<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:6839</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-25T15:31:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4704 6472299/CV/17-8911</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:6839">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:6839</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-25T15:31:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:6839 Rechtbank Limburg , 18-07-2018 / 4704 6472299/CV/17-8911</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:6839:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontvangen AWBZ-gelden worden middels beschikkingen teruggevorderd. Geen gebruik gemaakt van bestuursrechtelijke rechtsmiddelen, waardoor beschikkingen thans formele rechtskracht hebben. De kantonrechter komt niet meer toe aan inhoudelijke beoordeling (van de beschikkingen). Vordering zorgkantoor dient te worden toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:6839:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 6472299 \ CV EXPL  17-8911</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 18 juli 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VGZ ZORGKANTOOR B.V., t.h.o.d.n. ZORGKANTOOR NIJMEGEN, ZORGKANTOOR MIDDEN-BRABANT, ZORGKANTOOR NOORD-OOST-BRABANT, ZORGKANTOOR NOORD-LIMBURG, ZORGKANTOOR MIDDEN-LIMBURG, ZORGKANTOOR ZUID-LIMBURG EN ZORGKANTOOR NOORD MIDDEN LIMBURG</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>verder te noemen VGZ Zorgkantoor,</para>
      <para>gemachtigde Van Arkel gerechtsdeurwaarders &amp; incasso Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>verder te noemen [gedaagde partij] ,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>VGZ Zorgkantoor was (tot 1 januari 2015) belast met de uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) met betrekking tot de toekenning van een Persoonsgebonden Budget (PGB) voor het inkopen van zorg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>VGZ Zorgkantoor heeft in de uitvoering van de AWBZ op aanvraag van [gedaagde partij]  aan [gedaagde partij] ten behoeve van haar minderjarig kind bij beschikkingen van respectievelijk 30 augustus 2012, 16 december 2012 en 28 december 2013 over het periodejaar 2012, 2013 en 2014 persoonsgebonden budget toegekend en in voorschotten ter hoogte van in totaal € 42.409,54 aan [gedaagde partij] uitgekeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft verzuimd het door haar ontvangen bedrag op de juiste wijze, althans volledig te verantwoorden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij beschikkingen van respectievelijk 19 maart 2013, 13 mei 2014, 24 september 2014 en 12 mei 2015 heeft VGZ Zorgkantoor een bedrag van in totaal € 17.309,54 terug gevorderd. Tegen deze beschikkingen is door [gedaagde partij] geen bezwaar of beroep ingesteld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>VGZ Zorgkantoor vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 19.339,90, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan haar vordering legt VGZ Zorgkantoor ten grondslag de beschikkingen van 19 maart 2013, 13 mei 2014, 24 september 2014 en 12 mei 2015. Tegen deze beschikkingen hadden bezwaar en beroep ingesteld kunnen worden, hetgeen niet is gebeurd. Het besluit tot terugvordering is in kracht en gezag van gewijsde gegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] voert verweer en stelt zich op het standpunt dat een en ander haar niet goed is uitgelegd en de door haar afgelegde verantwoording kennelijk onvoldoende is geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Bij conclusie van repliek heeft VGZ Zorgkantoor haar vordering jegens [X] ingetrokken, nu blijkt dat hij ten onrechte in deze procedure is betrokken. Nu [X] niet in de procedure is verschenen behoeft deze zich niet uit te laten over een eventueel royement en eventueel gemaakte kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft niet meer gereageerd op de bij conclusie van repliek door VGZ Zorgkantoor gegeven nadere toelichting, hoewel zij daartoe bij brief van de griffier wel in de gelegenheid is gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter overweegt als volgt.</para>
        <para>Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde partij] na ontvangst van de beschikkingen van 19 maart 2013, 13 mei 2014, 24 september 2014 en 12 mei 2015, binnen de geldende termijn van zes weken na ontvangst, bezwaar heeft gemaakt. Hierdoor heeft [gedaagde partij] nagelaten de bestuursrechtelijke rechtsmiddelen, die open stonden tegen de door haar ontvangen beschikkingen, aan te wenden. Nu [gedaagde partij] de beschikkingen niet op de juiste wijze in rechte heeft aangevochten moet ervan worden uitgegaan dat de beschikkingen in rechte onaantastbaar zijn geworden. Gelet op het voorgaande is er sprake van formele rechtskracht en kunnen de beschikkingen niet meer inhoudelijk door de kantonrechter beoordeeld worden. Daarmee staat in rechte vast dat [gedaagde partij] de gevorderde hoofdsom van € 17.309,54 moet terugbetalen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>VGZ Zorgkantoor maakt verder aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat VGZ Zorgkantoor heeft voldaan aan de voorwaarden van het rapport voorwerk II zodat de werkzaamheden voor vergoeding in aanmerking komen. Het ter zake gevorderde bedrag van € 1.147,21 is overeenkomstig het daarvoor geldende tarief en kan worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van VGZ Zorgkantoor worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 104,79</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	939,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">600,00 </emphasis>( 2 x tarief € 300,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  1.643,79</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan VGZ Zorgkantoor te betalen een bedrag van € 19.339,90, vermeerderd met de wettelijke rente over € 17.309,54 na 24 oktober 2017 tot de dag van volledige betaling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van VGZ Zorgkantoor gevallen en tot op heden begroot op € 1.643,79,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: ksf</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>