<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-22T12:00:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/257939 / FA RK 18-4582</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:129">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-21T14:14:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:129 Rechtbank Limburg , 09-01-2019 / C/03/257939 / FA RK 18-4582</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:129:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vermist, oproep via publicatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:129:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Limburg</bridgehead>
    <para>Familie en jeugd</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/257939 / FA RK 18-4582</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 09 januari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [adresgegevens verzoekster] ,</para>
      <para>hierna te noemen verzoekster respectievelijk de dochter,</para>
      <para>advocaat: mr. R.H.L. van de Laar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Dit blijkt uit het volgende:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift ex artikel 1:413 van het Burgerlijk Wetboek – verder BW – gericht aan de rechtbank Den Haag;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 november 2018, waarbij de zaak in de stand waarin deze zich bevindt is verwezen naar de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekster verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar te gelasten <emphasis role="bold">[naam vermiste]</emphasis>, geboren te [geboortegegevens vermiste] , laatstelijk wonende te [adres vermiste] , op te roepen ten einde van zijn in leven zijn te doen blijken en, zo hiervan niet blijkt, te verklaren dat er rechtsvermoeden van overlijden van de vermiste <emphasis role="bold">[naam vermiste]</emphasis> – verder [naam vermiste] – bestaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam vermiste] is op 29 maart 2012 verdwenen en sindsdien spoorloos. [naam vermiste] wordt vermoed niet meer in leven te zijn. Op 29 maart 2012 is er nog telefonisch contact geweest tussen [naam vermiste] en een van zijn dochters. Daarna ontbreekt ieder spoor van [naam vermiste] . Opmerkelijk is dat [naam vermiste] niet is verschenen op de crematie van zijn moeder op </para>
        <para>31 maart 2012. Verzoekster heeft op 1 april 2012 aangifte van vermissing van [naam vermiste] bij de politie gedaan. De auto van [naam vermiste] is op 2 april 2012 teruggevonden bij AC restaurant De Meern, langs de A 12. Na de aangifte heeft de politie een politiebericht uitgezonden op de publieke zenders en is een rechercheteam samengesteld van 20 rechercheurs, die zich hebben beziggehouden met de vermissing van [naam vermiste] . [naam vermiste] was van beroep autohandelaar en had een eigen onderneming te Echt: “ [naam bedrijf] ”. Ondanks een door de politie uitgeloofde beloning van € 10.000,00 is de vermissing van [naam vermiste] nimmer opgelost. Anno 2018 is er nog altijd geen spoor van [naam vermiste] . Vermoed wordt dat [naam vermiste] slachtoffer is van een misdrijf en ook de politie denkt dat [naam vermiste] niet meer in leven is. Verzoekster heeft er belang bij dat de rechtbank zal verklaren dat er een rechtsvermoeden van overlijden van [naam vermiste] bestaat. </para>
        <para>Het belang van verzoekster is daarin gelegen, dat de erfgenamen van [naam vermiste] , waaronder verzoekster, kunnen overgaan tot afwikkeling van de nalatenschap van [naam vermiste] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 267 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is deze rechtbank bevoegd om van het verzoekschrift kennis te nemen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de stellingen in het verzoekschrift is de rechtbank van oordeel dat er voldoende grond bestaat om verzoekster te gelasten de vermiste [naam vermiste] op te roepen ten einde van zijn in leven zijn te doen blijken. De tijdruimte als bedoeld in artikel 413 lid 2 BW is verstreken.</para>
        <para>De oproeping van de vermiste zal dienen te geschieden overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:414 BW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>gelast verzoekster om de vermiste <emphasis role="bold">[naam vermiste]</emphasis>, geboren te [geboortegegevens vermiste] , laatstelijk wonende te [adres vermiste] , op te roepen voor de terechtzitting van donderdag 14 maart 2019 te 13.15 uur in het gerechtsgebouw te Roermond, Willem II Singel 67;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de griffier deze oproep namens verzoekster zal publiceren in “De Telegraaf” en in de “Staatscourant”;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>beveelt verzoekster, desgewenst vergezeld van haar raadsman, zonder nadere oproeping op donderdag 14 maart 2019 te 13.15 uur in het gerechtsgebouw te Roermond aanwezig te zijn;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de kosten van publicatie ten laste van het vermogen van de vermiste worden gebracht. </para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van J.H. van den Kieboom, griffier op 09 januari 2019.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:</para>
                <para>a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;</para>
                <para>b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>