<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:6585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-12T11:00:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/252049 HA RK 18/169</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:6585">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:6585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-12T10:54:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:6585 Rechtbank Limburg , 05-07-2018 / C/03/252049 HA RK 18/169</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:6585:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing wrakingsverzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:6585:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3f1527dd-c9b5-471c-93af-412199c928d0" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="45b7b7be-5194-45f9-b03d-9d815b50b056" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer:	 252049/HA RK 18-169</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak:	3 juli 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] ,</para>
      <para>gedetineerd in de P.I. Ter Apel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opgeroepen als:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bijgestaan door mr. D.M. Penn, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van de leden van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, te weten mr. P.H.M. Kuster, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en </para>
      <para>mr. M.M. Beije (hierna: de rechters).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Op 3 juli 2018 is namens de verzoeker tijdens de terechtzitting in de zaak met parketnummer 03/720817-17, een verzoek tot wraking gedaan van de leden van de meervoudige strafkamer belast met de behandeling van deze strafzaak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechters hebben op 3 juli 2018 de wrakingskamer bericht dat zij niet in de wraking berusten en hebben een schriftelijke reactie ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft het verzoek dezelfde dag behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van de wrakingskamer zijn verschenen verzoeker en zijn advocaat. De rechters zijn niet verschenen. De officier van justitie, mr. P.J.A. Huttenhuis, is evenmin verschenen. Hij heeft de wrakingskamer laten weten, hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet aanwezig te zijn bij de behandeling van het wrakingsverzoek.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeker en zijn advocaat hebben het wrakingsverzoek ter zitting nader toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft op dezelfde dag mondeling uitspraak gedaan. Hierbij was de officier van justitie overigens wel aanwezig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Standpunt verzoeker</title>
    <para>Verzoeker heeft de volgende gronden aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft ter zitting van 3 juli 2018 ten onrechte niet gereageerd op de verzoeken van de verdediging tot het horen van getuigen en het onderzoek naar de identiteit van de verzoeker. Voor zover de rechtbank hier wel op heeft beslist en de verzoeken heeft afgewezen, is deze beslissing gebaseerd op onjuiste gronden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de rechters</title>
    <para>De rechters hebben in een schriftelijke reactie - kort gezegd - gesteld dat het afwijzen van de verzoeken van de verdediging slechts juridische beslissingen betreffen. Van vooringenomenheid is geen sprake. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover de raadsman heeft betoogd dat de rechtbank niet op de verzoeken tot het horen van de getuigen en het onderzoek naar de identiteit van de verzoeker heeft beslist, overweegt de wrakingskamer dat dit standpunt feitelijke grondslag mist. Uit het proces-verbaal van de zitting van 3 juli 2018 volgt dat alle verzoeken zijn afgewezen. </para>
      <para>De raadsman heeft nog betoogd dat het proces-verbaal van 3 juli 2018 onjuist is. De wrakingskamer heeft echter geen enkele reden te twijfelen aan de juistheid van dit proces-verbaal. Het proces-verbaal is door de voorzitter en de griffier in hun hoedanigheid vastgesteld en ondertekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover het standpunt van de raadsman inhoudt dat de verzoeken op onjuiste gronden zijn afgewezen, geeft dit oordeel van de rechtbank noch de motivering blijk van vooringenomenheid van de rechters die tot wraking zou kunnen leiden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking van mr. P.H.M. Kuster, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. M.M. Beije af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. J.R. Sijmonsma en </para>
      <para>mr. W.F.J. Aalderink, leden, bijgestaan door mr. C.K. Spronk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>