<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:2124</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-06T14:55:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04/800160-10 (vordering tot achterwege blijven voorwaardelijke invrijheidstelling)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:2124">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:2124</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-06T14:54:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:2124 Rechtbank Limburg , 06-03-2018 / 04/800160-10 (vordering tot achterwege blijven voorwaardelijke invrijheidstelling)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:2124:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toewijzing vordering achterwege laten voorwaardelijke invrijheidstelling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:2124:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 04/800160-10 (vordering tot achterwege blijven voorwaardelijke</para>
      <para>	  invrijheidstelling)</para>
      <para>V.i.-zaaknummer	: 99-000155-28</para>
      <para>Datum uitspraak	: 6 maart 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegenspraak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van het openbaar ministerie in het arrondissement Limburg</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering houdt in dat de rechtbank beslist dat de voorwaardelijke invrijheidstelling van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens veroordeelde] ,</para>
      <para>thans verblijvende in P.I. Rijnmond, De Schie, te Rotterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de veroordeelde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>achterwege blijft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde wordt bijgestaan door mr. J.W. de Bruin, advocaat, kantoorhoudende te Boxtel (loco mr. J.W.G.M. Kral).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek van de zaak</title>
    <para>De rechtbank heeft de vordering behandeld tijdens de openbare terechtzitting van 20 februari 2018. De rechtbank heeft gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft primair verzocht de vordering af te wijzen, omdat de enkele melding dat er een incident is geweest waarbij geweld is gebruikt en waarbij overigens meerdere medegedetineerden betrokken zijn geweest, onvoldoende is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft subsidiair verzocht om de vordering niet geheel toe te wijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>Het openbaar ministerie is ontvankelijk in zijn vordering, nu deze tijdig is ingediend en de rechtbank niet is gebleken dat zich een omstandigheid voordoet die aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de weg zou staan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
        <para>De veroordeelde is bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 6 april 2012 veroordeeld tot, voor zover relevant, een gevangenisstraf voor de duur van </para>
        <para>7 jaar en 6 maanden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 15, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht zou de veroordeelde in vrijheid gesteld moeten worden op het moment dat hij tweederde van de straf heeft ondergaan. Gelet hierop zou hij, na eerder uitstel met 700 dagen, voorlopig in vrijheid worden gesteld op 21 december 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 15d, leden 1 en 2, van het Wetboek van Strafrecht kan de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege blijven. In deze zaak heeft de officier van justitie haar vordering tot achterwege blijven gebaseerd op artikel 15d, lid 1 onder b, van het Wetboek van Strafrecht. Op grond van deze bepaling kan de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege blijven, indien sprake is van een ernstige misdraging van de veroordeelde (sub 1) of gedrag dat tijdens de tenuitvoerlegging van de straf meermalen heeft geleid tot het opleggen van een disciplinaire straf (sub 2).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het Formulier melding bijzonder voorval van P.I. Vught Beheersproblematische Afdeling (BPG) d.d. 29 november 2017 blijkt dat de veroordeelde agressie heeft getoond tegen het personeel van de P.I. met ernstig lichamelijk letsel tot gevolg. Hij heeft excessief fysiek geweld toegepast door samen met een medegedetineerde een van de medewerkers van achteren aan te vallen, met de vuisten op het hoofd te slaan en naar de benen te schoppen om hem naar de grond te werken. Toen deze medewerker op de grond lag, bleef de veroordeelde hem slaan en schoppen, ook gericht tegen het hoofd. Op het moment dat een andere medewerker op de veroordeelde af kwam, richtte hij zijn agressie op haar en heeft meerdere malen met zijn vuisten tegen haar hoofd geslagen. Bij een medewerker is een hersenschudding en mogelijk een gebroken neus geconstateerd. Aan de veroordeelde is 14 dagen strafcel opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De veroordeelde heeft ter zitting verklaard dat hij zich van dit voorval niet veel meer kan herinneren maar dat hij wel nog weet dat hij een aandeel in dit incident heeft gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat de veroordeelde een gewaarschuwd mens was, nu eerder zijn voorwaardelijke invrijheidstelling met 700 dagen is uitgesteld, als gevolg van meerdere ernstige geweldsincidenten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege moet blijven en zal de vordering van de officier van justitie toewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering van het openbaar ministerie toe;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beslist dat de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde achterwege wordt gelaten voor de nog resterende periode van 242 dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.H.J.M. Mertens-Steeghs, voorzitter, </para>
      <para>mr. M.J.M. Goessen en mr. V.P. van Deventer, rechters, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. F.A.E. van de Venne, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>