<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:3383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-19T11:17:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04 6499932/CV 17-9244</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:3383">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:3383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-19T11:16:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:3383 Rechtbank Limburg , 11-04-2018 / 04 6499932/CV 17-9244</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:3383:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst tot het volgen van een opleiding tot schoonheidsspecialiste wordt, in lijn met jurisprudentie op dit gebied, gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht. Bij vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst heeft de opdrachtnemer recht op een redelijk loon. Opdrachtnemer vordert betaling van het overeengekomen bedrag. Dit is niet redelijk. Het redelijk loon wordt, gelet op het aantal maanden dat les is gevolgd, vastgesteld op een bedrag overeenkomstig de reeds drie betaalde maandtermijnen. Aan opdrachtnemer komt daarom niets meer toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:3383:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 6499932 \ CV EXPL  17-9244</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 11 april 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IMKO OPLEIDINGEN B.V., h.o.d.n. IMKO HSC OPLEIDINGEN</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zwolle,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde GGN Mastering Credit N.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. L.N. Hermans.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de comparitie van partijen op 12 maart 2018. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben een overeenkomst gesloten waarbij gedaagde partij zich bij eisende partij heeft ingeschreven voor het volgen van lessen voor de opleiding van schoonheidsspecialiste niveau 3. Eisende partij heeft op 4 juli 2016 het ter zake door gedaagde partij ingevulde en op 30 juni 2016 ondertekende inschrijfformulier ontvangen.</para>
        <para>Het inschrijfgeld bedroeg € 7.020,00 te voldoen in 15 maandelijkse termijnen van € 468,00. Verder zouden de volgende kosten in rekening worden gebracht:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>7 theorie-examens à € 40,00 per examen, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>3 praktijkexamens à € 175,00 per examen, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>1 assessment à € 105,00. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Per e-mail van 27 juli 2016 laat gedaagde partij weten de inschrijving te willen annuleren. Deze annulering wordt als niet verzonden beschouwd door eisende partij nadat zij laat weten dat aan gedaagde partij studiefinanciering wordt toegekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De opleiding is op 29 augustus 2016 gestart. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij factuur van 14 september 2016 is een bedrag van € 7.020,00 aan gedaagde partij in rekening gebracht. Er zijn drie termijnen van € 468,00 betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 3 oktober 2016 geeft gedaagde partij voor de tweede keer aan dat zij met de opleiding wil stoppen. Eisende partij geeft daarop aan dat gedaagde partij dan 40% van de kosten moet betalen. Hierop trekt gedaagde partij de annulering in. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 8 november 2016 heeft gedaagde partij de opleiding geannuleerd. In haar e-mail van 11 november 2016 wijst eisende partij op haar algemene voorwaarden en geeft zij aan dat de hele opleidingskosten voldaan moeten worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Per e-mail van 17 november 2016 stelt eisende partij gedaagde partij er van op de hoogte dat zij binnen 1 jaar € 6.084,00 dient te betalen. </para>
        <para>Volgens de algemene voorwaarden van eisende partij is bij annulering na 7 weken na de start van de opleiding 100% van het studiegeld verschuldigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 6.529,53 (€ 5.616,00 aan hoofdsom, € 655,80 buitengerechtelijke kosten en de btw daarover ad € 137,72 en € 120,01 aan rente), vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde partij voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Anders dan de inhoud van de dagvaarding doet vermoeden, is de vordering van eisende partij niet gebaseerd op de betaling van de factuur d.d. 14 september 2016 die bij aanvang van de overeenkomst aan gedaagde partij is gestuurd, maar op vergoeding van de schade c.q. betaling van het loon na annulering van overeenkomst door gedaagde partij op 8 november 2016.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op 12 maart 2018 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Gedaagde partij is daarbij in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Van de zijde van eisende partij is enkel de gemachtigde verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Ter zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat de onderhavige overeenkomst, in lijn met de jurisprudentie op dit gebied,  als een overeenkomst van opdracht moet worden gekwalificeerd als bedoeld in artikel 7:405 BW. Ingevolge artikel 7:408, lid 1 BW kan de opdrachtgever te allen tijde de overeenkomst opzeggen. Voor de gevolgen van die opzegging moet naar het oordeel van de kantonrechter aansluiting worden gezocht bij artikel 7:411 BW, waarin is bepaald  op welk loon de opdrachtnemer recht heeft in gevallen waarin de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht of de tijd waarvoor zij is verleend is verstreken. Van beide voornoemde artikelen kan ingevolge het bepaalde in artikel 7:413 lid 2 juncto 408 lid 3 BW niet worden afgeweken ten nadele van een consument-opdrachtgever. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Volgens artikel 7:411 BW heeft eisende partij bij vroegtijdige beëindiging van de opdracht recht op een in redelijkheid vast te stellen deel van het loon. Eisende partij vordert als loon het nog openstaande bedrag van de factuur d.d. 14 september 2016. De kantonrechter acht dit geen redelijk loon. Ter zitting heeft de gemachtigde van eisende partij aangegeven dat geen schadeberekening is gemaakt en dat deze zich ook niet eenvoudig laat maken. Dit zal eventueel door een accountant moeten gebeuren en de gemachtigde verzoekt aanhouding van de zaak om een schadeberekening te laten opstellen. De kantonrechter heeft dit verzoek gepasseerd omdat eisende partij reeds bij dagvaarding haar stellingen had moeten onderbouwen en daarom een dergelijke schadeberekening bij de dagvaarding had moeten overleggen. Dit is niet gebeurd en eisende partij heeft daarom niet voldaan aan de stelplicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gedaagde partij stelt zich op het standpunt dat zij met de betaling van de 3 maandtermijnen aan haar verplichtingen heeft voldaan. Gelet op de overeengekomen duur van de opdracht van 15 maanden en het aantal weken waarin daadwerkelijk opleiding is gevolgd, acht de kantonrechter het betaalde bedrag ter zake 3 maandtermijnen van telkens € 648,00 een redelijk loon als bedoeld in artikel 7:411 lid 1 BW. Betaling van verdere schade of loon is daarom niet aan de orde. Dit brengt met zich dat de vordering van eisende partij wordt afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig eisende partij toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Eisende partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op € 500,00 als salaris voor de gemachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op € 500,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: PL</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>