<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:4950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-12T13:07:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4916440 cv 16-3134</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:4950">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:4950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-12T13:07:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:4950 Rechtbank Limburg , 31-05-2017 / 4916440 cv 16-3134</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:4950:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eisende partij slaagt niet in de opdracht om te bewijzen dat de door gedaagde partij bestelde posters zijn gemaakt en dat getracht is deze posters af te leveren op het adres van gedaagde partij. Volgt afwijzing van de vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:4950:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 4916440 \ CV EXPL  16-3134</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 31 mei 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap naar Belgisch recht UNIQART BVBA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zele, België,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. A.I. Cambier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde partij] MATERIAAL BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde DAS Rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 13 juli 2016</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van het op 19 december 2016 gehouden getuigenverhoor</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de op 25 april 2017 gehouden contra enquête.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 13 juli 2016. De kantonrechter heeft bij dat vonnis vastgesteld dat gedaagde partij uitdrukkelijk betwist dat eisende partij de door gedaagde partij bestelde posters heeft gemaakt en heeft getracht deze bij gedaagde partij af te leveren. De kantonrechter heeft eisende partij daarop toegelaten bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat eisende partij de posters daadwerkelijk heeft vervaardigd en dat zij heeft getracht deze af te leveren, maar dat gedaagde partij de ontvangst heeft geweigerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eisende partij heeft vervolgens de heer [X] , zaakvoerder bij eisende partij als getuige laten horen. De heer [X] verklaart dat hij uit zijn aantekeningen heeft gehaald dat zijn medewerker [medewerker 1] op 10 december 2014 bij het bedrijf van gedaagde partij zou zijn geweest, de heer [gedaagde partij] zou toen niet aanwezig zijn geweest. Kort nadien zou hij zelf met de posters bij het bedrijf van gedaagde partij zijn geweest. De heer [gedaagde partij] was toen aanwezig maar hij weigerde de posters in ontvangst te nemen. Gedaagde partij heeft vervolgens in contra-enquête de heer [gedaagde partij] , directeur eigenaar van gedaagde partij en mevrouw [administratief medewerkster] , administratief medewerkster bij gedaagde partij, als getuigen laten horen. Zowel de heer [gedaagde partij] als mevrouw [administratief medewerkster] betwisten dat de heer [X] bij gedaagde partij is geweest om de posters af te leveren. Gelet op de uitdrukkelijke betwisting door zowel [gedaagde partij] als [administratief medewerkster] van de verklaring van [X] kan deze verklaring niet als bewijs dienen. Eisende partij is niet geslaagd in het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit valt af te leiden dat eisende partij de posters daadwerkelijk heeft vervaardigd en dat zij heeft getracht deze af te leveren, maar dat gedaagde partij de ontvangst heeft geweigerd. De ingestelde vordering moet daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Eisende partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op € 350,00 aan salaris voor de gemachtigde (3,5 x tarief € 100,00).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op € 350,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: HMUI</para>
        <para>coll: ksf</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>