<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:11213</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-13T11:21:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/267845 / KG ZA 19-392</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:11213">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:11213</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-13T11:12:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:11213 Rechtbank Limburg , 04-12-2019 / C/03/267845 / KG ZA 19-392</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:11213:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Kort geding, verstek, art. 585 Rv ev. lijfsdwang</para>
        <para>Gedaagde is bij eerder vonnis veroordeeld tot (i) het zich houden aan een contactverbod, (ii) het zich onthouden van onnodig grievende uitlatingen en (iii) het zich onthouden van bedreiging en intimidatie, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom. Gedaagde heeft zich dusdanig gedragen dat de dwangsommen zijn verbeurd. De dwangsommen bleken vervolgens niet inbaar. De onrechtmatige gedragingen van gedaagde blijven doorgaan. De gevorderde lijfsdwang wordt toegewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:11213:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6b4b2f05-c384-4cd9-ae0f-e433c992505b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b7461a08-c119-4d0c-909d-c6d15ddd0282" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/03/267845 / KG ZA 19-392</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 4 december 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de stichting WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Maastricht,</para>
      <para>2.	de stichting <emphasis role="bold">WONINGSTICHTING SERVATIUS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Maastricht,</para>
      <para>eiseressen,</para>
      <para>advocaat mr. N. Kooistra,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>zonder bekende woonplaats of werkelijk verblijf in en buiten Nederland,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna (afzonderlijk) Maasvallei en Servatius, (gezamenlijk) eiseressen, en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties 1 tot en met 68</para>
      <para>- de brief van eiseressen van 21 november 2019 met producties 69 tot en met 84</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tegen [gedaagde] verleende verstek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling ter zitting op 3 december 2019. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van Maasvallei en Servatius volgt uit de aard van de zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter heeft ambtshalve vastgesteld dat aan hetgeen in art. 585 </para>
        <para>aanhef sub a en art. 586 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald, is voldaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Voorts is aannemelijk geworden dat een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst </para>
        <para>zal bieden en dat het belang van eiseressen toepassing daarvan rechtvaardigt, zodat ook aan het in art. 587 Rv bepaalde is voldaan. Met betrekking tot het niet vorderen van een dwangsom, maar direct vorderen van lijfsdwang door Maasvallei overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Nadat op 16 januari 2019 door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, vonnis is gewezen tussen Servatius en [gedaagde] , heeft [gedaagde] zich jegens Servatius dusdanig gedragen dat de opgelegde dwangsommen zijn verbeurd, die echter niet inbaar zijn gebleken. Er is daarom geen reden te veronderstellen dat het opleggen van dwangsommen in relatie tot Maasvallei thans wél effect zal sorteren. Voorts is het belang van eiseressen evident, nu de veiligheid van personen in het geding is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Niet is gebleken van een situatie zoals neergelegd in art. 588 Rv. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet, gelet op het in art. 589 Rv bepaalde, aanleiding zowel de door Servatius bij petitum sub 1, 2 en 3, alsook de door Maasvallei bij petitum sub 4, 5 en 6 gevorderde termijn niet op dertig dagen, maar op zeven dagen per overtreding te stellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Verder zal de voorzieningenrechter bepalen dat een gedraging van [gedaagde] die aangemerkt kan worden als een overtreding jegens Servatius of Maasvallei van meer dan één verbod tegelijkertijd, voor de toepassing van de lijfsdwang geldt als één overtreding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Ook zal de voorzieningenrechter bepalen dat het gelijktijdig benaderen door [gedaagde] van meerdere personen, die genoemd zijn in de verboden die betrekking hebben op Servatius, in één bericht (ook in (blinde) kopie), geldt als één overtreding jegens Servatius. Hetzelfde geldt met betrekking tot Maasvallei. Indien [gedaagde] in één bericht gelijktijdig personen benadert, die genoemd zijn in de verboden die betrekking hebben op Servatius en Maasvallei, dan geldt dat [gedaagde] met dat ene bericht dus één overtreding jegens Servatius en één overtreding jegens Maasvallei heeft begaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Voorts zal de voorzieningenrechter bepalen dat de lijfsdwang ten uitvoer kan worden gelegd voor een maximale termijn van alle verboden tezamen van Maasvallei van zes maanden en voor een maximale termijn van alle verboden tezamen van Servatius van zes maanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Ten slotte zal de voorzieningenrechter conform art. 591 Rv bepalen dat lijfsdwang niet ten uitvoer kan worden gelegd dan een dag na betekening van dit vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter zal [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure veroordelen, tot op heden aan de zijde van eiseressen begroot op € 99,01 (kosten exploot), € 2,04 (kosten info BRP), € 12,10 (kosten publicatie Staatscourant), € 639,00 (griffierecht) en € 633,00 (salaris advocaat). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">met betrekking tot Servatius</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>verleent Servatius verlof om de in het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie </para>
        <para>Maastricht van 16 januari 2019 onder zaaknummer C/03/257880/HA ZA 18-602 gegeven veroordeling ten aanzien van het contactverbod (4.3 van het dictum) vanaf één dag na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang en deswege [gedaagde] in gijzeling te doen stellen voor de duur van zeven dagen voor iedere overtreding van het contactverbod,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verleent Servatius verlof om de in het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 16 januari 2019 onder zaaknummer C/03/257880/HA ZA 18-602 gegeven veroordeling ten aanzien van het onnodig grievend uitlaten (4.4 van het dictum) vanaf één dag na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang en deswege [gedaagde] in gijzeling te doen stellen voor de duur van zeven dagen voor iedere overtreding van de hiervoor genoemde veroordeling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verleent Servatius verlof om de in het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 16 januari 2019 onder zaaknummer C/03/257880/HA ZA 18-602 gegeven veroordeling ten aanzien van het contactverbod (4.5 van het dictum) vanaf één dag na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang en deswege [gedaagde] in gijzeling te doen stellen voor de duur van zeven dagen voor iedere overtreding van de hiervoor genoemde veroordeling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat een gedraging van [gedaagde] die aangemerkt kan worden als een overtreding jegens Servatius van meer dan één verbod tegelijkertijd, voor de toepassing van de lijfsdwang geldt als één overtreding,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat het gelijktijdig benaderen door [gedaagde] van meerdere personen, die genoemd zijn in de verboden die betrekking hebben op Servatius, in één bericht (ook in (blinde) kopie), geldt als één overtreding jegens Servatius,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>bepaalt dat de lijfsdwang ten aanzien van alle verboden tezamen onder 3.1, 3.2. en 3.3. ten uitvoer kan worden gelegd voor de maximale termijn van zes maanden,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">met betrekking tot Maasvallei</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] vanaf de datum van betekening van dit vonnis aan hem voor de duur van vijf jaar, om persoonlijk, telefonisch, schriftelijk (via brief, e-mail, WhatsApp, SMS, of op welke andere (digitale) wijze (via Facebook, Linkedln, etc.) dan ook ongevraagd contact op te nemen of contact te zoeken met Maasvallei, de bestuurder van Maasvallei, (oud-)medewerkers van Maasvallei, leden van de Raad van Toezicht van Maasvallei en bestuursleden van Huurdersvereniging Woonvallei, dan wel berichten van de hiervoor genoemde personen op sociale media, al dan niet voorzien van commentaar over Maasvallei, met derden te delen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] vanaf de datum van betekening van dit vonnis aan hem, zich jegens derden – op welke wijze en in welke vorm dan ook – onnodig grievend over Maasvallei, de bestuurder van Maasvallei, (oud-)medewerkers van Maasvallei, (leden van) de Raad van Toezicht van Maasvallei en (bestuursleden van) Huurdersvereniging Woonvallei uit te laten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>verbiedt [gedaagde] vanaf de datum van betekening van dit vonnis aan hem, om Maasvallei, (oud-)medewerkers van Maasvallei, leden van de Raad van Toezicht van Maasvallei en bestuursleden van Huurdersvereniging Woonvallei, mondeling, schriftelijk, digitaal of op welke wijze dan ook te beledigen, te bedreigen of te intimideren,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>verleent Maasvallei verlof om dit vonnis vanaf één dag na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang en in verband daarmee [gedaagde] in gijzeling te doen stellen voor de duur van zeven dagen voor iedere overtreding van de onder 3.7. tot en met 3.9. genoemde veroordeling. Hierbij geldt dat als overtreding in het kader van het contactverbod dient te worden aangemerkt ieder bericht dat [gedaagde] via WhatsApp, SMS, e-mail of op elke andere wijze aan de boven bedoelde personen toestuurt, alsmede ieder telefonisch contact (en iedere poging daartoe), zowel zakelijk als privé en iedere andere vorm van benadering door middel van, maar niet beperkt tot, bezoeken op de persoonlijke sociale media pagina’s, het sturen van contactverzoeken, et cetera. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>bepaalt dat een gedraging van [gedaagde] die aangemerkt kan worden als een overtreding jegens Maasvallei van meer dan één verbod tegelijkertijd, voor de toepassing van de lijfsdwang geldt als één overtreding,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>bepaalt dat het gelijktijdig benaderen door [gedaagde] van meerdere personen, die genoemd zijn in de verboden die betrekking hebben op Maasvallei, in één bericht (ook in (blinde) kopie), geldt als één overtreding jegens Maasvallei,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>bepaalt dat de lijfsdwang ten aanzien van alle verboden tezamen onder 3.7., 3.8. en 3.9. ten uitvoer kan worden gelegd voor de maximale termijn van zes maanden,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">met betrekking tot Servatius en Maasvallei</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van Maasvallei en Servatius begroot op € 1.385,15, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en, indien voldoening binnen die termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2019.<footnote-ref linkend="_d8fe2932-7d9b-43d5-b978-e93c04a3b3a3" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_d8fe2932-7d9b-43d5-b978-e93c04a3b3a3" label="1">
    <para>type: JC</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>