<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:5619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-21T11:46:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6402479 CV EXPL 17-7874</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:5619">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:5619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-20T15:18:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:5619 Rechtbank Limburg , 13-06-2018 / 6402479 CV EXPL 17-7874</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:5619:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vorderingen afgewezen omdat de aan de vorderingen ten grondslag liggende overeenkomst reeds buitengerechtelijk was ontbonden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:5619:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 6402479 CV EXPL 17-7874</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 13 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ECG NEDERLAND B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Apeldoorn,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde In Kas Intermediair,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ECG en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen ECG en [gedaagde] is een koopovereenkomst tot stand gekomen betreffende een robotmaaier van het merk Husqvarna en toebehoren. Onderdeel hiervan vormde de afspraak dat gratis een zwembadpomp zou worden meegeleverd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft (in ieder geval) de zwembadpomp, de robotmaaier en 500 meter begrenzingsdraad en 500 draadpennen ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De factuur betreffende de robotmaaier, 500 meter begrenzingsdraad en 500 draadpennen van € 3.738,- heeft [gedaagde] , ondanks sommaties, onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ECG vordert dat [gedaagde] bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot betaling van € 4.266,41 (€ 3.738,- aan hoofdsom, € 29,61 aan rente tot 3 oktober 2017 en € 498,80 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 3 oktober 2017 en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van ECG met veroordeling van haar in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft meerdere verweren tegen de vorderingen van ECG naar voren gebracht. Het meest verstrekkende verweer luidt dat ECG de code die benodigd is voor het gebruik van de robotmaaier niet heeft geleverd. Bij repliek (en dus te laat, want ECG was blijkens productie 4 bij dagvaarding reeds bekend met dit verweer van [gedaagde] en had hierop dus bij dagvaarding al moeten reageren) heeft ECG een e-mail overgelegd die zou moeten aantonen dat de code wel aan [gedaagde] ter beschikking is gesteld. [gedaagde] betwist echter de ontvangst van deze e-mail. Bovendien valt niet in te zien waarom ECG de code, als die inderdaad destijds beschikbaar was, niet nogmaals heeft verzonden of niet eerder dan bij repliek, bijvoorbeeld in antwoord op de ingebrekestelling of uiterlijk bij dagvaarding, het standpunt heeft ingenomen dat de code reeds ter beschikking was gesteld. De kantonrechter neemt derhalve als vaststaand aan dat ECG de code niet aan [gedaagde] ter beschikking heeft gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>ECG heeft niet betwist dat de robotmaaier zonder code onbruikbaar is. ECG heeft ook niet betwist dat zij op grond van de koopovereenkomst verplicht was de code ter beschikking te stellen. Er is derhalve sprake van een tekortkoming van ECG in de nakoming van een van haar verbintenissen. Bovendien is ECG terzake deze tekortkoming door [gedaagde] in gebreke gesteld. Dit betekent dat [gedaagde] de bevoegdheid had om de overeenkomst te ontbinden, wat hij ook heeft gedaan. Op de uitzondering op deze ontbindingsbevoegdheid heeft ECG geen beroep gedaan. De kantonrechter stelt daarom vast dat de overeenkomst waarop de factuur is gebaseerd is ontbonden. De rechtsgrond voor de vorderingen van ECG bestaat dus niet meer. De vorderingen zullen derhalve worden afgewezen. Wel herinnert de kantonrechter [gedaagde] eraan dat de ontbinding betekent dat er ongedaanmakingsverbintenissen zijn ontstaan. Dit betekent dat [gedaagde] de door ECG geleverde goederen zal moeten retourneren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter zal de vordering van [gedaagde] om ECG te veroordelen in de proceskosten afwijzen. Dit omdat alleen kosten voor vergoeding in aanmerking komen die samenhangen met het bijwonen van een zitting en [gedaagde] geen zitting heeft bijgewoond.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>type: GD</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>