<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:12476</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-22T15:37:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C.03 / 246200 / HARK 18-28</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:12476">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:12476</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-22T15:36:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:12476 Rechtbank Limburg , 20-02-2018 / C.03 / 246200 / HARK 18-28</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:12476:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De raadsman van belanghebbende heeft zich ter zitting van 5 februari 2018 kritisch uitgelaten omtrent de wijze van ondervraging door de rechter. De rechter wil zich verschonen omdat hij de mening is toegedaan dat indien hij zijn wijze van bevraging zou aanpassen, hij onvoldoende aan waarheidsvinding kan doen. Daarmee zou zijn rechterlijke onpartijdigheid ten faveure van belanghebbende zijn geschonden. Ingeval de rechter zijn wijze van bevraging niet zou aanpassen, zou dit in de ogen van de verdediging niets anders zijn dan een continuering van onwaardige woordspelletjes gericht op het vangen van belanghebbende op woorden. Daarmee zou de rechter de schijn van vooringenomenheid tegen belanghebbende op zich laden. </para>
        <para>Verzoek wordt toegewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:12476:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>RECHTBANK LIMBURG<?linebreak?></para>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verschoningskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 246200 \ HARK 18-28</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 20 februari 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. V.P. van Deventer</emphasis>
      </para>
      <para>rechter in de rechtbank Limburg (hierna: de rechter),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot zijn verschoning in de strafzaken met parketnummers [cijferreeks 1] , [cijferreeks 2] en [cijferreeks 3] tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [belanghebbende] (hierna: belanghebbende),</para>
      <para>raadsman: mr. M.F.M. Geeratz.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 6 februari 2018 heeft de rechter een verzoek gedaan strekkende tot zijn verschoning in de hierboven genoemde strafzaken, in welke zaken de rechter lid is van de meervoudige strafkamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De raadsman van belanghebbende en het Openbaar Ministerie zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten omtrent het onderhavige verschoningsverzoek. Zowel de raadsman als het Openbaar Ministerie hebben een schriftelijke reactie gegeven. Zij verzetten zich niet tegen inwilliging van het verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Gelet op het feit dat alle betrokken partijen in de gelegenheid zijn geweest zich uit te laten over het verzoek en gezien de ontvangen reacties acht de rechtbank een mondelinge behandeling van het verzoek niet noodzakelijk en is de beslissing op het verzoek bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechter heeft verzocht zich te mogen verschonen, omdat de raadsman van belanghebbende zich ter zitting van 5 februari 2018 kritisch heeft uitgelaten omtrent de wijze van ondervraging door de rechter. De raadsman heeft de rechter tijdens de zitting verweten dat hij zich niet bezig zou houden met waarheidsvinding en er louter op uit zou zijn om belanghebbende “op woorden te vangen”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechter is de mening toegedaan dat indien hij zijn wijze van bevraging zou aanpassen, hij onvoldoende aan waarheidsvinding kan doen. Daarmee zou zijn rechterlijke onpartijdigheid ten faveure van belanghebbende zijn geschonden. Ingeval de rechter zijn wijze van bevraging niet zou aanpassen, zou dit in de ogen van de verdediging niets anders zijn dan een continuering van onwaardige woordspelletjes gericht op het vangen van belanghebbende op woorden. Daarmee zou de rechter de schijn van vooringenomenheid tegen belanghebbende op zich laden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid zou kunnen koesteren, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd zou kunnen zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank komt gelet op hetgeen de rechter, zoals hierboven weergegeven, aan zijn verzoek tot verschoning ten grondslag heeft gelegd tot het oordeel dat de rechter het verzoek terecht heeft ingediend. Het zou in strijd met de goede (straf-)procesorde en ook niet in het belang van belanghebbende zijn om een rechter die zelf gemotiveerde twijfels heeft of hij de strafzaken, gelet op hetgeen is voorgevallen tussen hem en de raadsman van belanghebbende, onbevooroordeeld kan behandelen en die daarom verzocht heeft zich te mogen verschonen, te belasten met de verdere afdoening van de zaken. Om schijn van partijdigheid te voorkomen zal de rechtbank het verzoek tot verschoning toewijzen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>staat de rechter toe zich te verschonen in de onderhavige strafzaken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de rechter, belanghebbende, diens raadsman en het Openbaar Ministerie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, voorzitter en mr. J.W. Rijksen en mr. W.Th.M. Raab, leden, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2018 in tegenwoordigheid van P.J.C. Hendriks, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>type: ph</para>
      <para>coll:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>