<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:9531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-09T10:43:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/247283 / JE RK 18-467</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:9531">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:9531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-09T10:43:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:9531 Rechtbank Limburg , 07-03-2018 / C/03/247283 / JE RK 18-467</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:9531:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:9531:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie en jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens   : C/03/247283 / JE RK 18-467</para>
      <para>datum uitspraak: 7 maart 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">in de zaak van</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Regio Zuidoost Nederland, locatie Maastricht,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen de Raad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [minderjarige]
    </bridgehead>
    <para>geboren op [2018] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 7 maart 2018, ingekomen bij de griffie op 7 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <parablock>
      <para>Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
      <para>
        [minderjarige] verblijft op een geheim adres.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling verzocht van [minderjarige] voor de duur van drie maanden en tevens, aanstonds en zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden, een ‘spoedmachtiging’ tot plaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van maximaal vier weken. </para>
      <para>Voorts verzoekt de Raad [minderjarige] onder toezicht te stellen voor een nog nader aan te duiden duur en tevens de uithuisplaatsing van [minderjarige] voor een periode van drie maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verzoek blijken ter onderbouwing de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 6 februari 2018 (zaaknummer C/03/245234 / JE RK 18-78) is het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling van het toen nog ongeboren kind, [minderjarige] , afgewezen. De kinderrechter heeft overwogen dat weliswaar sprake was van ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het toen nog ongeboren kind, maar aangezien de moeder al gedurende vele maanden hulp accepteerde en trouw was in het nakomen van de afspraken met de hulpverlening heeft de kinderechter geen grond gezien voor de ingrijpende maatregel van de ondertoezichtstelling van het ongeboren kind. </para>
      <para>De Raad heeft naar aanleiding van die uitspraak de hulpverlenende instanties nadrukkelijk gewezen op hun signaleringsfunctie. [instelling 1] heeft op 19 februari 2018 ongerust gereageerd en de Raad medegedeeld dat de moeder nog niks had geregeld voor de komst van de baby. Vervolgens is door [instelling 1] het Team Jeugd van de [gemeente] ingeschakeld. Team Jeugd heeft op 27 februari 2018 onder andere gemeld dat de ondersteuning niet op gang is gekomen, aangezien de moeder voor Team Jeugd en [instelling 2] slecht bereikbaar was en afspraken niet nakwam. Zij is weigerachtig gebleven in het verschaffen van informatie en heeft aangegeven geen hulpvraag te hebben voordat de baby er is. De Raad heeft het onderzoek heropend op 28 februari 2018 en contact opgenomen met de moeder. De moeder heeft de Raad laten weten niet te zullen meewerken aan het raadsonderzoek.</para>
      <para>Op [2018] heeft het [ziekenhuis] de Raad bericht dat moeder die dag zal bevallen. Tevens heeft het [ziekenhuis] de Raad geïnformeerd over de drugsscreening waaruit is gebleken dat de moeder cocaïne en benzodiazepine had gebruikt.</para>
      <para>De Raad wijst op de ernstige persoonlijke problematiek van de moeder en op het gegeven dat zij onbetrouwbaar is gebleken jegens noodzakelijke hulpverlening. Haar [andere kinderen] zijn sinds [2015] onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Geen enkele instantie heeft feitelijk zicht gekregen op de vraag of de moeder in de basisbehoeften van het pasgeboren kindje kan voorzien.</para>
      <para>Gelet op het vorenstaande, het middelengebruik van de moeder en haar weigerachtige houding jegens de hulpverlening van de Raad, is de Raad van mening dat acuut ingrijpen noodzakelijk is om de belangen en veiligheid van de pasgeboren en uiterst kwetsbare baby zeker te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het vorenstaande blijkt dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. [minderjarige] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1: 257 BW). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook is het dringend en onverwijld noodzakelijk dat [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft met de door hem gestelde feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt dat het verhoor van de belanghebbenden niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van twee weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoekschrift zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling ‘ [instelling 3] ’ voor de duur van drie maanden, derhalve tot <?linebreak?>7 juni 2018; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van twee weken, onder aanhouding van iedere beslissing voor het overige;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de Raad en de overige belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van </para>
      <para>16 maart 2018 om 12:10 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Maastricht, Sint Annadal 1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.B.A. Ferwerda, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.P.I. Kubben als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>Hoger beroep, voor zover mogelijk, tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>'s-Hertogenbosch </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>