<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:770</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-03T08:25:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C03/217768/HA ZA 16-132</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2017:347" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2017:347</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2016:8664" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2016:8664</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:4666" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2019:4666</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:770">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:770</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-02T09:20:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:770 Rechtbank Limburg , 24-01-2018 / C03/217768/HA ZA 16-132</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:770:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis. Verdeling na echtscheiding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:770:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/217768 / HA ZA 16-132</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 24 januari 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres in conventie, verweerster in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. R.F. Cohen te Sittard, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiser in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. G.M.O. Puddu te Sittard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure na het tussenvonnis van 11 januari 2017 blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het deskundigenbericht van 30 mei 2017</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusies na deskundigenbericht van 13 december 2017.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is weer vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere tussenvonnissen over alle posten al overwogen hoe zal worden beslist, met uitzondering van de verdeling van de Mercedes. Aangezien partijen het over de waarde van de Mercedes niet eens werden, heeft de rechtbank een deskundige benoemd om de Mercedes te taxeren. De deskundige heeft de waarde bepaald op € 3.000,-. Partijen hebben in hun conclusies na deskundigenbericht deze waarde niet betwist. De rechtbank zal de waarde van de Mercedes derhalve vaststellen op € 3.000,- en deze toedelen aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onder de verplichting om aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] € 1.500,- te betalen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft gevorderd dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dagvaarding, maar wettelijke rente is niet eerder verschuldigd dan de datum van verdeling, oftewel vandaag. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente daarom vanaf vandaag toewijzen. Dit geldt ook ten aanzien van hetgeen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] moet betalen uit hoofde van de verzekeringspenningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen reden om de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde dwangsommen op te leggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Partijen hebben over een weer gevorderd elkaar in de kosten van deze procedure te veroordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het in zaken van familierechtelijke aard gebruikelijke uitgangspunt, inhoudende dat de proceskosten worden gecompenseerd. Zij zal de over en weer gevorderde proceskostenveroordelingen daarom afwijzen en de kosten van deze procedure compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Aan partijen is terzake het deskundigenonderzoek geen voorschot opgelegd omdat zij op toevoeging procederen. Zij zullen daarom worden veroordeeld hun deel van de kosten voor de deskundige aan de griffier te betalen (artikel 244 lid 2 Rv), te weten ieder € 272,25.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de waarde van de levensverzekering, afgesloten bij Erasmus Levens N.V. met polisnummer: [polisnummer] , op de datum van feitelijke verdeling [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ieder voor de helft toekomt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>deelt de banksaldi aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toe onder de verplichting van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] € 500,- te betalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>deelt de Mercedes met kenteken [kenteken] toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onder de verplichting van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] € 1.500,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf vandaag tot de dag van algehele voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>deelt de Suzuki Alto toe aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder de verplichting van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] € 500,- te betalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>deelt de verzekeringspenningen toe aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onder de verplichting van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om € 2.710,- aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf vandaag tot de dag van algehele voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen de opgebouwde pensioenrechten zullen verevenen conform de Wet Verevening Pensioenrechten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van de helft van het belastingvoordeel dat hij van 1 juni 2015 tot en met 31 december 2015 heeft genoten met betrekking tot de hypotheek die rust op het huis aan de [adres] in [woonplaats] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ieder tot betaling van € 272,25 aan de griffier,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat beide partijen hun eigen kosten dragen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>type: GD</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>