<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2018:10998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-14T16:50:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7071472 \ CV EXPL 18-4307 </psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:10998">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:10998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-14T15:14:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2018:10998 Rechtbank Limburg , 21-11-2018 / 7071472 \ CV EXPL 18-4307 </dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2018:10998:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koop tweedehands auto + “teruggedraaide” kilometerteller + wederzijdse dwaling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2018:10998:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 7071472 \ CV EXPL  18-4307</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 21 november 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.H.A. Nieste,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres] ,</para>
      <para>
        [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. A.J.P. Lemmen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met bewijsstukken</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord met bewijsstukken</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de oproeping voor de comparitiezitting</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de comparitiezitting.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tot slot hebben partijen vonnis gevraagd. De uitspraak van het vonnis is bij vervroeging bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tijdens de zitting heeft de kantonrechter al uitgelegd hoe hij zal beslissen, en om welke redenen. Daarom hoeft de beslissing hier niet meer heel uitvoerig uitgelegd te worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het komt erop neer dat voor de kantonrechter, op basis van de bewijsstukken en op basis van wat door de ene partij is gesteld en door de andere partij is erkend of niet voldoende is betwist, het volgende voldoende vaststaat:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>eiser heeft met gedaagde op 8 maart 2018 een koopovereenkomst gesloten over een Opel Astra (kenteken [kenteken] ), voor een bedrag van € 2.125,00;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>eiser heeft dat bedrag betaald aan gedaagde en gedaagde heeft de auto aan eiser geleverd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>op de kilometerteller stond ten tijde van de koopovereenkomst/levering ongeveer 181.000 kilometer;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>in werkelijkheid bedroeg de kilometerstand op dat moment ruim 289.000 kilometer en de kilometerteller is dus voorafgaande aan de koop en levering “teruggedraaid”;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>eiser wist niet van dat laatste.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het is niet aannemelijk geworden dat gedaagde wél wist dat de kilometerteller was teruggedraaid. Eiser en gedaagde hebben dus, daar gaat de kantonrechter vanuit, allebei “gedwaald” over de juiste kilometerstand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op basis van de wet (artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek) kan, ervan uitgaande dat ook gedaagde niet wist van de gemanipuleerde kilometerteller, eiser de koopovereenkomst vernietigen, <emphasis role="italic">tenzij die dwaling van eiser in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval, voor rekening van de dwalende behoort te blijven. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het ligt op de weg van gedaagde om feiten te stellen en zo nodig te bewijzen dat </para>
        <para>- en waarom - de dwaling van eiser voor eigen rekening moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>In dat verband heeft gedaagde echter in de conclusie van antwoord alleen maar gesteld dat “desgevraagd door gedaagde aan eiser en/of diens metgezel bij de aankoop van de auto is medegedeeld dat gedaagde niet wist of de tellerstand correct was…”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Ter zitting heeft gedaagde dat iets veranderd en aangevoerd dat niet hijzelf maar zijn broer tegen eiser zou hebben gezegd dat “als eiser de kilometerstand niet vertrouwde, eiser die kilometerstand maar moest onderzoeken…” </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Eiser heeft ontkend dat gedaagde of zijn broer zoiets tegen hem zou hebben gezegd. Los daarvan vindt de kantonrechter dat zulke mededelingen op zichzelf genomen ook niet genoeg zijn om te maken dat het risico van de dwaling van eiser dan maar maar voor eigen risico moet blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Eiser heeft de koopovereenkomst dus terecht vernietigd. Partijen moeten de gevolgen ongedaan maken (artikel 3:53 BW): gedaagde moet de koopprijs terugbetalen en gedaagde moet meewerken aan de teruggave van de auto. Vorderingen a), b) en d) zijn toewijsbaar, zoals hierna vermeld in het dictum. Vordering c) wordt daarentegen afgewezen vanwege een gebrekkige en overigens innerlijk tegenstrijdige onderbouwing. In punt 16 van de dagvaarding heeft eiser het over vergoeding van kosten van verbetering (zonder deugdelijke specificatie van dat bedrag) terwijl eiser het bij de omschrijving van de vorderingen in dit verband dan heeft over vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Dat zijn verschillende onderbouwingen die niet zijn te rijmen met elkaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Vordering e) is natuurlijk weer wél toewijsbaar. Gedaagde moet natuurlijk, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten (en nakosten) van eiser worden veroordeeld. Die kosten worden berekend volgens de daarvoor geldende regels en tarieven. Beslist wordt dus als volgt.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat eiser de koopovereenkomst ter zake van het motorvoertuig met kenteken  [kenteken] heeft vernietigd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan eiser te betalen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- € 2.125,00 bij wijze van ongedaanmaking van de betaling van de koopsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 april 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de teruggave door eiser van het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , door middel van overschrijving van het kentekenbewijs op naam van gedaagde zelf en door medewerking aan bezitsverschaffing van het voertuig met de daarbij behorende sleutels door eiser aan gedaagde, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag, voor iedere dag dat gedaagde daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,00;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde in de proceskosten van eiser, tot op heden begroot op:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 84,21 aan kosten dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 79,00 aan griffierecht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 300,00 voor salaris gemachtigde;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde, onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door eiser volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- € 75,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met  ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>