<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:6102</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:40:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04 4637401 cv 15-12393</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/3410</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:6102">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:6102</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-03T16:07:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:6102 Rechtbank Limburg , 28-06-2017 / 04 4637401 cv 15-12393</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:6102:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Consumentenkredietovereenkomst. Bank heeft vordering voldoende onderbouwd. Gedaagde is niet geschaad in zijn processuele belangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:6102:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 4637401 \ CV EXPL  15-12393</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 28 juni 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">ABN AMRO BANK N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde GGN Brabant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. R. Jacobs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden verder aangeduid als “de bank” en “ [gedaagde partij] ”. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, tevens eis in incident;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis in het incident van 23 maart 2016;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen de bank en [gedaagde partij] is op 10 mei 2011 een kredietovereenkomst tot stand gekomen. Het betreft een doorlopend krediet (in de zin van artikel 1 onder f van de Wet op het consumentenkrediet (verder: WCK), met een variabele kredietvergoeding (in de zin van artikel 1 onder g van het Besluit kredietvergoeding). </para>
        <para>Het krediet is bij de bank geadministreerd onder rekeningnummer 52.86.50.068. </para>
        <para>Op deze kredietovereenkomst zijn de voorwaarden Flexibel Krediet, versie 1 november 2010, de voorwaarden betaaldiensten particulieren en het informatieblad betaaldiensten particulieren van de bank van toepassing.</para>
        <para>De overeengekomen maximale kredietruimte bedraagt € 7.000,00. Partijen zijn overeengekomen dat het opgenomen bedrag door [gedaagde partij] aan de bank dient te worden terugbetaald in maandelijkse termijnen van € 105,00. Daarnaast is [gedaagde partij] gehouden maandelijks aan de bank een (variabele) kredietvergoeding (overeengekomen rente) te betalen, die afhankelijk van de rentestand gewijzigd kan worden en waarvan de bank aan [gedaagde partij] mededeling moet doen. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg het rentepercentage 10,20 % per jaar. De overeengekomen rente wordt in dagen nauwkeurig berekend over het verschuldigde saldo en wordt maandelijks op de rekeningoverzichten als schuld van [gedaagde partij] bijgeboekt, waarover vervolgens weer rente wordt berekend, totdat de schuld volledig is afgelost. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De bank vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van primair een bedrag van € 10.173,36, vermeerderd met - kort gezegd - de overeengekomen variabele rente vanaf 3 november 2015, subsidiair een bedrag van € 7.377,84, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2015 alsmede veroordeling van [gedaagde partij] in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De bank legt daaraan het volgende ten grondslag. </para>
        <para>In april 2012 bleek dat sprake was van drie achterstallige maandtermijnen. Bij brief van 2 april 2012 heeft de bank [gedaagde partij] gesommeerd deze achterstallige termijnen uiterlijk 14 april 2012 te voldoen. Op 3, 14 en 27 april 2012 is [gedaagde partij] nogmaals gesommeerd. Omdat betaling uitbleef, heeft de bank bij brief van 30 april 2012 [gedaagde partij] in gebreke gesteld en de overeenkomst opgezegd. Bij brief van 20 juni 2012 hebben de gemachtigden van de bank het totaal verschuldigde ad € 7.377,84 opgeëist. Dat bedrag wordt thans aan hoofdsom gevorderd. Conform de bepalingen van de kredietovereenkomst is [gedaagde partij] is vanaf de overdrachtsdatum aan de gemachtigde (18 juni 2012) rente verschuldigd. Berekend tot 3 november 2011 bedraagt deze € 2.876,50. Dit bedrag is berekend met inachtneming van het bepaalde in artikel 34 aanhef en onder b WCK. De rente is gelijk aan het laatst geldende kredietvergoedingspercentage. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] voert bij conclusie van antwoord het verweer dat de bank de vordering niet heeft onderbouwd en dat de bank om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen. Voor zover de bank wel heeft voldaan aan haar stelplicht betwist [gedaagde partij] de vorderingen en is zij van mening dat, ingeval van toewijzing, de proceskosten dienen te worden gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De bank heeft bij conclusie van repliek de vordering nader toegelicht en nadere stukken overgelegd. De bank stelt onder meer dat de gemachtigden van [gedaagde partij] in het kader van een schuldenregeling traject bij brief van 4 november 2013 (productie C) de vordering voor een bedrag van € 7.934,93 heeft opgenomen in een betalingsvoorstel. [gedaagde partij] heeft dit bij dupliek niet weersproken. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde partij] niet in zijn processuele belangen is geschaad, nu het hem volstrekt duidelijk was waarop de vordering betrekking heeft; dit geldt te meer nu de bank reeds bij dagvaarding de kredietovereenkomst met daarin opgenomen het betreffende rekeningnummer heeft overgelegd. De bank is dan ook ontvankelijk in haar vorderingen. </para>
        <para>De kantonrechter is voorts van oordeel dat [gedaagde partij] de vordering onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, zodat deze toewijsbaar is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van de bank worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 96,16</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	466,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">600,00 </emphasis>( 2 x tarief € 300,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  1.162,16</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de bank te betalen een bedrag van € 10.173,36, vermeerderd met de overeengekomen - en afhankelijk van de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt tot het maximum van het besluit volgens de artikelen 35 en 36 WCK aan te passen - rente, thans uitmakende 10,20% per jaar over dit bedrag, te berekenen vanaf 3 maart 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van de bank gevallen en tot op heden begroot op € 1.162,16,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: EB</para>
        <para>coll: sm</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>