<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:6044</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-03T16:41:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6718394 \ CV EXPL  18-1365</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:6044">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:6044</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-03T16:40:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:6044 Rechtbank Limburg , 27-06-2018 / 6718394 \ CV EXPL  18-1365</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:6044:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot betaling van facturen van een telecombedrijf. Jurisprudentie waar gedaagde zich op beroept is niet van toepassing omdat geen “gratis” toestel is verkocht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:6044:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 6718394 \ CV EXPL  18-1365</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 27 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIRECT PAY SERVICES B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Barendrecht,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde Webcasso B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisende partij is de rechtsopvolger onder bijzondere titel van T-Mobile Netherlands BV. Middels cessie heeft eisende partij de vordering overgenomen van T-Mobile. Deze cessie is per brief van 9 mei 2017 aan gedaagde partij medegedeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 10 september 2015 heeft gedaagde partij met T-Mobile een Stel Samen &amp; Stel Tablet overeenkomst gesloten met als ingangsdatum 29 november 2015 en met en looptijd van 24 maanden. </para>
        <para>Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van T-Mobile van toepassing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Aan gedaagde partij is een tablet, meer in het bijzonder een Samsung Galaxy Tablet Tab A 9.7 verstrekt. In het toestelcontract is de toestelprijs bepaald op € 264,00.</para>
        <para>Gedaagde partij was maandelijks een bedrag van € 11,00 verschuldigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>T-Mobile heeft de overeenkomsten op grond van de toepasselijke voorwaarden met ingang van 6 april 2017 ontbonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gedaagde partij heeft de facturen in de periode van 7 december 2016 tot 13 april 2017 ad in totaal € 202,31 onbetaald gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>In de eindfactuur heeft eisende partij aanspraak gemaakt op de resterende kosten abonnement en resterende termijnen toestelbetaling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Conform het Rapport Ambtshalve Toetsing II heeft eisende partij haar vordering gematigd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 245,55 (€ 202,31 hoofdsom, € 3,24 aan rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde partij voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een rechtsgeldige cessie. Eisende partij is daarmee ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het verweer van gedaagde partij is tweeledig. In de eerste plaats voert gedaagde partij aan dat de achterstand is ontstaan door privéomstandigheden en dat eisende partij, althans T-Mobile, niet wilde meewerken aan een betalingsregeling. Daarnaast beroept gedaagde partij zich op een uitspraak betreffende een “gratis” geleverde tablet/telefoon en hij verzoekt verrekening toe te passen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat de uitspraak waarnaar gedaagde partij verwijst, niet van toepassing is op het geschil tussen partijen. In deze uitspraak beantwoordt de Hoge Raad een aantal prejudiciële vragen op het gebied van mobiele telefonie, de all-in prijs en de vraag of van een kredietovereenkomst sprake is. </para>
        <para>In de overeenkomst tussen partijen is geen sprake van een zogenoemd “gratis” toestel in een all-in prijs, maar is de toestelprijs afzonderlijk vermeld evenals de kosten van het tariefplan en de aanvullende dienst (internet). </para>
        <para>Het op dit punt gevoerde verweer treft geen doel, waarmee ook het beroep op verrekening gepasseerd wordt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter constateert verder dat gedaagde partij de hoogte van de vordering en de daaraan ten grondslag liggende facturen niet betwist. Het beroep op verrekening impliceert zelfs een erkenning van de vordering. De gevorderde hoofdsom kan daarom worden toegewezen. De privéomstandigheden van gedaagde partij staan daaraan niet in de weg, evenals de gestelde weigering aan een betalingsregeling mee te werken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande kan de gevorderde hoofdsom worden toegewezen, evenals de daarover gevorderde rente.</para>
        <para>Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.</para>
        <para>Eisende partij heeft aan gedaagde partij een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde incassokosten ad € 40,00 worden daarom eveneens toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 84,09</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	119,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">60,00 </emphasis>( 2 x tarief € 30,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  263,09</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 242,31, vermeerderd met de wettelijke rente over € 202,31 vanaf 2 februari 2018 tot de dag van volledige betaling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 263,09,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: PL</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>