<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:7965</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:41:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04 5389181</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/4352</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:7965">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:7965</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-16T13:38:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:7965 Rechtbank Limburg , 16-08-2017 / 04 5389181</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:7965:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering wordt afgewezen nu CZ niet in staat is om duidelijkheid te geven over de toerekening van de betalingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:7965:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5389181 \ CV EXPL  16-9261</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 16 augustus 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de onderlinge waarborgmaatschappij ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRALE ZORGVERZEKERAARS GROEP, ZORGVERZEKERAAR U.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Tilburg,</para>
      <para>eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde GGN Mastering Credit N.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adresgegevens gedaagde]</para>
      <para> ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.P.C.M. van Riet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 15 maart 2017</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating van CZ</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van [gedaagde]</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 15 maart 2017 en volhardt bij de inhoud daarvan. In dat tussenvonnis is CZ in de gelegenheid gesteld om een overzicht als bedoeld in artikel 4.4. van dat tussenvonnis over te leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij akte geeft CZ aan niet in staat te zijn een dergelijk overzicht conform het gegeven format op te maken. CZ legt een betaaloverzicht over zonder kosten waarbij alles conform het betaalkenmerk of omschrijving geboekt is die door [gedaagde] bij de betreffende betaling is aangegeven. Verder legt CZ diverse sommatiebrieven over. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het overzicht van CZ volgt inzichtelijk welke betalingen op welke wijze geboekt zijn. Duidelijk aangegeven is in welk geval geen kenmerk aan de betaling was gegeven -de juistheid daarvan volgt ook uit het rekeningoverzicht van [gedaagde] bij antwoordakte-  of wanneer het kenmerk de lading niet langer dekte omdat de gekenmerkte betaling al eerder volledig was voldaan. Consequentie van dit alles volgens CZ is dat ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding € 526,50 openstond. Dit moge zo zijn maar specifiek is gedagvaard voor het eigen risico in september 2014 dat oorspronkelijk € 229,17 bedroeg. Uit het overzicht van CZ volgt dat dit in verschillende stapjes is voldaan door toerekening van betalingen, laatstelijk een betaling van 26 januari 2015. Dat daarbij geen rekening is gehouden met rente en kosten maakt dit niet anders, nu immers CZ in de gelegenheid was gesteld om de juiste toerekening van betalingen op grond van de wettelijke bepalingen aan te tonen. Indien zij dit niet doet of niet kan komt dit voor rekening en risico van CZ.</para>
        <para>Conclusie is dan ook dat ten tijde van het dagvaarden in september 2016 het eigen risico van september 2014 reeds anderhalf jaar volledig voldaan was, althans dat door CZ niet onderbouwd is gesteld dat er nog een restant zoals gevorderd bestond ten tijde van het dagvaarden. </para>
        <para>In conventie betekent dit dat het gevorderde afgewezen dient te worden. Uit het overzicht dat door [gedaagde] niet voldoende is betwist, volgt echter eveneens dat de in reconventie gevorderde verklaring voor recht niet toegewezen kan worden.   </para>
        <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig partijen toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld zal de kantonrechter de kosten tussen hen compenseren in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het in conventie en reconventie gevorderde af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piette en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: AP/PL</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>