<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:3297</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-09T15:35:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/864017-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:3297">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:3297</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-09T15:35:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:3297 Rechtbank Limburg , 29-03-2018 / 03/864017-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:3297:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van medeplegen van gewoontewitwassen. Geen bewijs voor niet-legale herkomst van aankopen in de tenlastegelegde periode door de ex-echtgenoot van de verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:3297:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/864017-13</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers, advocaat kantoorhoudende te Roermond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 januari 2018. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting vervolgens gesloten op 15 maart 2018.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan het gewoontewitwassen van een woning in [plaats 1] , een woning te [plaats 2] , sieraden en/of twee spaarbrieven aan toonder van 410.000 euro per stuk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten gevolge van een kennelijke verschrijving is in de tenlastelegging vermeld ‘ [plaats 1] ’ in plaats van ‘ [plaats 1] ’. De rechtbank herstelt deze verschrijving. De verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen is. De verdachte heeft sinds 2000 geen eigen inkomen gehad en geleefd van de inkomsten van haar toenmalige echtgenoot, zijnde medeverdachte [medeverdachte] . Volgens de officier van justitie is er geen aannemelijke verklaring gegeven voor het vermogen destijds van [medeverdachte] . De verdachte had na de aanhouding in 2002 van [medeverdachte] redelijkerwijs kunnen vermoeden dat hij zich bezig hield met criminele activiteiten. Van haar mocht om die reden worden verlangd dat zij alert was op de herkomst van het vermogen van [medeverdachte] . Zij heeft echter nooit vragen gesteld en heeft dus tezamen met [medeverdachte] vermogen verworven en voorhanden gehad (in de vorm van de woning te [plaats 1] en de spaarbrieven), waarvan zij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dit uit misdrijf afkomstig was. Van de woning te [plaats 2] en de sieraden heeft de officier van justitie partiële vrijspraak gevorderd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft de vrijspraak van de verdachte bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet vaststaat dat de tenlastegelegde goederen van misdrijf afkomstig zijn en dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat zo was. De verdachte en [medeverdachte] zijn in november 2006 uit elkaar gegaan. De verdachte heeft nooit het vermoeden gehad dat [medeverdachte] gedurende hun huwelijk of daarvóór middels strafbare gedragingen aan zijn geld is gekomen. Zij verkeerde in de veronderstelling dat [medeverdachte] zijn geld had verdiend met zijn elektronicazaak, de onroerend goed markt, de verkoopwinst van verkregen woningen en de opbrengst van de verkoop van de zaak van de verdachte. Over zijn aanhouding in 2002 heeft [medeverdachte] tegen de verdachte gezegd dat dit op een misverstand berustte, hetgeen bevestigd werd door de schadevergoeding die hij ontving wegens ten onrechte ondergane hechtenis. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Onderhavige zaak maakt deel uit van het grootschalig onderzoek ‘Wolf/Beretta’, waarin het Openbaar Ministerie een aantal verdachten verwijt dat zij op enigerlei wijze in georganiseerd verband betrokken zijn geweest bij de import in Nederland van verdovende middelen en/of de handel daarin. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de rechtbank bij vonnis van heden medeverdachte [medeverdachte] , zijnde de ex-echtgenoot van de verdachte, veroordeeld ter zake van (onder andere) het op grote schaal overtreden van de Opiumwet. De rechtbank heeft bewezen geacht dat [medeverdachte] in de periode van 1 april 2012 tot en met 1 oktober 2013 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie en dat hij zich tevens in diezelfde periode heeft schuldig gemaakt aan het plegen van gewoontewitwassen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Niet is komen vast te staan dat [medeverdachte] zich vóór 1 april 2012 heeft schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare feiten. Van aankopen door [medeverdachte] vóór april 2012 kan daarom niet worden vastgesteld dat deze – onmiddellijk of middellijk – uit enig misdrijf afkomstig waren. Dit brengt met zich mee dat er evenmin voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich samen met [medeverdachte] – in de aan haar tenlastegelegde periode van 1 januari 2000 tot en met 4 juli 2011 – heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het aan haar ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. A.M. Koster-van der Linden en mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.K. Bakker en </para>
      <para>mr. Y.L.J. Damoiseaux, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(zaaksdossier 16)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2000</para>
      <para>tot en met 4 juli 2011, tezamen en in vereniging, althans alleen, te Eindhoven </para>
      <para>en/of te Maastricht en/of te Echt en/of in de gemeente Geldrop-Mierlo, althans </para>
      <para>in Nederland en/of te Luxemburg en/of te Frankrijk, van het plegen van </para>
      <para>witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben zij, </para>
      <para>verdachte en/of haar medeverdachte(n), van (een) voorwerp(en), te weten een of </para>
      <para>meer geldbedrag(en) en/of onroerend goed waaronder </para>
    </parablock>
    <para>- ( een) woning(en) gelegen in [plaats 1] en/of bijbehorende inboedel </para>
    <para>en/of </para>
    <para>- een woning gelegen aan de [adres] te [plaats 2] en/of bijbehorende </para>
    <para>inboedel en/of </para>
    <para>- sieraden en/of </para>
    <para>- enig geldbedrag twee, in elk geval een en/of meerdere </para>
    <parablock>
      <para>spaarbrief/spaarbrieven aan toonder (elk) ter waarde van 410.000 Euro bij de </para>
      <para>Dexiabank te Luxemburg </para>
      <para>de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de </para>
      <para>verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben zij en/of haar </para>
      <para>medeverdachte(n) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die </para>
      <para>voorwerp(en) en/of dat/die geldbedrag(en) was of wie bovenomschreven </para>
      <para>voorwerp(en) en/of dat/die geldbedrag(en) voorhanden had, terwijl zij en/of </para>
      <para>haar medeverdachte(n) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) en/of dat/die </para>
      <para>geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit misdrijf </para>
      <para>en/of heeft zij, verdachte en/of haar medeverdachte(n), bovenomschreven </para>
      <para>voorwerp(en) en/of dat/die geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad, </para>
      <para>overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven voorwerp(en) en/of </para>
      <para>dat/die geldbedrag(en) gebruik gemaakt, terwijl zij en/of haar </para>
      <para>medeverdachte(n) wist(en) en/of rederlijkerwijs moest(en) vermoeden dat </para>
      <para>bovenomschreven voorwerp(en) en/of dat/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of </para>
      <para>middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;</para>
      <para>art. 420ter Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art. 420 bis lid1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>