<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:8705</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-08T09:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/240027 HA RK 17-208</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:8705">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:8705</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-06T15:30:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:8705 Rechtbank Limburg , 06-09-2017 / C/03/240027 HA RK 17-208</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:8705:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen behandelend rechter na doen van uitspraak, verzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:8705:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="58f67f23-329d-4683-bf2c-151d2821177c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="628c5611-472c-4c9c-a22a-62afa3307bfc" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/240027 HA RK 17-208</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats verzoeker] ,</para>
      <para>verzoeker;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. K.M.P. Jacobs, </emphasis>rechter in de rechtbank Limburg (hierna ook te noemen: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para>Bij uitspraak van 9 augustus 2017 heeft de rechter het beroep van verzoeker gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit (zaaknummer 17/1984) kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker niet heeft voldaan aan het vereiste om alvorens beroep in te stellen het bestuursorgaan in gebreke te stellen.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 augustus 2017 heeft verzoeker in de genoemde zaak een verzoek tot wraking van de rechter ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de hiervoor genoemde zaak van verzoeker is op 9 augustus 2017 uitspraak gedaan. Daarmee is deze procedure beëindigd en dat betekent dat mr. Jacobs niet meer de behandelend rechter is in deze zaak. Tegen de uitspraak staat weliswaar nog het rechtsmiddel van verzet open, maar bij heropening van de behandeling van de zaak op die grond, wordt de zaak aan een andere rechter dan mr. Jacobs toebedeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het wrakingsverzoek van verzoeker niet is gericht tegen de rechter die zijn zaak in behandeling heeft, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb voldaan, zodat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek. Tot een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek wordt daarom niet overgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het verzoek tot wraking van mr. K.M.P. Jacobs niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. M.J.A.G. van Baal, leden, in aanwezigheid van J.N. Buddeke, griffier.</para>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>