nog steeds bij de tafel. Aangever zag dat de verdachte een keukenla opentrok. Hij pakte er een groot keukenmes uit en hield dat in zijn linkerhand en in zijn andere hand hield hij een bestek mes vast. Met beide messen in zijn handen, kwam de verdachte op aangever af gerend. Hij schreeuwde ‘ik maak je af’ en ‘ik maak je dood’. De verdachte hakte met het keukenmes in de richting van aangever. Aangever weerde het mes af met zijn linkerhand. De verdachte bleef doorhakken met het grote mes waardoor aangever gewond raakte aan de bovenzijde van zijn linkerhand en zijn linker onderarm. Aangever had ook pijn aan zijn hoofd en voelde op een gegeven moment het bloed over zijn hoofd stromen. Aangever kon de verdachte bij zijn polsen vastpakken. De verdachte schreeuwde dat aangever hem los moest laten. Ook [getuige] schreeuwde dat aangever de verdachte los moest laten. Aangever heeft toen losgelaten en is weggerend naar de buren.<footnote-ref linkend="_70ce58b2-fcf3-46f8-99a5-24a461eb3c90" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Door een forensisch geneeskundige werden bij aangever meerdere littekens met en zonder korstvorming op de huid geconstateerd. Die littekens passen bij oppervlakkige kras- en snijverwondingen.<footnote-ref linkend="_e5f67f9e-485d-4019-9387-5f97dc0c26c6" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Getuige [naam] heeft verklaard dat zij niet heeft gehoord dat de verdachte heeft geroepen dat hij aangever wilde dood maken of van het leven wilde beroven. De verdachte heeft wel tegen aangever gezegd dat hij de woning moest verlaten. De getuige heeft ook niet gezien dat de verdachte een steekbeweging naar aangever heeft gemaakt met het mes.<footnote-ref linkend="_2eaf2cdd-1631-47f2-a3e4-c0a59ef8c44c" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij het mes heeft gepakt omdat hij aangever wilde wegjagen uit de woning. Hij heeft aangever niet gestoken met het mes. Hij heeft alleen zwaaiende bewegingen met het mes gemaakt om hem af te schrikken. Het is nooit zijn bedoeling geweest om aangever de doden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Poging doodslag?</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken duidelijk is geworden dat de verdachte niet de intentie heeft gehad om aangever te doden. De vraag die voorligt is echter of er voorwaardelijk opzet op de dood van aangever kan worden afgeleid uit het handelen van de verdachte. Hierbij dient de rechtbank te beoordelen of de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de dood bij aangever zou kunnen intreden. De beantwoording van deze vraag is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard en de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt vast dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte daadwerkelijk steekbewegingen heeft gemaakt richting aangever. Aangever verklaart weliswaar dat verdachte met het mes ‘naar hem hakte’<footnote-ref linkend="_fc51ae3f-9ef1-4bb7-9554-2c340c9ebd8e" />, maar dit wordt niet ondersteund door de verklaring van de enige andere directe getuige: [naam] .<footnote-ref linkend="_f087da20-7f9d-4f06-ab6b-5d5e7f14b204" /></para>
          <para>De verdachte heeft toegegeven met het mes te hebben gezwaaid. De rechtbank acht dat bewezen. Uit het bewijsmateriaal valt evenwel niet de conclusie te trekken dat dit zwaaien in de buur van de hals of keel van [slachtoffer] , of van enig ander vitaal lichaamsdeel, heeft plaatsgevonden. Daarom kan niet de conclusie worden getrokken dat verdachte willens en wetens het aanmerkelijk risico op de dood van [slachtoffer] heeft op de koop toe heeft genomen.</para>
          <para>De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Poging zware mishandeling?</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de bewijsmiddelen volgt dat er een worsteling heeft plaatsgevonden tussen aangever en de verdachte, waarbij de verdachte een mes in zijn handen heeft gehad. Door zich te verweren heeft aangever op zijn handen, armen en hoofd oppervlakkige kras- en snij verwondingen opgelopen. Dit letsel is niet zo ernstig dat er juridisch gezien sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Dat neemt niet weg dat de verdachte gemakkelijk zwaar lichamelijk letsel had <emphasis role="italic">kunnen</emphasis> veroorzaken bij aangever, bijvoorbeeld in de vorm van verwondingen aan pezen, zenuwen en gewrichten. Met andere woorden: er bestond een aanmerkelijke kans op. Deze kans heeft de verdachte ook aanvaard door op een korte afstand van aangever zwaaiende bewegingen te maken met het mes. De rechtbank acht derhalve een poging op tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feiten 3 en 4</emphasis>
            <?linebreak?>De rechtbank volstaat ten aanzien van het tenlastegelegde onder de feiten 3 en 4 met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsman ten aanzien van dat feit geen vrijspraak heeft bepleit. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht het aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
        </parablock>
        <para>- de bekennende verklaring van de verdachte, ter terechtzitting afgelegd;</para>
        <para>- het proces-verbaal van bevindingen;<footnote-ref linkend="_6f132e89-95d9-4f90-9903-f83f3e0b95e0" /></para>
        <para>- het proces-verbaal van bevindingen ter zake handmatig uitlezen GSM.<footnote-ref linkend="_9ee2fbc8-cd79-4d29-bc80-5b96a04b01fa" /></para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht het aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:</para>
        </parablock>
        <para>- de bekennende verklaring van de verdachte, ter terechtzitting afgelegd;</para>
        <para>- het proces-verbaal van bevindingen;<footnote-ref linkend="_c7e4ceb5-709b-470a-bb10-64745fe0be25" /></para>
        <para>- het proces-verbaal van bevindingen ter zake handmatig uitlezen GSM.<footnote-ref linkend="_3448a163-51b3-4559-a949-ca142bd6093e" /></para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak ten aanzien van feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Volgens vaste jurisprudentie is voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen respectievelijk zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen (vgl. HR 7 juni 2005, LJN AT3659). </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de bewoordingen ‘als ik jou tegen kom ben je de mijne’ </para>
          <para>weliswaar schrik teweeg konden brengen bij aangever, maar objectief gezien niet bedreigend genoeg zijn om in redelijkheid de vrees te doen ontstaan dat de verdachte tot handelingen zou hebben kunnen overgaan die de dood dan wel zwaar lichamelijk letsel tot gevolg  konden hebben. <?linebreak?>Dit betekent dat de verdachte van het tenlastegelegde onder 2 zal worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1 subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>op 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan J.J. [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen  door:</para>
      </parablock>
      <para>- met een keukenmes, in zijn, verdachtes, hand, zich in de richting van die [slachtoffer] heeft begeven en</para>
      <para>- tijdens een gevecht zwaaiende bewegingen in de richting van die [slachtoffer] heeft gemaakt, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 3 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen met een technisch hulpmiddel, te weten </para>
        <para>een camera met een daarin bevestigde microfoon, een gesprek dat in een woning gelegen aan de Delfstofweg 18, werd gevoerd, opzettelijk zonder dat hij deelnemer aan dat gesprek was en anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek, heeft opgenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
        </para>
        <para>op 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen, gebruik makende van een technisch hulpmiddel, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van personen, te weten [getuige] en [getuige] en onbekend gebleven personen, aanwezig in een woning, te weten een woning gelegen aan de [adres] , afbeeldingen heeft vervaardigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 subsidiair</emphasis>: </para>
      <para>poging tot zware mishandeling </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3: </emphasis>
      </para>
      <para>met een technisch hulpmiddel opzettelijk zonder daartoe gerechtigd te zijn, opnemen van gegevens die in een woning, door middel van een geautomatiseerd werk worden overgedragen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4: </emphasis>
      </para>
      <para>gebruikmakende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf en/of de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen waarvan 337 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Als bijzondere voorwaarde dient te worden opgenomen dat de verdachte niet zelfstandig contact mag opnemen met aangever [slachtoffer] . Daarnaast is als straf gevorderd dat de verdachte een taakstraf van 240 uren zal verrichten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht om de verdachte een taakstraf op te leggen conform het advies van de reclassering. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling van de nieuwe partner van zijn ex-partner. Daarbij heeft hij gebruik gemaakt van een mes en heeft hij hem verwond. De situatie moet voor het slachtoffer buitengewoon bedreigend zijn geweest en gevoelens van onveiligheid hebben opgeroepen. Bovendien zijn ook anderen getuige geweest van hetgeen die avond heeft plaatsgevonden. Ook voor hen geldt dat het gebeurde onrust en gevoelens van onveiligheid moet hebben opgeroepen. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij met zijn gedrag niet alleen zijn ex-partner en haar (thans) nieuwe partner heeft getroffen, maar ook de kinderen dupeert die hij samen met zijn ex-partner heeft. Kinderen moeten erop kunnen vertrouwen dat hun ouders elkaar met respect behandelen en op een volwassen manier met elkaar omgaan. Dit geldt des te meer als ouders van elkaar gescheiden zijn. Door te handelen zoals de verdachte heeft gedaan, heeft hij het vertrouwen van zijn kinderen ernstig beschaamd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft de verdachte stiekem een camera in de woonkamer van zijn ex-partner geplaatst en heeft hij gesprekken die zij voerde met een vriendin opgenomen en afgeluisterd. Door aldus te handelen heeft de verdachte op onaanvaardbare wijze inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur zonder meer op zijn plaats is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het voordeel van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het volgende.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het uittreksel justitiële documentatie d.d. 15 januari 2019 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en aan hem nimmer enige voorwaardelijke of onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het reclasseringsadvies van 24 januari 2019 volgt dat de reclassering geen delict gerelateerde criminogene factoren heeft kunnen ontdekken. De verdachte heeft zijn leven op een constructieve wijze opgepakt. Hij heeft een vaste woonruimte, een nieuwe baan en hij is bezig met een schuldhulptraject. Het contact met zijn ex-partner lijkt redelijk te verlopen. De verdachte heeft geen gevoelens meer van wraak of frustratie jegens het slachtoffer of jegens zijn ex-partner. De reclassering schat het recidiverisico in als laag en adviseert om – in geval van bewezenverklaring – een voorwaardelijke straf zonder reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht een contactverbod met het slachtoffer op zijn plaats, nu het slachtoffer ter terechtzitting heeft aangegeven daar nog behoefte aan te hebben. De rechtbank zal een zelfstandig contactverbod met het slachtoffer opleggen, zodat de verdachte wel naar de woning van zijn ex-partner kan gaan om zijn kinderen op te halen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van de feiten de straf rechtvaardigt die door de officier van justitie is gevorderd. Dit ondanks het feit dat de rechtbank het handelen van de verdachte minder zwaar kwalificeert dan de officier van justitie. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen  dat de verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis en zal zij een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 365 dagen waarvan 337 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daaraan de bijzondere voorwaarde gekoppeld dat de verdachte geen zelfstandig contact mag opnemen met [slachtoffer] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met enkel het opleggen van deels voorwaardelijke straf komt evenwel de ernst van de feiten onvoldoende tot uitdrukking. De rechtbank zal daarom tevens de door de officier van justitie gevorderde taakstraf van 240 uur aan de verdachte opleggen..</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 45, 57, 139a, 139f en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 1 primair en feit 2;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 337 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wordt verboden zelfstandig contact te leggen met aangever [slachtoffer] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, mr. H.H. Dethmers en <?linebreak?>mr. A.H. Hamm-van de Water, rechters, in tegenwoordigheid van <?linebreak?>mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van <?linebreak?>15 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. H.H. Dethmers en mr. A.H. Hamm-van de Water zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van </para>
      <para>het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk, [slachtoffer] van het </para>
      <para>leven te beroven, door:</para>
    </parablock>
    <para>- met (een) (keuken)mes(sen), althans een scherp en puntig voorwerp, in zijn, </para>
    <parablock>
      <para>  verdachtes, hand, zich (lopend) in de richting van die [slachtoffer] heeft begeven </para>
      <para>  en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( vervolgens) een of meer malen met voorgenoemd(e) mes(sen), althans een </para>
    <para>  scherp, op die [slachtoffer] in heeft gestoken en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) (tijdens een gevecht) stekende en/of snijdende en/of zwaaiende </para>
    <parablock>
      <para>  bewegingen in de richting van die [slachtoffer] heeft gemaakt, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van </para>
      <para>het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen  door:</para>
    </parablock>
    <para>- met (een) (keuken)mes(sen), althans een scherp en puntig voorwerp, in zijn, </para>
    <parablock>
      <para>  verdachtes, hand, zich (lopend) in de richting van die [slachtoffer] heeft begeven </para>
      <para>  en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( vervolgens) een of meer malen met voorgenoemd(e) mes(sen), althans een </para>
    <para>  scherp, op die [slachtoffer] in heeft gestoken en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) (tijdens een gevecht) stekende en/of snijdende en/of zwaaiende </para>
    <parablock>
      <para>  bewegingen in de richting van die [slachtoffer] heeft gemaakt, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen [slachtoffer] heeft </para>
      <para>mishandeld door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in de nek en/of op de </para>
    <parablock>
      <para>  (linker)arm en/of schouder en/of rug, althans het lichaam, heeft geslagen </para>
      <para>  en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( vervolgens) een of meermalen met (een) (keuken)mes(sen), althans een scherp </para>
    <para>  en puntig voorwerp een of meer malen, op die [slachtoffer] in heeft gestoken en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) (tijdens een gevecht) stekende en/of snijdende en/of zwaaiende </para>
    <para>  bewegingen in de richting van die [slachtoffer] heeft gemaakt;</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen [slachtoffer] heeft </para>
      <para>bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware </para>
      <para>mishandeling, door die [slachtoffer] een Facebook-bericht te sturen met de tekst "Als </para>
      <para>ik je tegenkom ben je de mijne", althans woorden van gelijke dreigende aard of </para>
      <para>strekking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen en/of Landgraaf, </para>
      <para>althans in het arrondissement Limburg, met een technisch hulpmiddel, te weten </para>
      <para>een camera (met een daarin bevestigde microfoon), (een) gesprek(ken) dat in </para>
      <para>een woning gelegen aan de [adres] , werd(en) gevoerd, opzettelijk zonder </para>
      <para>dat hij deelnemer aan dat/die gesprek(ken) was en anders dan in opdracht van </para>
      <para>een/de deelnemer(s) aan dat gesprek, heeft opgenomen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>4. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 oktober 2017 in de gemeente Heerlen en/of Landgraaf, </para>
      <para>althans in het arrondissement Limburg, gebruik makende van een technisch </para>
      <para>hulpmiddel, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was </para>
      <para>gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van (een) perso(o)n(en), te weten [getuige] </para>
      <para> en/of [getuige] en/of [slachtoffer] en/of (een) onbekend </para>
      <para>gebleven perso(o)n(en), aanwezig in een woning, te weten een woning gelegen </para>
      <para>aan de [adres] , (een) afbeelding(en) heeft vervaardigd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fcb1d13a-85ab-48a0-9739-ccb004be5729" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer [nummer] , gesloten d.d. 22 december 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 185.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_70ce58b2-fcf3-46f8-99a5-24a461eb3c90" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , dossierpagina 23 tot en met 26.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5f67f9e-485d-4019-9387-5f97dc0c26c6" label="3">
    <para> De letstelbeschrijving van forensisch geneeskundige [naam] , verbonden aan GGD Limburg, dossierpagina 36 en 37.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2eaf2cdd-1631-47f2-a3e4-c0a59ef8c44c" label="4">
    <para> Proces-verbaal verhoor getuige [naam] , dossierpagina 55.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc51ae3f-9ef1-4bb7-9554-2c340c9ebd8e" label="5">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , dossierpagina 25.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f087da20-7f9d-4f06-ab6b-5d5e7f14b204" label="6">
    <para> Proces-verbaal verhoor getuige [naam] , dossierpagina 55.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f132e89-95d9-4f90-9903-f83f3e0b95e0" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 121. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ee2fbc8-cd79-4d29-bc80-5b96a04b01fa" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen ter zake handmatig uitlezen GSM, dossierpagina’s 124 en 125.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c7e4ceb5-709b-470a-bb10-64745fe0be25" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 121. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3448a163-51b3-4559-a949-ca142bd6093e" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen ter zake handmatig uitlezen GSM, dossierpagina’s 124 en 125.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>