<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:8747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:21:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04 5682912/CV 17-990</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/4726</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:8747">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:8747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-11T15:25:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:8747 Rechtbank Limburg , 06-09-2017 / 04 5682912/CV 17-990</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:8747:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Financieringsovereenkomst; beroep op ega vernietiging afgewezen in verband met de zakelijke bestemming van de auto.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:8747:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5682912 \ CV EXPL  17-990</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 6 september 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naar buitenlands recht rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOIST PORTFOLIO HOLDING LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Jersey, Le Masurier House, La Rue le Masurier,</para>
      <para>St. Helier,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde AGIN Timmermans gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij] , handelend onder de naam [X]</emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. G.A.M. Sieben.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Gedaagde partij heeft op 10 februari 2010 door bemiddeling van B.D. Financieringen B.V. te Breda met IDM Finance B.V. te Amsterdam, verder IDM genoemd en Du Parc B.V. te Oisterwijk, verder Du Parc genoemd, een overeenkomst gesloten waarbij gedaagde partij ten behoeve van de uitoefening van zijn bedrijf of beroep de beschikking heeft gekregen over een Landrover, type Range Rover met kenteken [kenteken nummer] , bouwjaar 2006. De auto is door Du Parc aan IDM verkocht en IDM is met gedaagde partij overeengekomen dat de koopsom in 60 maandelijkse termijnen van € 962,57 wordt afbetaald. Na volledige betaling van het overeengekomen bedrag gaat de eigendom van de auto over op gedaagde partij. IDM heeft haar vorderingen en rechten uit de met gedaagde partij gesloten overeenkomst aan eisende partij verkocht. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 20.888,21 en gedaagde partij te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de betreffende personenauto af te geven aan eisende partij, onder voorwaarde dat eisende partij gehouden is de auto terug te geven zodra gedaagde partij de vordering inclusief vertragingsvergoeding en bijkomende kosten die de rechtbank toewijsbaar zal oordelen aan eisende partij zal hebben voldaan, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde partij voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Gedaagde partij stelt dat hij moet worden aangemerkt als consument in elk geval dat de reflexwerking op hem van toepassing is en zijn echtgenote zodra zij op de hoogte was van de overeenkomst deze buitengerechtelijk heeft vernietigd wegens het ontbreken van haar toestemming. Daarnaast stelt gedaagde partij dat IDM het overkrediteringsverbod heeft geschonden en te veel krediet heeft verstrekt, kort gezegd de zorgplicht heeft geschonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Eisende partij betwist uitdrukkelijk dat de auto is gekocht voornamelijk voor privédoeleinden. Er is volgens eisende partij sprake van een zakelijke overeenkomst en in dat geval komt de echtgenote van gedaagde partij geen vernietigingsbevoegdheid toe. Wat betreft de zorgplicht wijst eisende partij erop dat de overeenkomst tot stand is gekomen via een door gedaagde partij gekozen bemiddelaar, dat de overeenkomst een opvolging is van een eerder door gedaagde partij gesloten overeenkomst tegen een voor gedaagde partij gunstigere financiële regeling en uit controle bij het BKR geen negatieve registraties zijn gebleken ten aanzien van zakelijke kredieten en/of financieringen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat in de overeenkomst uitdrukkelijk is opgenomen dat de auto bestemd is ten behoeve van de uitoefening van zijn bedrijf of beroep. Dat de auto ook voor privédoeleinden wordt gebruikt doet daar verder niets aan af. De overeenkomst heeft een zakelijke bestemming hetgeen ook blijkt uit de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden “Lease zakelijk 11-2009”. In dat geval komt aan de echtgenote van gedaagde partij geen vernietigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 1:89 BW toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gedaagde partij stelt dat sprake is van overkreditering. Nu gedaagde partij deze stelling met geen enkel stuk staaft gaat de kantonrechter aan deze blote stelling als onvoldoende onderbouwd voorbij. Dat sprake is van schending van de zorgplicht komt evenmin vast te staan. Als onweersproken moet de kantonrechter vaststellen dat deze overeenkomst is vooraf gegaan door een in financiële zin minder gunstige overeenkomst en er bij het sluiten van de onderhavige overeenkomst geen negatieve registraties bij het BKR bekend waren. Dat de financiële positie van gedaagde partij op enig moment verslechtert, kan eisende partij niet worden tegen geworpen. De vordering ligt voor toewijzing gereed. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 97,31</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	939,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">800,00 </emphasis>( 2 x tarief € 400,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  1.836,31</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 20.888,21, vermeerderd met de vertragingsvergoeding ad 9,58 % per jaar over een bedrag van € 18.761,10 – welke het maximum dat volgens het Besluit Kredietvergoeding is toegelaten niet zal overschrijden - vanaf 24 januari 2017 tot aan de voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis aan eisende partij af te geven de personenauto van het type Range Rover, met kenteken [kenteken nummer] , zulks onder de voorwaarde dat eisende partij gehouden is de auto terug te geven zodra gedaagde partij de vordering van eisende partij, inclusief vertragingsvergoeding en bijkomende kosten zal hebben voldaan, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 1.836,31,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: HM</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>