<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:11205</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-03T09:42:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03.210740.17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:11205">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:11205</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-29T10:40:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:11205 Rechtbank Limburg , 30-11-2018 / 03.210740.17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:11205:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanranding op de werkvloer. Vrijspraak. Vervolging n.a.v. intern bedrijfsonderzoek. Onduidelijk hoe bedrijfsonderzoek (met name de totstandkoming van vertalingen en voorkomen van onderlinge beïnvloeding) exact tot stand is gekomen. Dientengevolge betrouwbaarheid onderzoek oncontroleerbaar. Bovendien geen steunbewijs van beschuldigingen ontuchtige handelingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:11205:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03.210740.17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak (gemachtigde raadsman)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 november 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.P.J.C. Heuvelmans, advocaat kantoorhoudende te Venlo.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 november 2018. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte <emphasis role="italic">drie vrouwen heeft aangerand</emphasis>.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring, met dien verstande dat de periode ingekort wordt van 2014 tot en met 2016. Daartoe heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat de verklaringen van de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] worden ondersteund door hun verklaringen als getuige bij de rechter-commissaris en dat die verklaringen ook elkaar ondersteunen. Tevens heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verklaringen van de slachtoffers steun vinden in de (schriftelijke) verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] / [getuige 3] .</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij – kort gezegd – het volgende aangevoerd. Ten eerste is onduidelijk hoe het onderzoek en de diverse verklaringen in het dossier tot stand zijn gekomen als het gaat om bijvoorbeeld vertalingen en controleerbaarheid op juistheid. Ten tweede bevat het dossier geen enkel ondersteunend bewijs voor de verklaringen van de slachtoffers. Derhalve bevat het dossier te veel haken en ogen om te kunnen concluderen tot bewijs van ontuchtige handelingen, laat staan overtuigend bewijs.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het dossier is grotendeels tot stand gekomen op basis van intern onderzoek bij [naam bedrijf] , het bedrijf waar de verdachte in de ten laste gelegde periode als lijn-coördinator werkzaam was. Het dossier bevat meerdere, soms zelfs anonieme schriftelijke onderhandse verklaringen van werknemers van [naam bedrijf] . Die roepen het beeld op van de verdachte als een coördinator die met strakke hand leiding gaf aan zijn ploeg, en daarbij niet schroomde grenzen van werknemers te overschrijden door hen in ruil voor seksuele gunsten vaste arbeidscontracten of verlof te beloven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft dat beeld en de aantijgingen dienaangaande betwist.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is voor de rechtbank onduidelijk, oncontroleerbaar en dus niet toetsbaar op welke wijze die schriftelijk onderhandse verklaringen tot stand zijn gekomen. Het gaat veelal om samenvattingen van gesprekken die op verzoek van de werkgever met werknemers zijn gevoerd naar aanleiding van geruchten over seksuele intimidatie op de werkvloer. Wie die gesprekken heeft gevoerd en of daarbij gebruik is gemaakt van beëdigde tolken/vertalers is onduidelijk gebleven. Wie de samenvattingen van de gesprekken heeft gemaakt en of die samenvattingen überhaupt een juiste weergave van de gevoerde gesprekken zijn, is ook onduidelijk gebleven. In het verlengde daarvan is evenzeer onduidelijk gebleven of de werknemers die de schriftelijke verklaringen hebben ondertekend ook daadwerkelijk hebben begrepen wat zij hebben ondertekend. Het gaat hier immers grotendeels om Poolse werknemers, van wie het de vraag is of ze de Nederlandse en/of Engelse taal machtig zijn, terwijl de verklaringen in het Nederlands dan wel Engels/Nederlands zijn opgemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vraag is verder gerechtvaardigd of, en zo ja in hoeverre, de verklaringen van de werknemers van [naam bedrijf] , niet alleen de onderhandse maar ook die naderhand bij de politie en/of de rechter-commissaris zijn afgelegd, (mede) zijn ingekleurd door gesprekken die zij met anderen of met elkaar hebben gevoerd over de verdachte en de ontuchtige handelingen die hij al dan niet zou hebben verricht. Nu is dat met geen enkele mogelijkheid meer te achterhalen en dat doet de vraag rijzen naar de betrouwbaarheid van die verklaringen. Een voorbeeld daarvan zijn de verschillen tussen de schriftelijke verklaring van [slachtoffer 1] (pg. 29) enerzijds en haar aangifte (pg. 21) en verklaring bij de rechter-commissaris anderzijds als het gaat om het al dan niet aanraken van haar billen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft de rechtbank geconstateerd dat de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben verklaard over los van elkaar staande incidenten. Strikt genomen bieden zij dan ook geen ondersteuning aan elkaars verklaringen. Maar ook voor het overige biedt het dossier geen daadwerkelijke steun aan het aan de verdachte gemaakte verwijt van ontuchtige handelingen jegens (een van) die slachtoffer(s). Zo heeft niemand verklaard dat hij een van de in de tenlastelegging genoemde handelingen zelf heeft waargenomen. De diverse getuigen hebben vooral het een en ander gehoord. Voor zover getuigen hebben verklaard wel zelf iets te hebben gezien of gehoord van grensoverschrijdend gedrag van verdachte, betreft dit geen tenlastegelegde feiten. De personen die wellicht wel iets met eigen ogen gezien zouden kunnen hebben van hetgeen verdachte ten laste is gelegd, zijn niet gehoord. De rechtbank bedoelt dan ene [naam] , waarover [slachtoffer 1] (pg. 21) verklaarde, en de man van [slachtoffer 3] , die haar blauwe plekken gezien zou hebben (pg. 40). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu voor het overige concrete en objectieve aanwijzingen voor betrokkenheid van de verdachte bij de hem verweten ontuchtige handelingen ontbreken, is de rechtbank, concluderend, van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om te komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Daarom zal de rechtbank de verdachte integraal vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De benadeelde partij </title>
    <para>De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van 900 euro. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, wordt vrijgesproken, kan de benadeelde partij in haar vordering niet worden ontvangen en zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in haar vordering;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.M.M. Gijselaers, voorzitter, mr. F.L.G. Geisel en </para>
      <para>mr. A.H. Hamm-van de Water, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. A.H. Hamm-van de Water is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE I</emphasis>: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 2012 tot en met 2016 in de gemeente Venray, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), (telkens) bestaande uit: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het ontuchtig betasten en/of aanraken en/of vastgrijpen van de schaamstreek en/of billen en/of borsten van genoemde perso(o)n(en) en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(vervolgens) ontuchtig wrijven/aaien/strelen over en/of voelen aan de billen en/of borsten van genoemde perso(o)n(en) en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het ontuchtig leggen van zijn, verdachtes, hand(en) op de arm(en) en/of rug en/of genitaliën van genoemde perso(o)n(en), </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het onverhoeds en/of van achteren benaderen van genoemde perso(o)n(en) en/of (vervolgens) zodanig onverwachts en/of snel handelen dat die genoemde perso(o)n(en) niet de gelegenheid had/hadden om zich daartegen te verweren en/of zich daaraan te onttrekken en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het dreigen met ontslag van genoemde perso(o)n(en).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 246 Wetboek van Strafrecht) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>