<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:11819</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-14T10:01:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/721019-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:11819">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:11819</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-13T11:03:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:11819 Rechtbank Limburg , 16-12-2019 / 03/721019-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:11819:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beschikking Rechter-commissaris</para>
        <para>Zaak Jos B. Onderzoek naar de dood van Nicky Verstappen. Vordering OvJ ogv art. 126nf Sv tot afgifte door de huisarts van de medische dossiers van Jos B en diens moeder afgewezen. Door tussenkomst van forensisch arts is gebleken dat de inhoud van de dossiers niet kan bijdragen aan de waarheidsvinding. Huisarts is op grond van zijn geheimhoudingsplicht dan ook niet verplicht deze af te geven.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:11819:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>rechter-commissaris in strafzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rc-nummer	: 18/845</para>
      <para>parketnummer	: 03/721019-18</para>
      <para>datum		: 16 december 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking ex artikel 105 Sv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing op beroep verschoningsrecht n.a.v. vordering ex artikel 126nf Sv na voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naam		: [verdachte]</para>
      <para>voornamen	: [verdachte]</para>
      <para>geboren op	: [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats]</para>
      <para>adres		: Z.V.W.O.V.H.T.L</para>
      <para>		  thans verblijvende te PPC Vught</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Op 23 april 2019 heeft de officier van justitie op grond van artikel 126nf Sv van de heer H.R.M. Schiffelers, huisarts te Simpelveld, hierna te noemen: de huisarts, de afgifte gevorderd van de medische dossiers van verdachte en diens moeder, mevrouw [naam] . De officier van justitie heeft daartoe bij beslissing van dezelfde datum machtiging van de rechter-commissaris ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De huisarts heeft de stukken na uitvoerige correspondentie met politie en justitie niet afgegeven, zich hierbij beroepend op zijn verschoningsrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op dit standpunt van de huisarts heeft de officier van justitie op 6 november 2019 op grond van artikel 105 Sv gevorderd dat de rechter-commissaris de huisarts beveelt tot uitlevering van de betreffende stukken. Deze vordering is op 8 november 2019 ter griffie ingekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten vervolge op de eerste vordering ex artikel 126nf Sv heeft de huisarts, na hierover telefonisch te zijn benaderd door de rechter-commissaris, de betreffende stukken op <?linebreak?>3 december 2019 in twee gesloten enveloppen overhandigd aan de rechter-commissaris. De huisarts heeft daarbij gepersisteerd bij zijn eerder gedane beroep op het verschoningsrecht. De rechter-commissaris heeft de betreffende gesloten enveloppen vervolgens bewaard in zijn kluis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarop heeft de rechter-commissaris de gesloten enveloppen ter hand gesteld van L.J.H. van Hooren, forensisch geneeskundige, en hem verzocht te onderzoeken of de inhoud van de medische dossiers antwoord geeft of kan geven op de vragen van de officier van justitie (zie hierna in de bijlage).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na bestudering van de dossiers heeft de forensisch geneeskundige zijn bevindingen gerapporteerd in zijn brief aan de rechter-commissaris van 4 december 2019, ter griffie ingekomen op 16 december 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte zijn de medische dossiers weer teruggegeven aan de huisarts.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Nu de officier van justitie reeds een vordering ex artikel 126nf Sv heeft ingediend, komt aan de daarna ingediende vordering ex artikel 105 Sv geen zelfstandige betekenis meer toe. Derhalve zal de officier van justitie in die laatste vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Wat betreft de vordering ex artikel 126nf Sv het volgende. Voorop gesteld zij dat de huisarts dient te worden aangemerkt als een verschoningsgerechtigde in de zin van artikel 218 Sv. Gelet hierop is deze niet verplicht te voldoen aan de vordering tot afgifte van de medische dossiers, voor zover dit met zijn plicht tot geheimhouding in strijd zou zijn (zie ECLI:NL:HR:2012:BT7126). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vraag die de rechter-commissaris heeft te beantwoorden is of de huisarts zich gerechtvaardigd op die plicht mocht beroepen. Dit beroep dient te worden gepasseerd, indien sprake is van zo uitzonderlijke omstandigheden, dat het aan de huisarts toekomende verschoningsrecht moet wijken voor het belang van de waarheidsvinding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Teneinde aan het laatstbedoelde belang te kunnen toetsen, heeft de rechter-commissaris door tussenkomst van de forensisch geneeskundige onderzocht of de inhoud van de medische dossiers kan bijdragen aan de waarheidsvinding. Nu zulks niet het geval is, waartoe de rechter-commissaris kortheidshalve verwijst naar voormelde brief van de forensisch geneeskundige van 4 december 2019 (zie bijlage) – in beide dossiers staat geen informatie die kan bijdragen aan beantwoording van de vragen van de officier van justitie – kan aan het belang van de waarheidsvinding geen betekenis worden toegekend. Gelet hierop is de huisarts niet verplicht te voldoen aan de vordering tot afgifte van de medische dossiers, nu dit met zijn plicht tot geheimhouding in strijd is.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechter-commissaris:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering ex artikel 105 Sv; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat de huisarts niet verplicht is te voldoen aan de vordering tot afgifte van de medische dossiers van verdachte en mevrouw [naam] , nu dit met zijn plicht tot geheimhouding in strijd is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. Th.A.J.M. Provaas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>