<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:8704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-08T09:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/240021 HA RK 17-204</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:8704">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:8704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-06T15:24:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:8704 Rechtbank Limburg , 06-09-2017 / C/03/240021 HA RK 17-204</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:8704:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen behandelend rechter na doen van uitspraak, verzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:8704:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="05cfa7bd-b9bb-489d-93e6-63ffd02ccd31" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="001dad23-5bbb-4efc-a04f-e326bf01f0a9" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: </para>
      <para>C/03/240021 HA RK 17-204</para>
      <para>C/03/240022 HA RK 17-205</para>
      <para>C/03/240024 HA RK 17-206</para>
      <para>C/03/240025 HA RK 17-207</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaken van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats verzoeker] ,</para>
      <para>verzoeker;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>indiener van verzoeken die strekken tot wraking van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. K.M.P. Jacobs, </emphasis>rechter in de rechtbank Limburg (hierna ook te noemen: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para>Bij uitspraak van 21 juli 2017 heeft de rechter (vier) beroepen van verzoeker gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit (zaaknummers 17/1355, 17/1357, 17/1468 en 17/1469) kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet (volledig) betalen van griffierecht, terwijl het beroep van verzoeker op betalingsonmacht bij voorafgaande brieven was afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 en 28 augustus 2017 heeft verzoeker in de genoemde zaken verzoeken tot wraking van de rechter ingediend. Verzoeker heeft op 28 augustus, 31 augustus en 1 september 2017 aanvullende stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de hiervoor genoemde zaken van verzoeker is op 21 juli 2017 uitspraak gedaan. Daarmee zijn deze procedures beëindigd en dat betekent dat mr. Jacobs niet meer de behandelend rechter is in die zaken. Tegen de uitspraak staat weliswaar nog het rechtsmiddel van verzet  open, maar bij heropening van de behandeling van die betreffende zaak of zaken op die grond, wordt de zaak of worden de zaken aan een andere rechter dan mr. Jacobs toebedeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de wrakingsverzoeken van verzoeker niet zijn gericht tegen de rechter die zijn zaken in behandeling heeft, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb voldaan, zodat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoeken. Tot een mondelinge behandeling van de wrakingsverzoeken wordt daarom niet overgegaan </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verzoeken tot wraking van mr. K.M.P. Jacobs niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. M.J.A.G. van Baal, leden, in aanwezigheid van J.N. Buddeke, griffier.</para>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>