<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:1202</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-08T17:00:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6445854 cv expl 17-8670</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:1202">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:1202</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-07T13:49:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:1202 Rechtbank Limburg , 07-02-2018 / 6445854 cv expl 17-8670</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:1202:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet goed functionerende wifi-installatie. Wanprestatie en geld terug</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:1202:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 6445854 \ CV EXPL  17-8670</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 7 februari 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eisende partij sub 1] ,<?linebreak?>wonend te [woonplaats eisende partijen] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eisende partij sub 2]</emphasis>,<?linebreak?>wonend te [woonplaats eisende partijen] , </para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde ARAG SE,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij] , h.o.d.n. [X]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats gedaagde partij] , [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>in rechte verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eisende partijen] (mannelijk meervoud) en [gedaagde partij] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis d.d. 8 november 2017 waarbij een gerechtelijke plaatsopneming en bezichtiging van het woonhuis/praktijk aan de [adres] te [plaats] is bevolen</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de op 11 januari 2018 aldaar plaatsgevonden hebbende gerechtelijke plaatsopneming en bezichtiging. [eisende partijen] zijn daarbij verschenen samen met hun gemachtigde, [gedaagde partij] is niet verschenen. [gedaagde partij] heeft telefonisch aangegeven “wat later te zijn”. De kantonrechter had toen al de descente beëindigd.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 4 november 2016 heeft [gedaagde partij] aan [eisende partijen] een offerte uitgebracht voor het uitbreiden van de wifi-installatie en het installeren van camera’s in en aan hun huis en praktijkruimte. Hierin is ook begrepen het leveren van een Netwerk Video Recorder.</para>
        <para>Het geoffreerde bedrag van € 2.667,00 is door [eisende partijen] goedgekeurd en gedeeltelijk aanbetaald.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 21 november 2016 en 1 december 2016 heeft [gedaagde partij] de werkzaamheden uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 8 december 2016 hebben [eisende partijen] het restant voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Diezelfde dag hebben [eisende partijen] per e-mail aan [gedaagde partij] gemeld dat de wifi instabiel is,   dat de camera’s uitvallen, vragen gesteld over instellingen en de NVR alsmede hulp en herstel verzocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Vervolgens zijn er tussen [eisende partijen] en [gedaagde partij] diverse e-mails gewisseld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij e-mail van 9 januari 2017 heeft [eisende partijen] [gedaagde partij] verzocht om uiterlijk 12 januari 2017 de geleverde installatie op deugdelijke wijze in orde te brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij e-mail van 27 februari 2017 van de gemachtigde van [eisende partijen] is [gedaagde partij] de gelegenheid geboden binnen drie weken de problemen - “<emphasis role="italic">de geplaatste wifi acces points zijn ontoereikend en de hierop aangesloten camera’s vallen voortdurend uit. Eén camera functioneert helemaal niet en de geplaatste recorder neemt niets op</emphasis>” - op te lossen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Bij brief van 6 maart 2017 heeft de gemachtigde bericht dat als [gedaagde partij] niet overgaat tot herstel van de gebreken deze door derden zullen worden verricht op kosten van [gedaagde partij] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft daarop de niet functionerende camera gereset. Overige werkzaamheden zouden later worden uitgevoerd. Er zou ook een nieuwe harddisk besteld worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Bij e-mail van 16 mei 2017 hebben [eisende partijen] de overeenkomst ontbonden en [gedaagde partij] twee opties gegeven: (1) omdat de door [gedaagde partij] geleverde 7 camera’s (inmiddels wel) functioneren en op het bestaande wifi-systeem draaien, kunnen deze blijven hangen en betaalt [gedaagde partij] een bedrag van € 892,00 terug alsmede € 50,00 herstelkosten (in verband met gaten in de gevels) danwel (2) al de door [gedaagde partij] geleverde en geplaatste apparatuur gaat naar hem retour en [gedaagde partij] betaalt € 2.782,00 alsmede € 150,00 herstelkosten terug.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Bij e-mail van 19 mei 2017 heeft [gedaagde partij] daarop gereageerd en (samengevat) gesteld dat hij onlangs werkzaamheden bij [eisende partijen] heeft verricht, dat toen alles functioneerde en indien een geleverd product niet werkt dat via hem naar de leverancier gezonden kan worden, doch dat dat door [eisende partijen] geweigerd wordt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Bij e-mail van 13 juni 2017 hebben [eisende partijen] (samengevat) aangegeven dat [gedaagde partij] op 12 april een andere harde schijf in de NVR heeft gezet, doch dat deze slechts enkele uren heeft gefunctioneerd. Het wifi-signaal is nog steeds zwak. Dit alles is aan [gedaagde partij] aangegeven en hem is verzocht alles binnen een week in orde te maken, hetgeen hij niet gedaan heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Bij e-mail van 13 juni 2017 heeft [gedaagde partij] zich op het standpunt gesteld dat service is uitgevoerd die buiten zijn opdracht viel. [eisende partijen] heeft de instellingen gewijzigd waardoor er problemen zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Bij e-mail van 26 september 2017 heeft [eisende partijen] [gedaagde partij] gesommeerd binnen een week de gebreken op te lossen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Op 23 oktober 2017 is de onderhavige dagvaarding uitgebracht.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisende partijen] vorderen – samengevat – primair veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 2.932,00 aan hoofdsom en € 506,02 aan buitengerechtelijke incassokosten, subsidiair betaling van € 942,00 aan hoofdsom en € 170,97 aan buitengerechtelijke incassokosten, </para>
        <para>beide te vermeerderen met rente, proces- en nakosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eisende partijen] stellen zich op het standpunt dat [gedaagde partij] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen hen gesloten overeenkomst die inhield dat [gedaagde partij] camera’s zou plaatsen en de wifi-installatie zou uitbreiden. Zij hebben inmiddels deze overeenkomst ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van het reeds betaalde bedrag alsmede schadevergoeding voor de reparatie van in de muren gemaakte gaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter gelegenheid van de descente hebben [eisende partijen] de primaire vordering (optie 1 uit hun brief d.d. 16 mei 2017 (hierboven onder 2.10) waarbij de camera’s van de muren worden verwijderd, teruggegeven worden aan [gedaagde partij] en deze het gehele bedrag aan [eisende partijen] dient terug te betalen) ingetrokken, zodat enkel de vordering </para>
        <para>in verband met de slecht werkende wifi-installatie hoeft te worden beoordeeld. </para>
        <para>
          [eisende partijen] hebben immers verklaard dat de camera’s inmiddels allemaal goed functioneren en verwijdering daarvan - zoals primair verzocht - niet meer aan de orde hoeft te zijn. Zij hebben daarmee in afwijking van de onder 2.9 genoemde buitengerechtelijke ontbinding de overeenkomst partieel ontbonden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter descente heeft de kantonrechter het woonhuis van [eisende partijen] alsmede de tuin en achtergelegen gebouwen en parkeerplaats bezocht. Middels een wifi-check op zijn eigen telefoon is de kantonrechter gebleken dat de wifi-installatie niet overal een voldoende wifi-signaal afgeeft. Aangezien de overeenkomst inhield dat er op het gehele terrein van [eisende partijen] een afdoend werkend wifi-signaal zou komen, hetgeen niet is tegengesproken door [gedaagde partij] , dient geoordeeld te worden dat er sprake is van een tekortschieten door [gedaagde partij] .</para>
        <para>Aangezien hij in verzuim is komen te verkeren, heeft [eisende partijen] naar het oordeel van de kantonrechter terecht de overeenkomst buitengerechtelijk (al dan niet partieel) ontbonden. Gevolg daarvan is dat de reeds gedane prestaties (plaatsen van de wifi-installatie en betaling daarvan zijnde € 892,00) teniet gedaan moeten worden en [eisende partijen] daarnaast aanspraak heeft op de daarmee samenhangende schade. Nu zij gesteld hebben dat de gaten die ten behoeve van de wifi-installatie aangebracht zijn in de muren hersteld moeten worden en daarmee een bedrag van € 50,00 is gemoeid, hetgeen niet is weersproken door [gedaagde partij] , is die vordering eveneens toewijsbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gelet op de onder 2.6 genoemde brief, is [gedaagde partij] in verzuim komen te verkeren op 12 januari 2017, zodat vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd is. De vordering terzake zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Uit het dossier blijkt dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Nu terzake een bedrag van € 170,97 wordt gevorderd, de verschuldigdheid en de hoogte daarvan niet expliciet is tegengesproken door [gedaagde partij] én het gevorderde overeenkomt met de tarieven van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zal de kantonrechter dit bedrag toewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partijen] worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 110,65</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	223,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">200,00 </emphasis>(2 x tarief € 100,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>totaal 	€  533,65.</para>
        <para>De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&amp;T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partijen] te betalen een bedrag van € 1.112,97, vermeerderd met de wettelijke rente over € 942,00 vanaf 12 januari 2017 tot aan de voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van [eisende partijen] gevallen en tot op heden begroot op € 533,65,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde partij] onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door [eisende partijen] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op  € 50,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,</para>
        <para> te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot aan de voldoening,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: mjp</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>