<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2019:1102</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-07T11:36:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/259139 / JE RK 19-31</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:1102">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:1102</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-07T11:13:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2019:1102 Rechtbank Limburg , 30-01-2019 / C/03/259139 / JE RK 19-31</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2019:1102:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OTS en MUHP. Ondanks dat perspectief minderjarige in gezinshuis ligt, bestaat de mogelijkheid tot terug geleiding van gedwongen kader naar vrijwillig kader.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2019:1102:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK LIMBURG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie en jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens: C/03/259139 / JE RK 19-31</para>
      <para>datum uitspraak: 30 januari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Zuidoost-Nederland, </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de raad,</para>
      <para>gevestigd te Maastricht, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige] ,</para>
      <para>geboren op [2008] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende 1] , </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende 2] en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende 3] ,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen de gezinshuisouders,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] , [gemeente] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para>
      <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de raad van 3 januari 2019, ingekomen bij de griffie op 4 januari 2019.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 januari 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld, waar zijn gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder,</para>
    <para>- een vertegenwoordigster van de raad. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opgeroepen en niet verschenen zijn de gezinshuisouders van [X] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten<?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>Het gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
      <para>
        [minderjarige] woont in een gezinshuis.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1.</para>
      <para>De raad verzoekt [minderjarige] voor de duur van twaalf maanden onder toezicht te stellen van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering, hierna te noemen: de GI. Tevens verzoekt de raad [minderjarige] voor de duur van twaalf maanden uit huis te plaatsen in het gezinshuis van de Driestroom waar ze thans verblijft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter onderbouwing van het verzoek verwijst de raad naar het verzoekschrift en de daarbij gevoegde stukken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2.</para>
      <para>De moeder stemt in met de verzoeken. Ze hoopt dat de tussenkomst van een gezinsvoogd ervoor kan zorgen dat het contact met de gezinsouders beter gaat lopen en dat afspraken worden nagekomen. De moeder stemt in met de uithuisplaatsing maar staat daar gevoelsmatig niet achter, onder meer omdat het volgens de moeder bij haar thuis met [minderjarige] heel goed gaat en ze de problemen die in het gezinshuis worden waargenomen, niet herkent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3.</para>
      <para>De gezinsouders hebben geen verweer gevoerd tegen de verzoeken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1.</para>
      <para>Ter beantwoording van de vraag of [minderjarige] onder toezicht dient te worden gesteld, dient het bepaalde in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) in acht genomen te worden. Hieruit volgt dat een minderjarige onder toezicht kan worden gesteld indien deze zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn gezaghebbende ouder(s), door hen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. Voorts dient de verwachting gerechtvaardigd te zijn dat de gezaghebbende ouder(s) binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding in staat zijn te dragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de ingediende stukken en de verklaringen ter zitting is gebleken dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De ontwikkelingsbedreiging is gelegen in de complexe persoonlijke problematiek van [minderjarige] en in het feit dat de moeder wordt overvraagd in de verzorging en opvoeding. [minderjarige] heeft een verstandelijke beperking en er zijn zorgen over haar gedrag, haar sociaal-emotionele ontwikkeling en haar seksuele ontwikkeling. De moeder is overvraagd en op dit moment onvoldoende in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Hoewel [minderjarige] al sinds 2013 in een gezinshuis verblijft, lukt het de moeder niet om samen te werken met de gezinsouders, die de belangrijkste hulpverleners van [minderjarige] zijn. De moeder heeft ter zitting verklaard dat er geen communicatie tussen haar en de gezinsouders plaatsheeft en dat zij [minderjarige] , hoewel zij eerder bij de raad had aangegeven dit te zullen doen, ook nog niet heeft verteld dat ze in het gezinshuis kan blijven. Voor [minderjarige] is nodig dat de moeder de plaatsing van [minderjarige] in het gezinshuis accepteert en daar naar [minderjarige] toe duidelijkheid over biedt, zodat [minderjarige] vanuit de daardoor hieromtrent verkregen rust begeleid kan worden en aan haar problematiek kan werken. De ondertoezichtstelling dient derhalve onder meer gericht te zijn op verbetering van de communicatie en samenwerking tussen de moeder en de gezinsouders. Bij het slagen van dat doel bestaat de mogelijkheid dat, hoewel het perspectief van [minderjarige] in het gezinshuis ligt, de hulpverlening weer teruggeleid kan worden naar het vrijwillig kader. Zodoende is vooralsnog niet gebleken dat de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn weer in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] voor haar rekening te nemen, zodat de kinderrechter het verzoek zal toewijzen en [minderjarige] voor de duur van twaalf maanden onder toezicht van de GI zal stellen. Deze termijn wordt nodig geacht vanwege de complexiteit van de problematiek van [minderjarige] en het gegeven dat de moeder deze problematiek vooralsnog onvoldoende onderkent. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.</para>
      <para>Ingevolge artikel 1:265b lid 2 BW kan de kinderrechter, indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, een minderjarige gedurende dag en nacht uit huis plaatsen. Daarnaast wordt in dit lid bepaald dat de raad bij het verzoek het besluit van het college van burgemeesters en wethouders, als bedoeld in artikel 2.3. lid 1 van de Jeugdwet, overlegt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is gelet op hetgeen hiervoor onder 4.1. is overwogen van oordeel dat voldaan is aan voornoemd wettelijk criterium zodat een uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van [minderjarige] . [minderjarige] verblijft al jarenlang in het gezinshuis waar zij de vanuit haar problematiek benodigde zorg en begeleiding krijgt. Het gaat goed met [minderjarige] binnen deze pedagogische omgeving. Ter zitting is gebleken dat de moeder, ondanks haar ambivalente houding ten aanzien van de plaatsing van [minderjarige] in het gezinshuis, nog nooit stappen heeft ondernomen om haar daar weg te halen zodat daarin naar het oordeel van de kinderrechter, anders dan is gesteld door de raad, niet een reden tot machtiging tot uithuisplaatsing is gelegen. De kinderrechter is van oordeel dat het verblijf van [minderjarige] in het gezinshuis noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] , aangezien de moeder [minderjarige] in de thuisomgeving niet de gezien de hiervoor genoemde ontwikkelingsbedreigingen benodigde begeleiding, structuur en duidelijkheid kan bieden. In het kader van een ondertoezichtstelling is dan op grond van artikel 1:265a BW machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. Hoewel het perspectief van [minderjarige] in het gezinshuis ligt, onderschrijft de rechtbank de visie van de raad dat het te vroeg is om een gezagsbeëindigende maatregel te onderzoeken, aangezien de mogelijkheid bestaat dat de plaatsing in de toekomst wederom in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. Zoals hiervoor overwogen dient derhalve in het kader van de ondertoezichtstelling toegewerkt te worden naar hulpverlening in het vrijwillig kader. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de minderjarige [minderjarige] , geboren op [2008] te [geboorteplaats] , met ingang van 30 januari 2019 voor de duur van twaalf maanden onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering, aldus tot 30 januari 2020;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent met ingang van 30 januari 2019 machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde [minderjarige] in het gezinshuis van [X] voor de duur van twaalf maanden, aldus tot 30 januari 2020;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.T.A.C. Russel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.C.H.A. Holthuijsen-van der Kop als griffier en in het openbaar uitgesproken op </para>
              <para>30 januari 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>'s-Hertogenbosch </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>