<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:8684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-22T09:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5886691 \ CV EXPL 17-3347</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2019:566" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#overig">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2019:566, Overig</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:8684">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:8684</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-06T13:59:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:8684 Rechtbank Limburg , 06-09-2017 / 5886691 \ CV EXPL 17-3347</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:8684:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde heeft niet ex artikel 6:89 BW binnen bekwame tijd zijn bezwaren tegen de facturen kenbaar gemaakt. Thans gevoerde verweer is tardief en onvoldoende onderbouwd. Vordering wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:8684:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5886691 \ CV EXPL  17-3347</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 6 september 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eisende partij] KUNSTSTOFFEN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats eisende partij] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. P.J.G.G. Sluyter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij] , h.o.d.n. [A]</emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden verder in dit vonnis aangeduid als [eisende partij] en [gedaagde partij] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] heeft aan [gedaagde partij] goederen geleverd en daarvoor gefactureerd. Het gaat in deze procedure om de navolgende facturen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>H0006043 	d.d. 5 april 2016 	€ 2.005,20</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>H0006991 	d.d. 9 juni 2016 	€ 1.923,10</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>H0007870 	d.d. 29 juli 2016 	€ 1.861,31</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>H0008006 	d.d. 22 augustus 2016 	€ 1.177,15</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De betreffende facturen hebben een vervaltermijn van telkens 30 dagen na factuurdatum. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft de facturen onbetaald gelaten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 7.690,10 terzake hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert in deze procedure betaling van een viertal openstaande facturen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft deze facturen onbetaald gelaten, zich daarbij op het standpunt stellend, dat de aan de facturen ten grondslag liggende leverbonnen/pakbonnen niet door hem zijn geaccordeerd, niet getekend zijn of niet meegezonden zijn. [gedaagde partij] voert daarbij aan dat hij derhalve in de onmogelijkheid verkeert te controleren of de leveringen compleet en juist zijn geweest. Daarnaast stelt [gedaagde partij] dat [eisende partij] nog bedragen moet crediteren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt het navolgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Als niet weersproken staat tussen partijen vast dat [eisende partij] op 2 november 2016 de aan de leveranties en facturen liggende pakbonnen per mail aan [gedaagde partij] ter controle heeft toegezonden. [gedaagde partij] maakt daarop op 3 november 2016 een opmerking omtrent een te crediteren bedrag – de Tricel goudzeep is ten onrechte gefactureerd – en geeft voorts aan [eisende partij] aan dat hij nog tijd nodig heeft om nader onderzoek te doen. Vervolgens blijkt niet dat [gedaagde partij] bij het nader door hem te verrichten onderzoek voortvarend te werk gaat. [gedaagde partij] reageert niet meer en voor [eisende partij] blijft onduidelijk wat de reden is dat [gedaagde partij] de facturen onbetaald laat. [eisende partij] ziet zich dan ook genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde partij] op grond van het bepaalde in artikel 6:89 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gehouden is om <emphasis role="italic">binnen bekwame tijd</emphasis> zijn bezwaren tegen de facturen aan [eisende partij] kenbaar te maken. Uit niets blijkt dat [gedaagde partij] na ontvangst van de facturen per omgaande daartegen heeft geprotesteerd en genuanceerd aan [eisende partij] heeft aangegeven op welke onderdelen de facturen niet correct zouden zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] komt bij antwoord aanvankelijk niet verder dan de ongefundeerde, niet onderbouwde, stelling dat <emphasis role="italic">het bij [eisende partij] sinds een personeelswisseling een zooitje is</emphasis>. Daarnaast voert [gedaagde partij] aan dat leveringsbonnen niet allemaal zijn ondertekend en voor hem niet te controleren zijn dan wel dat wellicht niet bevoegde personen pakbonnen hebben afgetekend, nu de handtekeningen daarop bij [gedaagde partij] onbekend zijn. Niet gebleken is dat [gedaagde partij] dit verweer eerder heeft gevoerd en ook op dit punt is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde partij] daarmee niet heeft voldaan aan de verplichting zoals die is neergelegd in artikel 6:89 BW. Bovendien laat [gedaagde partij] de stelling van [eisende partij] dat [gedaagde partij] andere facturen met eenzelfde voor hem onbekende handtekening wel heeft betaald,onweersproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat de verwijten die [gedaagde partij] aan het adres van [eisende partij] maakt niet althans in onvoldoende mate komen vast te staan. Daarnaast heeft [gedaagde partij] zijn standpunt dat [eisende partij] gehouden is crediteringen jegens hem te doen niet althans onvoldoende onderbouwd. [eisende partij] betwist de stellingen van [gedaagde partij] op dit punt nadrukkelijk, met uitzondering van de creditfactuur levering [X] (productie 8 bij conclusie van repliek). De afspraak waarop [gedaagde partij] zich beroept – en de in dat verband overgelegde verklaring van de heer [Y] – wordt eveneens door [eisende partij] betwist en deze komt dan ook niet in rechte vast te staan. [gedaagde partij] kan zich daarop niet met succes beroepen. Daarnaast had het [gedaagde partij] vrij gestaan om bij conclusie van antwoord een reconventionele vordering in te dienen. [gedaagde partij] heeft van deze processuele mogelijkheid geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat de vordering aan [eisende partij] moet worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 85,65</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	470,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">500,00 </emphasis>( 2 x tarief € 250,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  1.055,65.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 7.690,10, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de onbetaalde factuurbedragen vanaf de vervaldatum van de desbetreffende facturen tot aan de voldoening alsmede over een bedrag van € 723,34 vanaf 4 april 2017 tot aan de voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij] gevallen en tot op heden begroot op € 1.055,65,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>type: ph</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>